Joegoslavie; De Gordiaanse knoop blijft

Milosevic, Kadijevic et Tudjman volente zwijgen vanavond in Kroatië de kanonnen: om zes uur gaat het gisteren door VN-afgezant Vance afgedwongen bestand in. Het wordt volgens het persbureau Tanjug een “absoluut” bestand. Wat die toevoeging betekent, zal nog moeten blijken, maar wellicht is ze bedacht om het vijftiende bestand te onderscheiden van de veertien vorige. Die werden prompt gebroken, maar die waren dan ook niet absoluut.

Toch onderscheidt dit vijftiende bestand zich wellicht van de vorige. Beide partijen - Tudjmans Kroaten aan de ene kant, Milosevic' Serviërs en Kadijevic' federale leger aan de andere - hebben wellicht meer dan in het verleden belang bij een adempauze. Het verloop van de strijd maakt duidelijk dat geen van beide partijen in staat is de andere een nederlaag toe te brengen. Beide partijen boeken hun deeloverwinningen en lijden hun deelnederlagen, maar tot een definitieve slag zijn ze niet in staat. En de dagelijkse prijs in termen van mensenlevens weegt steeds zwaarder: zowel in Servië als in Kroatië is sprake van oorlogsmoeheid, en die heeft met name in Servië geleid tot een bereidheid in het onderhandelingsproces wat in te schikken.

Daarnaast is vooral Servië politiek onder tijdsdruk komen te staan. Over twaalf dagen zullen de lidstaten van de EG (en in hun kielzog een groot aantal andere landen: Bulgarije, Hongarije, Oostenrijk) overgaan tot erkenning van de onafhankelijkheid van Kroatië en Slovenië en wellicht ook van die van Bosnië en Macedonië. De Serviërs hebben zich inmiddels neergelegd bij de onvermijdelijkheid van de afscheiding van Kroatië, al blijven ze erbij dat het moet gaan om een Kroatië in "nieuwe' grenzen, dus zonder de door Serviërs bewoonde gebieden. Een mogelijke erkenning van Bosnië betekent voor de Serviërs een heel nieuw probleem. De omvangrijke Servische minderheid in Bosnië wil van die onafhankelijkheid niets weten en eist, mochten de moslims en de Kroaten (de grootste respectievelijk de derde bevolkingsgroep in Bosnië) de onafhankelijkheid doordrijven, aansluiting bij Servië. Ze hebben zich al eenzijdig in een autonoom gebied verenigd en staan klaar zich bij Servië aan te sluiten zodra de EG Bosnië erkent. Een internationale erkenning van Bosnië zou het vervolgens voor Servië veel moeilijker maken aan de grenzen van deze republiek te morrelen.

Het is in dat licht geen wonder dat de Servische president Milosevic al in de loop van vorige week de weg van de confrontatie verliet, zich voor het eerst gematigd uitliet over de Bosnische moslims en zowaar zelfs enige kritiek uitte op de leiders van de Serviërs in Bosnië. Het is al evenmin een wonder dat hij achter de schermen zijn bondgenoten in Bosnië heeft gevraagd hun wild geraas even te staken: er zijn nu even andere prioriteiten.

Het lijkt nog te vroeg om, zoals Vance heeft gedaan, van een doorbraak te spreken - zelfs als vanavond de wapens in Kroatië zwijgen. Het is ook nog onduidelijk wat de in Kroatië vechtende Servische milities doen: niemand weet precies hoe zwaar het woord van de Servische president Milosevic bij die milities weegt en of zij zich zullen houden aan een door hem ondertekende wapenstilstand. Het is niet onmogelijk dat die milities doorvechten; en als zij doorvechten, vechten de Kroaten ook door en heeft het vijftiende bestand de waarde en de duur van de veertien vorige.

Op de langere termijn moet de eerste werkelijke doorbraak nog komen: er zal gepraat moeten worden over de Kroatische grenzen, en op dat front lijkt absoluut geen doorbraak in zicht: de Kroaten houden vast aan de oude grenzen, de Serviërs eisen grote delen van Slavonië, Banië en Krajina op. Ook in Bosnië lijkt politiek niets op een versoepeling te wijzen, ook hier gaat het om de toekomstige grenzen. Het is hoogst onwaarschijnlijk dat op de wat langere termijn Bosnië buiten de strijd blijft: veeleer kan worden verwacht dat in deze etnisch zo gemengde republiek vandaag of morgen de vlam in de pan slaat. En dan is de Balkan heel ver van vrede af, want in het bergachtige Bosnië zal de strijd niet alleen op het niveau van de "gewone' oorlog worden gevoerd, maar ook op het niveau van de guerrilla. Het vijftiende bestand kan dus belangrijk zijn, maar de Gordiaanse knoop ligt er nog.