Geen plaats voor indringers bij vrouwenkernploeg; Individuele benadering coach Koops slaat aan

HEERENVEEN, 3 JAN. Arie Koops, kernploegcoach van de vrouwenschaatsers, keek gistermiddag in een opperbeste stemming terug op de eerste dag van de Nederlandse afstandskampioenschappen. De jonge, onervaren begeleider constateerde na de drie kilometer opgelucht dat er zich geen "indringers' hadden aangediend die voor onrust kunnen zorgen in de voorbereiding op de Olympische Winterspelen.

De keuzeheren van de schaatsbond en het NOC willen op het troosteloze evenement in Heerenveen ook niet-kernploegrijders een kans geven zich te kwalificeren voor Albertville. Maar het elitekorps bij de vrouwen dat de afgelopen jaren regelmatig hevig onder vuur werd genomen door gewestelijke rijdsters, kwam dit keer ongeschonden uit de strijd. Van Gennip, voor het eerst in het seizoen overtuigend winnares, Zijlstra en Van Schie onderstreepten hun kandidatuur door een potentiële concurrente als Hanneke de Vries op afstand te houden.

Koops zal het drietal morgen dan ook voordragen voor een olympisch toegangsbewijs op deze afstand. “Ik was over deze kandidaten alleen gaan twijfelen als een buitenstaander zich zeer nadrukkelijk had gemanifesteerd. Dat is dus niet gebeurd”, concludeerde Koops tevreden. De 28-jarige schaatscoach bleef gisteren verschoond van gezichtsverlies, waarmee zijn voorganger Jan Wiebe Last in het verleden wel enkele keren werd geconfronteerd.

Integendeel, op nationaal niveau lijken de schaatsmeiden op de goede weg. Internationaal is dat nog de vraag. Een herhaling van de gouden oogst van Van Gennip zit er niet in en op het EK zal over twee weken al duidelijk worden hoe groot de kloof is tussen de Nederlandse en Duitse rijdsters. Koops optimistisch: “We zijn nog nooit zo dicht bij ze in de buurt gekomen als dit seizoen bij de wereldbekerwedstrijden in Berlijn. Ik acht het niet onmogelijk dat Gunda Kleemann in Albertville wordt verslagen. In Calgary werd Karin Kania vooraf ook onoverwinnelijk. Van Gennip heeft toen het tegendeel bewezen.”

Koops houdt van een individuele benadering en dat schijnt nogal aan te slaan in de kernploeg. Carla Zijlstra sprak gisteren haar waardering uit over de aanpak van de student bewegingstherapie. Zij heeft haar persoonlijke trainer geheel aan de kant geschoven en vaart haar kompas nu volledig op de trainingsschema's van Koops. Zijlstra: “Arie kent veel coaches in andere sporten en die kunnen ons ook van dienst zijn. De kwaliteit van de duur- en sprinttraining is beter geworden. Je werkt veel gerichter ergens naar toe. Ik voel me nu een stuk fitter tussen de wedstrijden door.”

Zijlstra reed als warming-up voor de drie kilometer, die zij afsloot op een tweede plaats met een tijd van 4.30,54 minuten, ook nog even de 500 meter. Een afstand waarop zij tijdens de Winterspelen niets te zoeken heeft. “Maar dat was om ervoor te zorgen dat ik lekker op m'n schaatsen kwam te staan. De energie die je op de 500 meter verbruikt is na een uur toch weer aangevuld. Die sprint bezorgde me een prikkel die ik nodig had op de drie kilometer.”

De individuele begeleiding van Koops bracht met zich mee dat verschillende rijdsters zich vorig jaar moesten onderwerpen aan krachttraining. “Ik heb een eigen wijze van werken. De persoon staat bij mij op voorop. Schaatsen blijft toch een individuele sport. Je kunt niet iedereen hetzelfde laten doen. Mede door de krachttraining is er dit jaar meer getraind dan vorig seizoen. De basisconditie is daardoor beter geworden”, aldus de kernploegcoach, die zich alleen een beetje ontevreden toonde over Lia van Schie. De nummer drie van het WK van vorig jaar sloot de drie kilometer af op een derde plaats, in 4.31,02.

Yvonne van Gennip won in 4.27,88. Dat was ze aan haar stand ook wel een keer verplicht. Haar prestaties eerder dit seizoen vormden geen aanleiding om nog grote daden van de Haarlemse te verwachten. Lia van Schie bleef ze bijvoorbeeld niet een keer voor. De uitleg die ze aan haar overwinning gaf verried nieuwe contacten met haptonoom Ted Troost. “Ik heb me te veel beziggehouden met de concurrentie binnen de ploeg”, bekende Van Gennip. “Als je steeds maar achter anderen aanloopt raak je vreselijk opgefokt en daaraan gaat veel energie verloren. Ik ben nu twaalf jaar bij de kernploeg. Ik heb voor deze Spelen (haar derde, red.) voor een andere benadering gekozen. Ik rij alleen de afstanden waarop ik denk een kans te maken. Dat zijn in principe de 1500 meter en de drie kilometer. En gelukkig kan ik me daar de komende weken lekker in de anonimiteit op concentreren.”

Zag Arie Koops dat zijn pupillen een stap dichter bij de Spelen in Albertville kwamen, collega Wopke de Vegt van de sprinters moest een andere conclusie trekken. De specialisten van de korte afstanden zijn gebonden aan limieten. Op de 500 meter is voor de mannen 37.30 seconden als eis gesteld, voor de vrouwen 41.20. Alleen Christine Aaftink slaagde voor het toelatingsexamen. Als enige verkeerde zij overigens al in de wetenschap dat ze enkele keren aan de gestelde limiet had voldaan. De Vegt gaat er echter vanuit dat het Nederlands Olympisch Comité in samenspraak met de schaatsbond ook talent Gerard van Velde - gisteren winnaar op de sprint in 37.66 - , Arie Loef en Anita Loorbach afvaardigt naar Albertville. “Loef en Van Velde hebben zich dit seizoen toch verschillende keren bij de beste zes van de wereld gereden. Dat beantwoordt aan een andere voorwaarde, dat je op de Spelen in de top acht moet kunnen eindigen”, vindt De Vegt. De genomineerden hebben tijdens het Nederlands kampioenschap en op 1 en 2 februari in Davos nog een kans zich te kwalificeren.

Van het sprintkorps zal alleen Christine Aaftink op de Spelen in de buurt komen van de medailles. “Er zijn zes concurrenten die erg dicht bij elkaar zitten”, blikt de nummer drie op het wereldkampioenschap van vorig seizoen vast vooruit. “Het gaat er in Albertville om of je met de spanning kunt omgaan. Een voorbereiding van vier jaar moet in veertig seconden worden omgezet in een topprestatie. Je kan geblokkeerd raken of extra scherp zijn. Ik zie wel hoe ik erop reageer. Mijn voorbereiding zal niet afwijken van normaal. Een man als Ted Troost heb ik niet nodig.”