De eeuwige peer van Daumier; Spiegel Historiael over het verleden in de kunst

Spiegel Historiael. Verbeeld Verleden. Jubileumnummer over kunst en geschiedenis. Uitg. SDU, 91 blz. Prijs ƒ 14,50.

Het eerste artikel in het eerste nummer van Spiegel Historiael, Maandblad voor geschiedenis en archeologie ging over het middeleeuwse boek waaraan dit populair-wetenschappelijke tijdschrift zijn naam ontleent: Jacob van Maerlants Spiegel Historiael. Het tijdschrift bestaat nu vijfentwintig jaar en in het dubbeldikke jubileumnummer staat weer een artikel over Van Maerlants dertiende-eeuwse kroniek in verzen. Ditmaal niet van een historicus, maar van een literatuurhistoricus. De mening over Van Maerlants dichtwerk is in die vijfentwintig jaar veranderd. Schreef Van Maerlant zijn historisch dichtwerk volgens F.W.N. Hugenholtz voor de Vlaamse burgerij, Frits van Oostrom ziet het werk van Van Maerlant gekleurd door zijn Hollandse opdrachtgever, graaf Karel V.

Behalve in het artikel van Van Oostrom wordt er in het jubileumnummer niet teruggeblikt op de geschiedenis van het tijdschrift. Het jubileumnummer heeft een thema, "Verbeeld verleden'. Volgens het zeer korte redactioneel behandelt het nummer de manier waarop de geschiedenis in diverse kunsten is verbeeld. Dit onderwerp heeft de redactie aan haar inleider Bram Kempers niet helemaal duidelijk weten te maken. Kunstsocioloog Kempers, die in zijn inleiding schrijft over Huizinga en zijn inspiratie door kunstwerken meent dat het nummer over "het beeld als bron' gaat. Dat schept verwarring, want wie een themanummer leest is niet geneigd de - in dit geval negen - artikelen op hun eigen verdiensten te beoordelen, maar om voortdurend in de gaten te houden of het onderwerp wel in het thema past. Van Oostrom wijdt, voor de vorm lijkt het, drie alinea's aan de illustraties bij het handschrift van de Spiegel Historiael in de Koninklijke Bibliotheek. Ook in het artikel van Liesbeth van Houts over geschiedschrijving en patronage in de Middeleeuwen lijkt de kunst er met de haren bijgesleept. Aan het tapijt van Bayeux is één paragraaf gewijd.

Het artikel "De geschiedenis van de VOC verbeeld' past wel bij de definitie van Kempers, maar niet bij die van de redactie. Els M. Jacobs beschrijft afbeeldingen van schepen en bestuurders van de VOC. Voor historici en kunsthistorici interessant, maar het betreft hier contemporaine afbeeldingen, gemaakt in de tijd dat de schepen van de compagnie over de wereld voeren: verbeeld heden dus, en geen verbeeld verleden.

Spotprent

De overige artikelen gaan over het feest in de Bataafse tijd, over film en propaganda in het Derde Rijk, over de spotprent als historische bron, over Florentijnse kunst in de vijftiende eeuw en over negentiende-eeuwse historieschilderkunst. In de meeste worden de over het onderwerp bekende feiten braaf op een rijtje gezet. Het artikel over de spotprent begint met de overbekende Louis-Philippe-peer van Honoré Daumier en eindigt met de constatering dat tijdens de Golfoorlog in Egypte wel en in Irak geen karikaturen van Saddam Hussein in de kranten verschenen.

Het interessantste artikel schreef Henk Th. van Veen, over de interpretatie van de kunstwerken die in opdracht van Cosimo I de Medici in de vijftiende eeuw in Florence werden gemaakt. De kunsthistorici blijken de historici na te hebben gevolgd. Cosimo was een proto-absolutistisch heerser en in de kunstwerken van Vasari en anderen kondigt zich dus de bij absolutistische vorsten behorende barokke hofkunst aan. Van Veen laat zien dat de kunst van Cosimo in navolging van de veranderde opvattingen van historici over de betekenis van deze De Medici, iconologisch ook heel anders te interpreteren is. Cosimo liet zijn daden volgens Van Veen in beeld brengen als eerbetoon aan de Florentijnse republiek.

Het is jammer dat er in dit nummer bijna geen aandacht wordt besteed aan de kunstenaars zelf. Het lijkt mij geen goede gewoonte om kunstenaars in elke periode te reduceren tot visuele vertegenwoordigers van bepaalde machthebbers, intellectuele opvattingen of de tijdgeest. Maar gelukkig is dit jubileumnummer nog rijker geillustreerd dan de gewone afleveringen van Spiegel Historiael.