Nordholt: politie vangt klappen op waar politiek faalt

AMSTERDAM, 3 JAN. Het politie-apparaat stopt de gaten in het minderhedenbeleid die de politiek laat vallen. Want de problemen rond groepen Marokkaanse, Surinaamse en Antilliaanse jongeren in de grote steden mogen dan sinds kort wel uit de sfeer van het politieke taboe zijn gehaald, aan effectieve maatregelen ontbreekt het vooralsnog. Dat was de boodschap die de Amsterdamse hoofdcommissaris drs. E.E. Nordholt liet doorklinken in een toelichting op zijn nieuwjaarsrede.

Opmerkelijk is de speciale aandacht die het hoofdstedelijke politiekorps schenkt aan het groeiende probleem dat een aantal groepen allochtone jongeren veroorzaakt. Nordholt spreekt daarbij zelf liever van de “nieuwe kansarmen” in de maatschappij die bij gebrek aan scholing en werk in een uitzichtloze situatie terecht dreigen te komen. De kans dat wordt gekozen voor een criminele loopbaan neemt toe naarmate jongeren minder te verliezen hebben, zo is de redenering.

De cijfers schetsen daarbij een weinig opwekkend beeld. In Amsterdam is ongeveer de helft van de schoolgaande jeugd oorspronkelijk afkomstig uit Marokko, Turkije, Suriname en de Antillen. Alarmerend is daarbij de ontwikkeling in de werkloosheid. Is gemiddeld ongeveer een kwart van de Amsterdamse beroepsbevolking zonder werk, bij de verschillende groepen allochtonen liggen deze percentages aanmerkelijk hoger.

De aanpak van de problemen van jongeren die in het criminele circuit terecht dreigen te komen is tot dusver bepaald niet bemoedigend. Eind vorig jaar mislukte een preventieproject voor Marokkaanse jongeren met politiecontacten, een initiatief van de gezamenlijke gezinsvoogdij-instellingen, de raad voor de kinderbescherming en de afdeling jeugd- en zedenpolitie. Ook met de opvang van Antilliaanse jongeren die eerder door Nordholt werd bepleit wil het maar niet vlotten.

Door reeds vorig jaar aandacht te vragen voor de groeiende problemen in de grote steden en te wijzen op het gevaar van rassenrellen indien er geen maatregelen worden genomen, droeg Nordholt bij aan het openbreken van een taboe. “Als je de zaken niet durft te benoemen keren de mensen zich af van de politiek en krijgen democratie bedreigende, ultra-rechtse groeperingen een kans”, zo vatte de hoofdcommissaris zijn credo gisteren nog eens samen.

Dat alle politieke partijen het onderwerp inmiddels hebben opgepakt bleek ondermeer uit de vorig jaar gehouden discussies rond de hoofdstedelijke gemeentebegroting. Daarbij bleek echter tevens dat er nog weinig is nagedacht over concrete maatregelen. Het lijkt erop of het versnipperde minderhedenbeleid, de decentralisatie van het bestuur, maar ook het jarenlang ontwijken van de groeiende problemen onder de allochtone jeugd de slagkracht van het bestuur parten spelen.

Bij gebrek aan initiatieven is de Amsterdamse politie nu zelf aan de slag gegaan. Afgezien van het actieve wervingsbeleid onder allochtonen, wordt getracht om met name Marokkaanse jongeren die met de politie in aanraking komen nauwgezet te volgen en zo mogelijk aan een baan te helpen. Nordholt maakte gisteren diplomatiek, maar op niet mis te verstane wijze duidelijk dat de politie daarmee in wezen de klappen opvangt waar de politiek het laat afweten. “Naarmate men het in zo'n maatschappelijk vraagstuk aan de politie overlaat de problemen op te lossen, kunnen mensen die dat feitelijk moeten doen zich aan hun verantwoordelijkheid onttrekken”, aldus de hoofdcommissaris.

Los van deze opmerkingen kon Nordholt gisteren een aantal opmerkelijke resultaten presenteren. Afgaande op de criminaliteitscijfers lijkt de aanpak door de hoofdstedelijke politie van vooral de overvallen zijn vruchten af te werpen. Het aantal bank-, winkel- en straatovervallen is landelijk met een stijging van 20 procent een van de sterk groeiende veiligheidsproblemen. In Amsterdam daarentegen werd de trend gekeerd met een daling van 16 procent tot 470 gevallen.

Het vorig jaar speciaal ingestelde roofbijstandsteam, dat onder meer centraal informatie verzamelt, bewijst daarmee zijn succes. In navolging van de Amsterdamse politie is ook Rotterdam inmiddels overgegaan tot het instellen van een dergelijk team, terwijl ook Utrecht belangstelling heeft voor deze werkwijze.

De Amsterdamse politie zal dit jaar bijzondere aandacht gaan besteden aan het terugdringen van het aantal inbraken. Vorig jaar werden ongeveer 12.000 inbraken gepleegd, een stijging met ongeveer 10 procent. Ook het aantal autodiefstallen, in de Amsterdamse binnenstad van oudsher een taai ongerief, moet als het aan de hoofdcommissaris ligt dit jaar worden teruggedrongen.