Kansen voor beleggers in Latijns Amerika

De Latijnsamerikaanse effectenbeurzen hebben een opvallende prestatie geleverd in het 499ste jaar na de aankomst van Christopher Columbus in de Amerika's. En de meeste deelnemers aan deze opkomende beurzen denken dat zij een goede kans maken ook in het 500ste jaar succes te hebben.

De belangrijkste effectenbeurzen - Argentinië, Brazilië, Chili en Mexico - leverden de beleggers gezamenlijk in dollars uitgedrukt een totale koersstijging op van 106,4 procent. Deze ontstond in de periode van 1 januari tot en met medio december. De becijferingen zijn afkomstige van International Finance Corporation (IFC), een onderdeel van de Wereldbank.

De Argentijnse aandelenbeurs heeft het door zijn beleggers geïnvesteerde meer dan verviervoudigd, met een totale koerswinst van 323 procent; Brazilië heeft zijn winst ondanks de economische moeilijke tijden en een gierende inflatie meer dan verdubbeld; de winsten in Mexico waren 92,7 procent, in Colombia 141 procent, in Chili 87 procent en in Venezuela meer dan 30 procent. Tegen deze supersnelle sprinters stak de rest van de wereld af als een kalme wandelaar.

Het optimisme dat de koersstijgingen onderbouwt, is gebaseerd op een aantal vooronderstellingen. De economische hervorming schrijdt in veel Latijnsamerikaanse landen met grote snelheid voort en er bestaat een gerede kans op overeenstemming over staatsschuldsanering bij twee van de grotere economieën in de regio, Argentinië en Brazilië. Beide factoren bieden het vooruitzicht op een herleving van de economische groei.

De tekenen blijven er op wijzen dat de inwoners hun zogenoemde vluchtkapitaal repatriërenen een deel ervan in aandelen beleggen. “Latijnsamerikaanse aandelenbeurzen hebben nog steeds heel wat ruimte om te stijgen ” zegt Marc Wenhammer, de portefeuillebeheerder van Latin American Securities in Londen, een beheersinstituut dat voor ongeveer 500 miljoen Amerikaanse dollar aan Zuidamerikaanseaandelenbeleggingen beheert.

Toch doemen enige wolken op aan de horizon. De opwaartse kracht van de aandelenkoersen, met name in Mexico, heeft sinds begin 1990 vele nieuwe aandelenemissies gestimuleerd, vooral gericht op nuitenlandse beleggersd. Samen met de op gasng gekomen privatisering van staatsbedrijven worden de met emissies overspoelde aandelenbeurzen door velen als een gevaar gezien.

Marktwaarnemers zijn zich bewust van het risico dat de grote opbouw van buitenlands kapitaal op sommige markten zich drastisch in een uitstroom kan transformeren zodra de goede vooruitzichten verslechteren.

Caroline Tillott van John Govett in Londen wijst erop dat buitenlandse investeringen in de Mexicaanse markt dit jaar verviervoudigden tot ongeveer 17 miljard dollar, een vijfde van de totale beurswaarde.

Volgens Lincoln Rathnam van de opkomende marktengroepen van Scudder, Stevens & Clark's in New York zijn buitenlanders voor de helft eigenaar van Telmex, de vorig jaar geprivatiseerde telefoongroep die verantwoordelijk is voor een derde van de Mexicaanse marktkapitalisatie van de ter beurze genoteerde ondernemingen.

Problemen bij de onderhandelingen over de Noordamerikaanse Vrijhandelsovereenkomst, waarover momenteel wordt onderhandeld tussen de Verenigde Staten, Canada en Mexico, zouden hard kunnen aankomen in Mexico. Zoals de zaken nu staan, kelderen de aandelenkoersen bij ieder seintje uit Washington dat de overeenkomst wellicht zal afketsen vanwege de omstandigheid dat dit jaar in de VBerenigde Staten presidentsverkiezingen plaatsvinden. Mexico en ook andere Midden- en Zuidamerikaanse landen hebben in dit opzicht direct te lijden van de economische zwakte van de VS.

Een verlies van vertrouwen in Mexico zou snel zijn weerslag kunnen hebben op de andere markten. Maar investeerders zijn inmiddels toch wel enigszins gewend geraakt aan verandering van de beursstemming.

Net als bij andere opkomende aandelenmarkten, zijn zij ook gewend geraakt aan praktijken waar men bij meer ontwikkelde markten de wenkbrauwen fronst.

Rathnam antwoordt op de vraag naar bij voorbeeld handel met voorkennis: “Er zijn weinig overtredingen omdat het in de meeste plaatsen niet onwettig is.” Veel bedrijven zijn nog steeds in particulier bezit en het aantal aandelen dat bij het beleggend publiek in omloop is, is meestal gering: management-dealings in aandelen hebben op die manier vaak een ongehoorde invloed op de prijzen.

Het lezen van balansen heeft ook zijn gevaren. Inflatie van de mate waarop die zich in Brazilië voordoet, van meer dan 20 procent per maand, vertekent de bedrijfsresultaten omdat men bij het doorgronden van de gang van zaken meer bezig is met financiële transacties dan met de produktiecijfers.

Desondanks zeggen portefeuillebeheerders dat wat betreft toegankelijkheid Latijns-Amerika gunstiger is dan veel andere "emerging markets' (opkomende markten). Zo bestaan in Chili regels die de snelheid beperken waarmee een belegger gekochte aandelen weer kan verkopen. Daarentegen bestaan er weinig deviezenrestricties. De meeste belangrijke effectenbeurzen zijn gemoderniseerd: portefeuillebeheerders beweren dat de levering van stukken (clearing) en hert verrekenen van transacties over het algemeen goed is geregeld. Eén beruchte uitzondering is Venezuela, maar zelfs hier wordt in 1992 een verbetering verwacht door modernisering van het beurssysteem.

De meeste Zuidamerikaanse aandelenbeurzen zijn nogal illiquide, hetgeen betekent dat het vaak moeilijk kan zijn aandelen te verkopen zodra de stemming is omgeslagen.

Aan de andere kant zijn de ratio's van marktkapitalisatie tot bruto nationaal produkt zodanig dat verdere groei van de markt onvermijdelijk lijkt.

Volgens Wenhammer zijn de koers-winst verhoudingen (de verhoudingen van de winst per aandeel tot de beurskoers van het aandeel) in Mexico 12, in Chili 14, in Venezuela 24 en minder dan 6 in Brazilië. Met uitzondering van Mexico zijn deze cijfers gebaseerd op steekproeven en moeten zij met de nodige voorzichtigheid worden bezien. Maar zij suggereren dat Venezulaanse aandelen hoog gewaardeerd worden en dat de Braziliaanse aandelen een enorm potentieel hebben zodra blijkt dat de economie vanm dat land weer in het spoor zou worden gezet en vaart gaat vertonen.

Alexander Zagoreos van Lazard Frères Asset Management in New York belegt via beleggingsfondsen. Hiermee vermijdt hij de liquiditeitsproblemen die zijn verbonden met een directe investering.

Hij had al enige tijd een meer dan normaal belang in Latijns-Amerika.Hij brengt onder de aandacht dat een belang van slechts 0,5 procent in bijvoorbeeld Korea in het begin van de jaren tachtig genoeg was om te garanderen dat een portefeuillemanager gedurende het grootste deel van het afgelopen decennium tot de best presterende behoorde.

Die terugblik bepaalt bij hem het toekomstbeeld van Latijns-Amerika: als de aandelenbeurzen zich zullen gedragen zoals het verleden hem heeft geleerd, dan zullen de koerswinsten hoog zijn; als de beurzen instorten dan zal het effect op zijn portefeuille uiterst beperkt zijn, omdat er maar zo'n klein bedrag in die landen is genvesteerd.

© Financial Times