H.G. ABMA 1917-1992; Dominee en politicus

Dominee H.G. Abma, voormalig lid van de Eerste en Tweede Kamer namens de SGP, is gisteren op 74-jarige leeftijd overleden in Putten. Abma was van 1963 tot 1981 lid van de Tweede Kamer, waar hij de bijnaam "de dominee' kreeg. Met zijn opmerkelijke blik naar het plafond vertolkte Abma op het spreekgestoelte de mening van de Staatkundig Gereformeerde Partij, waarvan hij in 1971 fractievoorzitter werd. Na zijn vertrek uit de Tweede Kamer in 1981 was Abma nog tot 1986 lid van de Eerste Kamer. Tot 1987 was hij lid van de gemeenteraad van Putten.

Voordat hij plaatsnam in de groene bankjes van de Tweede Kamer was Abma predikant in Driesum, IJsselstein, Rotterdam, Monster en Putten. In 1963 kwam hij als derde op de SGP-lijst in de Kamer. Toen was het, zoals Abma in een vraaggesprek ooit zei, “meer gebruikelijk dan nu dat er een predikant in de fractie zou zitten”. Abma kreeg bij het begin van zijn politieke loopbaan de "rechten van emeritus-predikant' zodat hij 's zondags kon blijven preken. Hij reisde op donderdag na afloop van het Kamerwerk per trein naar Putten om er zijn preek voor te bereiden.

Hij kon geen afscheid nemen van het preekgestoelte. “Het preken vermoeit mij net zomin als wanneer ik onder het gehoor zou zitten. Je zou toch geen rust hebben als je zelf niet het stuur in handen hebt. Ik doe het liever zelf”, zo drukte hij het uit. Hij placht het spreekgestoelte in de Tweede Kamer graag te vergelijken met de kansel. “In de Kamer is ook een soort preekgestoelte. Het is toch een katheder, een beetje verhevenheid waar je staat. Het gehoor is natuurlijk wel een iets anders, wat luidruchtiger en beweeglijker dan in de kerk.”

In de Tweede Kamer waarschuwde Abma tegen “ondermijning van godsdienst en zedelijkheid”. De mens, "onbekwaam tot enig goed', werd volgens Abma sterk bedreigd door de moderne samenleving. Zedenverwildering, verdovende middelen en gezagsondermijnende lectuur vormden, zo meende ds. Abma, een aanslag op de “christelijke grondslagen van de Nederlandse staat”. De SGP is altijd een fervent tegenstander van de televisie geweest en Abma weigerde - net als andere fractieleden van de SGP - een vraaggesprek voor de camera.

Ook keerde de SGP-leider zich tegen subsidies voor culturele doeleinden. “Onder de vlag cultuur gaat een hele lading dynamiet schuil die onder de samenleving wordt gelegd”, zo meende Abma. Hij pleitte voor herinvoering van de doodstraf met een beroep op Romeinen 13: de overheid draagt het zwaard niet tevergeefs.

Als principieel protestants politicus uitte Abma regelmatig kritiek op het CDA. Hij hekelde de ARP en CHU wegens hun deelname aan het CDA. “Het is een ellendig teken van de tijd dat het christelijk erfgoed klakkeloos wordt prijsgegeven voor een schamel beetje macht.”

In 1985 trad Abma uit het hoofdbestuur van de SGP omdat hij het niet eens was met de benoeming van de huidige fractieleider, ir. B.J. van der Vlies, tot lijsttrekker. Hij meende dat er onzorgvuldig was gehandeld ten aanzien van het Kamerlid C.N. van Dis, bij wie verwachtingen voor het lijsttrekkerschap waren gewekt.