Kinderen op het Puimsteeneiland; Kaos van de gebroeders Taviani

Dankzij de videorecorder ligt het binnen ieders bereik om films op te zetten alsof het muziek is. Willem Jan Otten zag in de twintig minuten "Epiloog' van de film Kaos het meest uitgesproken bewijs van “wat film allemaal kan”. Een kijker kan zich nu andermans beelden toeëigenen. “Misschien gaat iets voor mij pas leven als ik het stil kan zetten.”

Een man staat op een leeg perron. De trein waar hij uit is gestapt verdwijnt. We horen een stem. We begrijpen dat het de stem van de man is; hij steekt juist het spoor over, het station is piepklein. De stem vertelt: “Iemand had me naar Sicilië geroepen, ik wist niet wie”. De man staat stil en ziet een kind van een bergje zand rollen. Een suizende, Italiaanse-cinema-stilte. Een taxichauffeur (de enige daar ter plaatse ongetwijfeld) vraagt uit de verte of de man Amerikaan is. Een stem dichterbij zegt: “Luigi, ik breng je naar huis.” Onze man, die een beetje op Lenin lijkt, en op Tsjechov, en op Freud, maar die de schrijver Pirandello is, stapt in een rijtuig.

Zo beginnen de tweeëntwintig minuten die de Epiloog: Gesprek met Moeder van de speelfilm Kaos lang is. Ze behoren tot de mooiste minuten die ik ken, tot de eenvoudigste ook, de klaarste. Ofschoon er geen pistool in afgaat, doen ze in hun kale simpelheid denken aan de grote westerns van John Ford. Ondertussen is wat er verteld wordt grotendeels inwendig, wat we te zien krijgen bevindt zich niet in de Siciliaanse werkelijkheid die we zien, maar, zoals dat heet, "in het hoofd van het personage'. Deze twintig minuten bevatten misschien wel alles wat film volgens mij kan. Ze zijn geknipt voor mijn laatste stukje over film - deze Epiloog is het fragment dat ik vrienden en bezoekers het vaakst heb laten zien. Dankzij de videorecorder is het mogelijk om een stukje film op te zetten alsof het muziek is. Deze mogelijkheid heeft vijf jaar geleden mijn verhouding tot film en beeld veranderd. Ik kon mij bewegende beelden toeëigenen, ongeveer zoals ik dat met dichtregels en romanalinea's gewend was te doen. Film was niet langer de kunst van steeds maar meer, steeds sneller verbrandende beelden; er was zoiets denkbaar geworden als een persoonlijke, cinematografische bloemlezing. Misschien gaat iets voor mij pas leven als ik het stil kan zetten.

Wat kan film dan?

Ui

Als je Epiloog: Gesprek met Moeder gezien hebt dan tast je om te beginnen in het duister. Wat was de kern van dit verhaal binnen een verhaal binnen een verhaal? Het was als met de ui van Peer Gynt: de buitenste rok is het verhaaltje van Pirandello die naar zijn geboortestad is gereisd, “omdat iemand mij riep, ik wist niet wie”. Eenmaal in het lege huis voert hij een kort gesprek met zijn gestorven moeder. Zij wordt met lichaam en al in beeld gebracht. Dit is één van de dingen die film kan: een dode simpelweg in beeld brengen door haar precies even aanwezig te laten zijn als de levende; iedereen op het scherm is van licht, een "levend' personage is op zijn beurt al evenzeer iemand die al lang verdwenen is. De moeder is degene die Pirandello geroepen heeft; Zij leest haar zoon een onvergetelijke, raadselachtige les: “Leer de dingen te bekijken met de ogen van wie ze niet meer ziet”.

Dat is meteen ook het tweede dat film kan. Over twintig jaar zijn de gebroeders Taviani, die Kaos in 1984 hebben gemaakt, gestorven. Toch zullen we tot in lengte van dagen - als we hun nagedachtenis trouw blijven - de dingen kunnen bekijken met hun ogen. De afgelopen vijf jaar heb ik met de ogen van legio gestorven filmmakers gekeken, en letterlijk gezien wat zij zagen.

Daarna vraagt Pirandello zijn moeder een verhaal te vertellen, net als vroeger, hij heeft het dikwijls gehoord, “maar het is net alsof me er een detail van ontgaat”. Dan vertelt de moeder het verhaal, wat zeggen wil: ze begint te vertellen, en daarna nemen de beelden haar verhaal over, en zien we hoe ze als dertienjarig meisje met haar moeder en de andere kinderen van het gezin scheep gaat, op een vissersschip, richting Malta, waar de vader heen verbannen is. Deze overgang van verteld verhaal naar in beeld gebracht verhaal is een derde wonderbaarlijk wapenfeit van de film; telkens wanneer je die stijlfiguur ziet verander je van toehoorder in iemand die iets meemaakt; op een bepaalde manier word je zelfs de verteller, degene die de opgedane ervaring zal gaan navertellen. Geen kunstvorm die zoveel navertel-ijver veroorzaakt als de film. Ik zal de filmmakers die "met het verhaal willen breken' nooit begrijpen.

Halverwege de reis naar Malta doen de moeder, de kinderen en de film het Puimsteeneiland aan. Daar mogen de kinderen, ook het meisje dat Pirandello's moeder is (en van wie we weten dat zij dit allemaal als overledene navertelt) van een hoge puimzandhelling de zee in rollen.

Dat krijgen we te zien.

Dat is alles.

Daarna zien we nog even Pirandello, hij zit in een lege kamer, de overleden moeder is er niet meer.

Er is ons een detail ontgaan.

De zee in

Toch ken ik geen vervoerender beeld dan dat van de kinderen in deze Epiloog die van het puimzand de zee in stuiven. In dit beeld culmineert alles wat film kan, dat weet ik zeker, het geeft me een beweging die ik als geen ander ken, die iedereen als geen ander kent: hoog op een heuvel, of een duin, staan en naar beneden stuiven richting zee, maar ik beweeg niet mee, ik zit in de kamer op een bankjes niet ver van een kerstboom en kijk naar een scherm, ik stuif helemaal niet mee, degenen die daar stuiven worden geacht in "1948' te stuiven. Het speciale meisje dat daar stuift is helemaal mijn moeder niet, zij is de moeder van een personage dat ik ook al niet ben, en zelfs die is zij niet, zij is een meisje, voorstellende de jongere versie van een oude actrice die we even tevoren hebben zien spreken terwijl wij dachten: die is dus dood, en bovendien, Pirandello is ook al meer dan een halve eeuw dood, dus die man die luistert naar een verhaal dat ik zie is ook al in het geheel niet degene voor wie ik hem verslijt. En het feit dat zijn stem in het begin vertelde dat iemand hem naar Sicilië had geroepen, is ook al ongelooflijk, want dat zijn weliswaar woorden van Pirandello zelf, maar wat hij, in zijn verhaal, in zijn boek, heeft geschreven, weet ik niet, want al tijdens zijn eerste zin was hij een beeld, en niet de "verteller'.

Wat wilde de moeder vertellen toen zij haar zoon vertelde dat ze onderweg naar Malta van een puimzandhelling heeft gestuifd?

Pirandello weet het niet, er is hem, zegt hij zelf, een detail ontgaan... De gebroeders Taviani weten het ook niet, ze weten hetzelfde niet als hun bewonderde Pirandello. Ze hebben kinderen laten stuiven van puimzand, wetend: als wij ze laten stuiven, en er klinkt een flard uit de Mozart-aria "L'ho perduta... me mechina', zijnde de lievelingsmuziek van de moeder, zijnde het melodietje dat gedurende de voorafgaande minuten steeds als een halfvergeten, door je hoofd spiralende gedachte heeft geklonken, dan stuiven er dezelfde kinderen als er in Pirandello's geheugen stuifden, en die stuiven omdat er eens in 1848 een moeder heeft gestuifd - en meer is niet nodig.

Film is beweging, en wat film ten slotte kan is: ons bewegen. Zij kan een beweging in een zenuwstelsel veroorzaken. Dit heeft zij gemeen met muziek, die je al evenzeer al voortbewegende raakt. "Het', de emotie, gaat gepaard met een sensatie van verstrijken. Daaraan herken je de emotie van echt door een film geraakt te worden: aan het gevoel dat je een detail is ontgaan. Het was niet een fixeerbaar, bestudeerbaar, isoleerbaar ogenblik waarop de ontroering ontstond. Het gebeurde terwijl de tijd verstreek, terwijl de kinderen stuifden, en ze stuifden nadat er een dode gesproken had, en die sprak nadat haar zoon het lege geboortehuis betreden had en uit het raam de rode zeilen van een vissersschip voorbij had zien glijden. De ene beweging riep de volgende op, het waren letterlijk de bewegingen van blikken, van een camera die langs zijn werkeljkheid streek, van een film die langs mijn netvlies gleed. "Het' is voorbijgaand; film is een kwestie van details die je ontgaan; het besef dat het je ontgaat terwijl je geraakt wordt is de ontroering; alles wat je raakt is voorbij.