Directeur sociale dienst R'dam wil herziening stelsel

ROTTERDAM, 3 JAN. In zijn nieuwjaarsrede heeft de directeur van de Rotterdamse sociale dienst, P. Laman, gisteren gepleit voor een volledige herziening van het sociale-zekerheidsstelsel.

Laman sprak over het instellen van een brede commissie die, niet gehinderd door politieke kleuren en stromingen, moet discussiëren over een drietrapsstelsel.

Het door de directeur van de dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid - voorheen de gemeentelijke sociale dienst - voorgestelde model gaat uit van drie trappen in de sociale zekerheid. De eerste fase spreekt van een bodemuitkering die vijftig procent van het huidige minimumloon bedraagt. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt tussen arbeidsongeschikten en werklozen. In tweede instantie zouden werkgevers en werknemers dan zelf individuele of collectieve verzekeringen moeten afsluiten als aanvulling op de bodemuitkering. De overheid zou daarbij in beperkte mate financiële grenzen mogen stellen.

Om te voorkomen dat mensen onder het bestaansminimum zakken, stelt Laman als laatste trap een zogenaamde balansuitkering voor. Dit is een variabele uitkering die de veelheid aan huidige inkomensvoorzieningen zoals huursubsidie en kinderbijslag moet vervangen. De balansuitkering zou leiden tot een sterke vereenvoudiging. “Aan het eind van het jaar maak je je balans op en kan iedereen snel zien of je voor verdere aanvulling in aanmerking komt”, aldus een woordvoerder van de dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Het voorstel van Laman vertoont veel overeenkomsten met het zogenaamde ministelsel. In dit stelsel wordt ook gesproken over eigen verantwoordelijkheid van de sociale partners en over een basisuitkering, die te vergelijken is met de bodemuitkering. Volgens de dienst komt de balansuitkering niet voor in het ministelsel.

Het drietrapsmodel zou op lokaal niveau moeten worden uitgevoerd, waarbij gedacht wordt aan een sterke koppeling met de belastingdienst. Volgens Laman kan het stelsel binnen een periode van tien tot vijftien jaar worden ingevoerd. Bestaande uitkeringsrechten moeten worden gerespecteerd. De introductie van de balansuitkering zou het startsein zijn voor de hervormingen.

Wel meent Laman dat van deze laatste uitkering een prikkelende werking moet uitgaan. Hij denkt daarbij aan het Zweedse model, waar na een aantal jaren het bedrag van de balansuitkering afneemt.

De directeur ging in op de kritiek die de uitvoeringsorganisaties het afgelopen jaar kregen. Laman: “Na de calculerende burger is nu de calculerende uitvoeringsorganisatie tot zondebok verklaard. Het is wel waar dat deze te veel tijd nodig hebben gehad voor de cultuuromslag van instroom- naar uitstroomorganisaties, maar het past de wetgever de hand in eigen boezem te steken.” Volgens Laman zorgen het doolhof van sociale wetgeving, de fraudegevoeligheid en de vele wijzigingen voor een situatie waarin “wij alleen met de grootst mogelijke creativiteit voor het door iedereen gewenste uitstroombeleid kunnen zorgen”.