Gouverneur Bank of England steunt economisch beleid van regering-Major; "Britse rente hoeft Duitse niet te volgen'

LONDEN, 3 JAN. De gouverneur van de Bank of England, Robin Leigh-Pemberton, ziet geen onmiddellijke noodzaak voor verhoging van de Britse bankrente. Hij meent bovendien, net als de Britse regering, dat een devaluatie van het pond sterling binnen het EMS geen oplossing is voor de moeilijkheden waarin de Britse economie verkeert.

Leigh-Pemberton greep een televisie-interview, gisteren, aan om de boodschap te herhalen, die premier John Major en minister van financiën Norman Lamont de afgelopen dagen in verschillende toonaarden hebben herhaald. Met hen meevechtend tegen een tij van groeiende scepsis in, zei de gouverneur van de centrale bank dat hij verwacht dat 1992 een herstel van de groei te zien zal geven.

Het geringste vertoon van groei zal Leigh-Pembertons huidige werkgevers, de Conservatieve regering, méér dan welkom zijn. Vóór half juli 1992 moet premier Major algemene verkiezingen uitschrijven, terwijl zijn partij in de opiniepeilingen met 3 tot 6 procent blijft achterop lopen op Labour. Die partij richt haar campagne nu al op “de puinhoop” die de Conservatieven van de binnenlandse economie hebben gemaakt: meer dan 2,5 miljoen werklozen, bijna 200 failissementen van bedrijven per werkdag in 1991 en naar verwachting 80.000 gezinnen die dit en vorig jaar hun huis uitmoe(s)ten omdat ze de hypotheek niet langer kunnen betalen.

De gouverneur ontkende in zijn vraaggesprek dat een onmiddellijke verhoging van de bankrente nodig zou zijn om het pond sterling te beschermen. De Britse munteenheid heeft onderin het EMS geschommeld, sinds de Duitse Bundesbank op 20 december haar disconto verhoogde. De meeste Europese landen werden daardoor gedwongen hun rente eveneens op te schroeven, maar de Britten boden weerstand, ook al omdat een renteverhoging politiek desastreus voor de regering zou zijn. Leigh-Pemberton maande gisteren op zijn beurt het hoofd koel te houden en tot het vermijden van “reflex-reacties” zoals devaluatie van het pond binnen het EMS.

“We moeten nu met koelbloedigheid optreden en vasthouden aan het beleid van de afgelopen 15 maanden, dat is gebaseerd op het wisselkoerssysteem (van het EMS) - stabiliteit van rentetarieven, stabiliteit in wisselkoers en uiteindelijk en daardoor stabiliteit in prijzen.”

De uitlatingen van Leigh-Pemberton over handhaving van de waarde van het pond binnen het EMS, plus de relatieve zwakte van de D-Mark, maakten dat het pond gisteren bijna 2 pfennig in waarde steeg tot 2,8550 D-mark.