Drie Westerse landen zien af van sancties tegen Libië

WASHINGTON, 3 JAN. De Verenigde Staten, Groot-Brittannië en Frankrijk hebben hun pogingen opgegeven om internationale strafmaatregelen te nemen tegen Libië. Zij beschuldigen dat land ervan betrokken te zijn geweest bij de ramp met een Boeing van Pan Am in 1988 bij het Schotse Lockerbie en bij het neerstorten van een Frans passagiersvliegtuig in Niger een jaar later. Bij Lockerbie kwamen 269 mensen om het leven, in Niger 171.

Ambassadeurs van de drie landen hebben de beslissing vanmorgen in afzonderlijke ontmoetingen overgebracht aan de Egyptische minister van buitenlandse zaken, Amr Moussa, en de secretaris-generaal van de Arabische Liga, Esmat Abdel Maguid. Volgens de gezanten zien de drie landen af van sancties omdat ze daarvoor een meerderheid in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties niet haalbaar achten. Wel zullen ze bij de raad blijven aandringen op een oproep aan Libië om te antwoorden op de beschuldigingen dat het betrokken was bij de twee vliegrampen.

Londen en Washington hebben Libië onlangs gevraagd om uitlevering van de twee leden van de Libische geheime dienst, de 39-jarige Abdel Basset Ali Megrahi en de 35-jarige Lamen Khalifa Fhimah, die verdacht worden van de aanslag op de Boeing van Pan Am. Libië heeft dat geweigerd. Vorige week vrijdag wees de regering in Washington een uitnodiging van de Libische leider Gaddafi af om rechters naar Tripoli te sturen om een proces tegen het tweetal bij te wonen.

De drie landen overwogen internationale steun te zoeken voor een handelsboycot en een mogelijk olie-embargo tegen Libië. Ze zouden nu overwegen een gematigder resolutie in te dienen bij de Veiligheidsraad. (Reuter, AP)