Er wordt veel gescoord in competitie van "kleintjes'

HAARLEM, 3 JAN. Als je ze op straat tegenkomt, of toevallig met ze in de rij voor de kassa in de supermarkt zou staan, valt je eigenlijk niets bijzonders op.

Dat ze slank zijn, atletisch gebouwd, graag en veel lachen en het liefst "casual' kleding dragen, zijn nauwelijks kenmerken die je je weken later nog zult herinneren. Pas in de sporthal, als ze tussen tegenstanders in een rebound proberen te pakken, dan vallen ze op of uit de toon, denk je al gauw. Want met een gemiddelde lengte van zo'n 1,90 meter zijn de professionals van de WBL All Stars, in vergelijking met de basketballers van andere topteams maar kleine jongens.

Het WBL All Star-team, de afgelopen twee jaar winnaar van de Haarlemse Basketball Week en ook bij de tiende editie aanwezig, wordt samengesteld uit de beste spelers van de World Basketball League. Deze liga ontstond in 1988 in de Verenigde Staten met als een van de voornaamste doelstellingen het opzetten van een internationaal georiënteerde basketballcompetitie. Eén van de regels van de WBL is dat deelnemende teams uit Amerika en Canada geen spelers op mogen stellen die langer zijn dan 1,95 meter.

De reden voor die regel is tweedelig: allereerst moesten getalenteerde basketballers die wegens "gebrekkige' lengte nooit tot de absolute top (NBA) zouden kunnen doordringen een kans krijgen om ook professioneel te spelen. Verder vermoedden de initiatiefnemers van de WBL dat door de lengterestrictie niet-Noordamerikaanse clubs meer interesse zouden tonen voor de competitie. Voor die clubs geldt de 1,95 meter regel namelijk niet, wat de kansen op sportief succes - die tegen "gewone' teams uit de Verenigde Staten vanwege het grote klasseverschil nihil is - vergroot.

De WBL-competitie wordt in Amerika en Canada in de zomermaanden verspeeld. Die periode is gekozen om concurrentie van de NBA (speelperiode: oktober-april) te vermijden. Komend seizoen nemen veertien Amerikaanse en Canadese teams deel. Zij spelen niet alleen tegen elkaar, maar ontmoeten ook allen dezelfde buitenlandse (veelal Europese) clubs. Voor de home-teams maken die duels deel uit van de competitie: het resultaat wordt in de stand verwerkt. De buitenlandse clubs krijgen door deze opzet, naast een aardige hoeveelheid dollars, de kans om in korte tijd veel wedstrijden in Amerika en Canada te spelen en zich op te trekken aan het niveau van de WBL.

Tegen de verwachting van een groot aantal sceptici in (“een competitie met kleine basketballers zal bij het publiek nooit tot de verbeelding spreken”, was een veel gehoorde opmerking) heeft de WBL in korte tijd bewezen bestaansrecht te hebben. Niet alleen het publiek, ook sponsors tonen steeds meer interesse voor de competitie. Dat is vooral te danken aan het aantrekkelijke, aanvallende spel van de teams, dat is gebaseerd op snelheid, het grote atletisch vermogen van de meeste spelers en veel scores. Heel veel scores zelfs. In de veertig minuten die een WBL-wedstrijd duurt wordt vrijwel net zoveel gescoord als in de 48 minuten die er bij een NBA-duel op de klok staan. Wedstrijden waarbij in totaal zo'n 250 punten worden gemaakt zijn geen uitzondering. Het Nederlands team weet daar alles van: in 1989 verloor Oranje in het Canadese Calgary met 167-107 van de plaatselijke WBL-vertegenwoordiger.

De WBL-teams hebben bewezen dat ook met louter spelers van rond de 1,90 meter tot de verbeelding sprekende resultaten kunnen worden geboekt. Van de meer dan 200 duels die de afgelopen vier jaar tegen buitenlandse teams (en niet de minste: Europese topploegen als Cibona Zagreb, Rode Ster Belgrado en Leverkusen waren regelmatig de tegenstanders) werd bijna 90 procent gewonnen.

Fred Cofield, één van de "all stars' die deze week aan de Basketbal Week deelneemt, denkt dat het succesvolle optreden van de WBL-teams tegen "gewone' clubs vooral te wijten is aan de snelle handelwijze van de spelers. “Kleinere mensen hebben vaak een snellere motoriek dan langere mensen. Bij basketballers is dat niet anders. Kleinere spelers zijn meestal ook atletischer en agressiever van aard. Met al die dingen kun je je voordeel doen. Vooral de snelheid van spelen proberen we uit te buiten. Buitenlandse teams tegen wie wij spelen weten vaak niet wat ze overkomt. Ze zijn overdonderd als ze zien hoe snel wij van de verdediging op de aanval overschakelen”, zegt Cofield, die aan het eind van zijn tienerjaren flink moest slikken toen zijn lichaam niet langer wilde groeien. Met slechts 1,90 meter leek een professionele basketbalcarrière ver weg. De WBL bracht uitkomst. Inmiddels is hij uitgegroeid tot een van de betere spelers in de liga.

De All Stars slaagden er gisteravond niet in de halve finale van de Haarlemse Basketbal Week te bereiken. Tegen Kalev Tallinn uit Estland, vorig seizoen de laatste kampioen van de Sovjet-Unie, verloren de tweevoudig winnaars van het toernooi met 119-104. Ook landskampioen Den Helder werd uitgeschakeld. Tegen de college-spelers van Bowling Green, waarvan het in de groepswedstrijd nipt had gewonnen, werd een blamerende nederlaag geleden: 67-68. De jeugdige Amerikanen, die na het vertrek van Olympiakos Piraeus als "lucky loser' tot de kwartfinale werden toegelaten, ontpopten zich als de smaakmaker van het toernooi.