LETTERHULP

Toen West Europa in 1945 werd bevrijd, ging dat niet alleen gepaard met de aanvoer van voedsel, sigaretten en kauwgum.

De Geallieerden hielden ook rekening met het geestelijk deel van de inwendige mens. Binnen een paar weken was er een weekblad dat Kijk heette - een kruising tussen Life en Look - en dat ons, naar nieuws uit de buitenwereld snakkenden, op Amerikaanse manier bekend maakte met wat daar gaande was. Een bijverschijnsel van dictatuur en bezetting is dat ze de tijd stilzetten en zodoende degenen die er het slachtoffer van zijn, provincialiseren. In vijf jaar was er een collectieve onnozelheid gegroeid van het soort dat de stadsbewoner de buitenman toeschrijft. Die staat altijd perplex als hij kennis maakt met de sensaties van de metropool. Kijk gaf de eerste blik op de rest van de wereld zoals die gewend was naar zichzelf te kijken.

In de oorlog probeerden we zo goed en zo kwaad als dat ging ons tekort te bestrijden. Met een vriendje luisterde ik door een korte golf-radio naar verslagen van ijshockeywedstrijden in Canada. Op donderdagavond was Eddy Condon's Jazz Concert. Dan voelden we dat we deel hadden aan een leven van onnoemelijk hogere orde aan de andere kant van de zee. Te lezen viel er niets behalve de opbeurende tot opruiende taal van de pamfletten die uit de lucht kwamen.

Maar de klassieken dan, zult u vragen. Natuurlijk, de klassieken! De dictatuur is de beste tijd om op zolder de klassieken te bestuderen. Je ontwikkelde een stevige belezenheid, van Multatuli tot Lombroso. Maar hoewel Douwes Dekker mooi heeft geschreven, en Lombroso belangrijke schedelmetingen heeft gedaan waarmee je de misdadige aanleg van je vader en moeder kon bepalen: de klassieken waren en zijn geen gidsen van wie je het laatste nieuws hoort. Ze krijgen onder dergelijke omstandigheden iets plichtmatigs, ja, iets dufs.

Vrijwel meteen na de voedselhulp van de Geallieerden volgde de eerste letterhulp. Behalve Kijk, dat door een of andere half-militaire instantie werd uitgegeven, kwamen er weldra reeksen goedkope boeken. Er was een Amerikaanse serie, ook gepubliceerd door de overheid, met een liberaal opgevatte politieke bedoeling; niet méér dan dat het denken van de Europeanen wat moest worden bijgespijkerd. Daarna kwam de echte letterhulp. Die bestond uit twee delen: de Zephyr Books en de serie paperbacks onder de verzamelnaam New World Writing. De Zephyr Books werden onder auspiciën van een aantal Amerikaanse en Engelse uitgevers door The Continental Book Company gedrukt in Zweden; paperbacks met een groene, een gele of een donkerrode stofomslag. Alle romans van Hemingway, Edmund Wilsons Memoirs of Hecate County, Faulkner, nog meer schrijvers aan wie de Nederlandse literaire élite van de jaren dertig voorbij was gegaan. The Sun Also Rises is nummer 146, zie ik. De Zephyr Books hebben ertoe bijgedragen dat mijn generatie Anglo-Amerikaans is gaan lezen. Alleen aan Sartre en Camus is het te danken dat er nu nog mensen van boven de zestig zijn die Frans lezen en het misschien zelfs een beetje spreken.

New World Writing was een reeks anthologieën in paperback; een waar wereldtijdschrift in boekvorm. Alle schrijvers die in de volgende tientallen jaren groot zijn geworden, en de rest van wie je nooit meer hebt gehoord, zijn in de deeltjes New World Writing te vinden. De echte bevrijding, dat wil zeggen de openbaring van het denken en schrijven "der anderen', die zich van ons onderscheidden omdat ze in de echte wereld waren gebleven, heeft zich niet in mei 1945 voltrokken. Dat bevrijd worden ging geleidelijk; die vorderde naarmate er meer van de echte wereld zichtbaar werd.

Intussen zijn we hier alweer meer dan twee jaar bezig voedselpakketten naar het Oosten van Europa te sturen. Had die allang niet moeten worden gevolgd door letterhulp? New World Writing uit de pen van de Euro-Amerikaanse literaire élite zoals we denken dat die er vandaag de dag uitziet?

Nee. De toestand in het Oosten is anders. De Polen, Russen, Hongaren enzovoort hebben onder de communistische gelijkschakeling hun literatuur voortgezet, op een dusdanige manier dat je in het Westen soms beter hun boeken kon lezen dan die van ons eigen fabrikaat. Het ging en gaat daar nog steeds om andere produkten van de drukpers: je maakt een intellectueel blijer met de Playboy dan met de New York Review of Books. En nu, na twee jaar, is het de vraag of ze daar nog wel zin in lezen hebben. Boekhandels worden gesloten, schouwburgen lijden nood, de toneelschrijver is president.

Maar toch: blijft zo'n voedselpakket met stevige kost niet wat mager als we er geen boekje bij doen? Toch een beetje letterhulp? Probeer eens te verzinnen wat er in een new world writing anno 1992 zou moeten staan; naar welk nieuws uit onze grote wereld van het Westen men in Moskou zit te snakken. Welke openbaringen hebben we, met uitzondering van die in Playboy, de zojuist bevrijde gebieden mee te delen?