Geelhoed: belastingen omlaag, meer investeren

DEN HAAG, 3 JAN. Belastingen en sociale premies moeten omlaag, en de overheid moet meer investeren en minder uitgeven aan subsidies en uitkeringen. Dit zijn de belangrijkste aanbevelingen die de hoogste ambtenaar van het ministerie van economische zaken, secretaris-generaal L. Geelhoed doet in zijn traditionele nieuwjaarsartikel voor het economenblad ESB.

Als alle afspraken uit het regeerakkoord worden gehaald, zal Nederland in 1994 klaar zijn om te voldoen aan de meeste eisen waartoe op de Europese top in Maastricht is besloten in het verdrag voor de Economische en Monetaire Unie (EMU). De inflatie en de rente zullen liggen op een aanvaardbaar niveau. Het financieringstekort zal volgens de afgespraken zijn teruggedrongen. Alleen de staatsschuld zal nog zo'n tien procent te hoog zijn. Tot 1994 zou er extra moeten worden afgelost op die schuld.

Volgens Geelhoed staat Nederland echter voor een taak die veel verder gaat dan de eisen die zijn vastgesteld in het EMU-verdrag. Een van de grootste problemen is de hoogte van belastingen en premies in Nederland, en de hoogte van collectieve uitgaven in de vorm van subsidies en uitkeringen. Aan het eind van dit jaar moet de Europese interne markt zijn voltooid. Dit houdt in dat personen, goederen en kapitaal binnen EG vrij kunnen circuleren. Hoewel de EG-lidstaten op juridisch vlak een grote beleidsvrijheid houden, betekent de totstandkoming van één interne markt dat de vrijheid van beleid op financieel en economisch terrein tot een minimum wordt gereduceerd. Zo houdt elk land in principe de vrijheid om zelf de hoogte van de belastingen en premies te bepalen. Als de tarieven hoger liggen dan in andere landen zullen kapitaal en arbeid wegtrekken naar landen met een gunstiger klimaat. Nederland behoort binnen de EG tot de landen met de hoogste belasting- en premiedruk. Om vlucht te voorkomen zal Nederland dus de belastingen en premies moeten verlagen.

Volgens Geelhoed is het best mogelijk dat belastingen in Nederland iets hoger liggen dan in andere landen. Om een stevige concurrentiepositie te behouden moeten degenen die de belasting opbrengen er dan wel rechtstreeks profijt van hebben. Teveel wordt er volgens Geelhoed in Nederland uitgegeven aan subsidies en uitkeringen. Te weinig geïnvesteerd. Hierin moet een radicale verandering komen. De verzorgingsstaat is op den duur onbetaalbaar. Ditheeft niet zozeer te maken met de Europese eenwording alswel met de vergrijzing en ontgroening van de bevolking. Wil de Nederlandse overheid opgewassen zijn tegen de "formidabele taak' waarvoor ze met de Europese eenwording staat, dan zal er verschuiving moeten komen in de collectieve uigaven van uitkeringen naar investeringen en zal de lastendruk moeten worden verminderd. Dit laatste heeft volgens Geelhoed ook het voordeel dat hierdoor de looneisen gematigd worden. De sectretaris-generaal vindt het niet goed als de overheid de verantwoordelijkheid voor een gematigde loonontwikkeling volledig afschuift op de sociale partners.

Volgens de secretaris-generaal liggen de "kwetsbare kanten' van onze economie na 1994 niet in de eerste plaats bij het financieringstekort: “Zij doen zich vooral voor in de hoogte van de collectieve lastendruk en de hoogte en en samenstelling van de collectieve uitgaven”. Het beleid moet daarom meer hierop gericht zijn dan op de terugdringing van staatsschuld en financieringstekort.