Fred Delfgaauw is fabuleus als poppenspeler en typeur

Voorstelling: De terugreis, solo van Fred Delfgaauw. Samenstelling en regie: Aus Greidanus. Gezien: 2-1 in Theater aan de Haven, Scheveningen. Aldaar t-m 4-1, daarna elders.

Fred Delfgaauw steekt zijn arm door de mouw van een pop en prompt is de hand aan die arm de zijne niet meer. Dat is de ware poppenspeler: hij heeft genoeg aan een karakteristiek geboetseerde kop en een lege mouw om een tweede persoon tot leven te brengen, met wie hij bovendien een tweestemmig gesprek kan voeren. Delfgaauw, opererend onder de vlag van Studio Peer, deed dat eerder in voorstellingen naar bestaande teksten - laatstelijk in het succesvolle Mozart. Nu heeft hij een eigen verhaal te vertellen.

Tussen verhuisdozen en kaal opgestapelde stoelen verschijnt een zoon ten tonele, die het ouderlijk huis komt ontruimen. Natuurlijk schieten hem ter plekke beelden uit zijn jeugd te binnen. Niets om na te vertellen, want zo bijzonder zijn die gebeurtenisjes niet. Er is sprake van een oma en een opa, die maar weinig aan het verhaal bijdragen, en zelf is hij als jochie ooit in een donkere kast gestopt. Dat maakt nog geen theater. Maar gaandeweg gaat het over de laatste dagen uit het leven van de vader en dan komt er spanning in deze bedompte omgeving.

Delfgaauw typeert met ijzingwekkende precisie de arts, die de onheilsboodschap moet brengen, en de vader, die niet kan stoppen met kaarten als hij op de hoogte wordt gebracht. Ik heb nog nooit een arm zo zwaar op een tafel zien liggen als die van de vader op het moment dat zijn spoedige dood tot hem doordringt. Daarnaast zijn er gave satirische nummers, zoals de dominerende moeder met haar emotionele chantage en de gluiperige begrafenisondernemer die de zoon een kist komt aansmeren - alles met minimale middelen en maximale concentratie, soms bijna luchtig en af en toe zeer om te lachen.

Dat het verhaal autobiografisch is, doet er voor de toeschouwer niet toe. Hooguit verklaart dat de uit de toon vallende primal scream van de zoon, die met een lelijk moment van pathetiek de tot het uiterste ingehouden sfeer van de voorstelling verbreekt. Als privé-persoon vind ik Delfgaauw op het toneel niet bijster interessant, maar als poppenspeler en typeur is hij fabuleus, met zijn haarscherp geobserveerde motoriek (zo'n arts die onophoudelijk zijn ballpoint in- en uitdrukt) en zijn bijpassende stembuigingen voor elk van de personages. Ik wens hem alleen nog een lijfschrijver toe, die zijn ideeën iets puntiger onder woorden kan brengen. De regisseur die uit al die losse nummers één voorstelling ensceneert, heeft hij - zo te zien - in Aus Greidanus al gevonden.