Gestoorde populist versus legerleider die over lijken gaat; Georgië: ordinaire machtsstrijd

Guerrilla-achtige sluipschutters, die de prachtige Roestaveliboulevard in puin schieten, het negentiende-eeuwse hotel Tbilisi gereduceerd tot een smeulende ruïne, huilende vrouwen, pantserwagens in de stad: de beelden uit de Georgische hoofdstad Tbilisi beginnen akelig sterk te lijken op de beelden uit Joegoslavië. De twee weken geleden plotseling opgelaaide strijd heeft volgens persbureau TASS al aan ten minste honderd mensen het leven gekost.

President Zviad Gamsachoerdia verschuilt zich al weken in de kelders van het pompeuze Regeringshuis, dat bewaakt wordt door een gestaag slinkend aantal loyale gardisten. Deze veste is het voornaamste doelwit van de gewapende oppositie. Gamsachoerdia krijgt steeds diepere en zwartere kringen onder zijn ogen. Begin deze week lukte het de BBC wonder boven wonder nog om hem aan de telefoon te krijgen - telefoonverkeer met Tbilisi is praktisch onmogelijk - maar na moeilijke vragen mompelde hij slechts: “I don't have time, I am sorry, this is counterrevolution”.

Zviad Gamsachoerdia was de eerste president van een Sovjet-republiek die zich door het hele volk liet kiezen. Hij kreeg in mei 1991 86 procent van de stemmen. Nog geen drie maanden later werd hij geconfronteerd met een gewapende oppositie, aangevoerd door zijn vroegere klasgenoot en strijdmakker Tengiz Kitovani, minister van defensie en hoofd van zijn nationale garde, die hij kort voor de mislukte staatsgreep in Moskou de laan had uitgestuurd. De geschoffeerde Kitovani legde de wapens niet neer en verschanste zich met een onbekend aantal gewapende nationale gardisten in een pionierskamp even buiten Tbilisi. In september bezette hij het televisiecentrum in de hoofdstad, richtte een 120-mm kanon op het presidentiële paleis en begon zijn knikkervriend uit te roken.

Gamsachoerdia is een der bekendste zonen van het Georgische volk, nationaal dissident, fel anticommunist en strijder voor de rechten van de mens. Als lid van de Georgische Helsinkigroep werd hij in 1978 samen met Merab Kostava gearresteerd. Hij sloeg door, bekende schuld op de televisie en kreeg een lichte straf. Een pijnlijk moment uit zijn biografie en velen zeggen dat het daarna nooit meer helemaal goed is gekomen met de volksheld. Kostava daarentegen hield stand tegen de KGB en kreeg dan ook zeven jaar strafkamp. Hij werd daarmee voor Gamsachoerdia een levende herinnering aan een onaangename misstap. Na het aantreden van Gorbatsjov begonnen de twee desalniettemin gezamenlijk oppositie te voeren. Pas nadat Kostava, naar men zegt in Tbilisi de enige die echte invloed had op Gamsachoerdia, bij een auto-ongeluk omkwam, begon hij zijn vleugels uit te slaan.

Eerst was hij gewoon een van de leiders van een van de vele kleine oppositiegroepjes die in Tbilisi opbloeiden. Veel geschreeuw en weinig wol en een zeer bedenkelijke minderhedenpolitiek. In vraaggesprekken verklaarde hij zonder blikken of blozen dat Moskou radio-actief besmet vlees uit Tsjernobyl in Georgische bodem had begraven om de Georgiërs uit te roeien. Of dat de honderdduizend Osseten in de provincie Zuid-Ossetië zich opmaakten om het vier miljoen koppen tellende edele Georgische volk af te slachten. Het was Gamsachoerdia die twee jaar geleden tienduizenden Georgiërs naar Tschinvali, de hoofdstad van Zuid-Ossetië, leidde om de Osseten via een "vreedzame dialoog' van hun autonome dwaalwegen terug te brengen. Dit was het begin van een bloedige burgeroorlog tussen de twee volkeren, die inmiddels het openbare leven in Ossetië volledig heeft ontwricht.

In Tbilisi verhoogde Gamsachoerdia intussen zijn populariteit met zijn onverbloemde communistenhaat. Die had hij met meer oppositionelen gemeen, maar bij de eerste vrije parlementsverkiezingen, in november 1990, manoeuvreerde hij handiger dan de rest. Wendden zijn straatmakkers zich hooghartig van deelname aan de door de communisten overheerste verkiezingen af, Gamsachoerdia draaide op tijd bij en ging met de eer strijken. De communisten leden een verpletterende nederlaag en Gamsachoerdia werd parlementsvoorzitter. Met de belofte van totale onafhankelijkheid ging hij vervolgens de presidentsverkiezingen in, waarbij hij zijn tegenkandidaten door middel van intimidatie het voeren van een normale verkiezingscampagne praktisch onmogelijk maakte. Het volk koos massaal voor hem en bij het uitroepen van de onafhankelijkheid danste het in de straten.

Toen kwamen de intellectuelen tot bezinning. Langzaam brak het besef door dat Georgië van de regen in de drup was geraakt. Steeds hardnekkiger werden de verhalen over Gamsachoerdia's paranoia, zijn dictatoriale neigingen, zijn incompetentie en de volstrekte willekeur van zijn beleid. De kranten stonden vol met ontslag- en benoemingsberichten en de president raakte verwikkeld in een waanzinnige stoelendans, die ingegeven leek door achterdocht en vriendjespolitiek. Bovendien begon het erop te lijken dat Gamsachoerdia's anticommunisme niet zo diep zat, want hij leek niet van plan privé-initiatief te stimuleren, sloot Georgië hermetisch af van de buitenwereld, begon de pers te censureren en stelde zelfs in zuiver stalinistische traditie voor de voedselschaarste te bestrijden door de boeren massaal te beroven van hun produktie.

De straatoppositie begon zich dan ook al snel te roeren. Daarnaast groeide de oppositie in het Georgische parlement. In augustus nam zijn premier Tengiz Sigua ontslag uit onvrede over zijn beleid. Voor Gamsachoerdia was dat een klap, want Sigua gold als onkreukbaar en populair, een ideale oppositieleider.

Begin september gaf Gamsachoerdia de oppositie een aanleiding. Na felle kritiek op de halfslachtige houding die hij tijdens de Moskouse staatsgreep had aangenomen, liet hij een demonstratie van de straatoppositie door de politie uit elkaar slaan. Uit protest tegen de eenzijdige berichtgeving op de televisie bezette de parlementaire oppositie, onder wie bekende persoonlijkheden als filmregisseur Eldar Sjengelaja, het televisiecentrum. Gamsachoerdia werd zo gedwongen zijn propaganda-uitzendingen met behulp van een noodaggregaat voort te zetten. Nu zag Kitovani zijn kans schoon: hij wierp zich op als de verdediger van het Georgische volk, bombardeerde Sigua tot volksleider en drong de stad binnen. Hij bezette het televisiecentrum.

De parlementaire oppositie bevond zich nu opeens in een kamp met de legercommandant, een wat ongemakkelijke positie, zeker toen de gardisten met scherp begonnen te schieten. Gamsachoerdia had hier een sterk argument: wanneer een door het hele volk gekozen president zijn paleis wordt uitgeschoten, kun je dat bijna niet anders noemen dan een staatsgreep. Met democratie heeft het in ieder geval niets te maken.

Als goedkope populist wist de in het nauw gedreven Gamsachoerdia maar één oplossing: hij mobiliseerde de plattelandsbevolking. Busladingen met boeren werden aangevoerd. Dagenlang hielden zij meetings voor het presidentiële paleis, compleet met lofzangen, gebeden en hagiografische portretten van de leider, die niet schroomde om het volk als levend schild te gebruiken. De president zweepte zijn aanhangers dagelijks op en verschillende keren kwamen voor- en tegenstanders als woedende menigtes tegenover elkaar te staan, slechts gescheiden door een rijtje autobussen en wanhopige agenten. Al gauw ontstond een patstelling. Na twee weken schermutselingen in de stad trok Kitovani zich onverrichterzake terug in de bergen, zoals nu is gebleken alleen maar om nieuwe krachten te verzamelen.

Een nieuwe aanleiding voor hervatting van de strijd werd het proces tegen actieleider Gia Tsjantoeria, die in september was gearresteerd. Ook zetten sommige Georgiërs vraagtekens bij Gamsachoerdia's weigering om tot het Gemenebest toe te treden. Zijn isolationisme heeft de bevolking tot nu toe niks dan ellende gebracht. Inmiddels is de strijd op een echte burgeroorlog uitgelopen. De parlementaire oppositie probeert zich daarvan nu te distantiëren. Ze ziet langzamerhand in wat eigenlijk in september al duidelijk was: tussen Kitovani en Gamsachoerdia woedt een ordinaire machtsstrijd, en al mag Gamsachoerdia gestoorder zijn dan Kitovani, de legercommandant gaat over lijken. Ook van de straatoppositie is niet veel gezond verstand te verwachten. Nadat Kitovani Tsjantoeria uit de gevangenis had laten bevrijden, riep dit jonge heethoofd dat de straten van Tbilisi in een zee van bloed zouden veranderen als Gamsachoerdia zich niet overgeeft.

Het is een nare geschiedenis: een vernederde dissident die aan achtervolgingswaan ten prooi is gevallen, een volk dat zich liet verblinden door haat tegen Moskou en koos voor een minidictator, een straatoppositie die graag met bommen en granaten speelt en geen enkel gevoel voor verantwoordelijkheid kent en een parlementaire oppositie die zich monddood gemaakt voelt en als een kat in het nauw rare sprongen maakt. En het meest krankzinnige in dit verhaal: de paranoia van Gamsachoerdia is door zijn eigen toedoen werkelijkheid geworden. Dat moet een nachtmerrie zijn. Ook dit is een erfenis van zeventig jaar totalitair bewind.