De aanhouder wint

In 1933 was Johan van Gelderen uit Amsterdam 12 jaar oud. Hij stuurde een artikeltje naar het Algemeen Handelsblad, dat toen een hoekje voor kinderen had en dat heette "voor jonge ogen'.

Maar denk je dat daar stukjes van kinderen in mochten? Nee! Want iemand die zich Dr. Linkerhoek noemde schreef aan Johan dat de krant nooit stukjes van kinderen plaatst. Die Dr. Linkerhoek begon in zijn antwoordbrief allerlei opmerkingen te maken over het handschrift van Johan, hoewel hij zelf niet eens foutloos kon typen. Linkerhoek, wie heet er nou zo! In het telefoonboek is niemand met die naam te vinden dus het is vast een schuilnaam. Als je goed kijkt naar de handtekening van de secretaris van dr. Linkerhoek, zie je een andere naam maar hij is niet te ontcijferen. Maar die was het natuurlijk.

Pas geleden stuurde meneer J. van Gelderen, 71 jaar oud, ons zijn stukje uit 1933 toe om op de Kinderpagina te plaatsen. Hij woont in Amsterdam dus we belden hem meteen op.

“Ik was toen 12 jaar en ik zat in de eerste klas van het Vossius Gymnasium. Later ben ik Inspecteur bij de Verzekeringen geworden maar nu ben ik alweer een tijdje met pensioen. Ik had dat stukje nog liggen want ik ben nu eenmaal iemand die van alles en nog wat bewaart. Ik zou het erg leuk vinden als het stukje nu toch nog op de Kinderpagina kwam want ik vond het toen jammer dat dat niet gebeurde. Dat die Dokter Linkerhoek vond dat ik niet mooi schreef vind ik niet zo erg, want ik kreeg altijd al slechte punten voor schrijven. Hanepoten! zeiden ze altijd.”

Het stukje van Johan met de hanepoten komt na 59 jaar toch nog in de krant.

Waterhoentjes, eenden en meerkoeten

Wie zijn de vogels die bij nadering van een menschenvoetstap zich in het riet verschuilen? De waterhoentjes. De jonge hoentjes drijven als donsjes in het water. Soms ziet men hoentjes, die door ratten naar beneden getrokken worden. Zoodra de kloek dit bemerkt uit zij een klagende roep, evenals de eend, maar die schreeuwt verschrikkelijk. De ratten doen veel kwaad, eerst zag ik de hoen met 12 jongen, een week later met 6. Men ziet de hoentjes loopen met pootjes grooter dan hun lichaam. Verderop zag ik een eend op een zanddijkje liggen met haar jongen, het leek net een broedende eend, maar toen ik naderbij kwam zag ik 2 kleine snaveltjes onder de eend vandaan komen. Zoodra ze me hoorden sprongen ze te water. Het was een eend met 12 jongen. Toen ik keek zag ik de eend zich in 't riet verschuilen, zoo goed, dat ik haar bijna niet zag. Ik liep een eindje verder en zag dat iemand brood naar ze wierp, de kleine eendjes renden er als 't ware naartoe, maar als men zich verwijdert durven de eendjes met hun waggelpootjes op het land te komen.

Ik liep een 5 minuten verder en zag in een verdronken boschje een paar meerkoeten, die nog veel schuwer zijn dan de waterhoentjes. Ik zag op een weiland een reiger staan. In de lucht vlogen zwaluwen, maar de zon is ondergegaan en ik ging naar huis.