Vrijmetselarij (2)

Hoewel Bernard Hulsman laat merken zich niet aan de bekoring van het spel te hebben kunnen onttrekken, maakt hij zich er wat te gemakkelijk van af door zijn artikel af te sluiten met de passage over "uit de hand gelopen' jongensclubs.

De vrijmetselarij maakt inderdaad gebruik van een aantal rituelen, die overigens thans een heel wat minder "dreigend' voorkomen hebben dan in de tijd van "Broeder' Mozart. Toch was ook toen, ondanks alle krachtdadige bewoordingen en "gevaarlijke' beproevingen, slechts sprake van een spel met symbolen, zoals Hulsman terecht opmerkt: Mozart kwam er wel, zijn opname in de loge stond bij voorbaat vast. Het opmerkelijke is dat velen buiten de vrijmetselarij zich druk of vrolijk plegen te maken over die rare gebruiken van deze zo samenzweerderig aandoende club, zonder daar verder veel van te weten.

Van een vergelijkbare reactie over de gewoonten, die opgeld doen binnen kerken, politieke partijen of maatschappelijke organisaties in het algemeen, vernemen wij zelden. Vaak is men zich niet bewust van de rituelen waaraan men zich in de eigen omgeving, uit dagelijkse routine en zonder er verder over na te denken, onderwerpt. Soms is er geen ontkomen aan: het ritueel van een diploma-uitreiking, de trouwpartij, de beschuit-met-muisjes, het afleggen van een eed of gelofte als beklaagde voor de rechtbank of bij de benoeming tot Kamerlid of officier. Het verwerpen van deze, vaak inderdaad aan een historische periode of aan een sociale groep verbonden, rituelen leidt dan soms tot eigen "alternatieve' spelregels en rituelen.

Ook binnen de sociaal-democratische club waarvan ik ruim twintig jaren lid ben duiken rituelen op. En dan bedoel ik niet zozeer de partijcongressen, gewestelijke vergaderingen en ander organisatorisch fraais waarmee de PvdA de laatste tijd terecht onder vuur is gekomen, maar eerder de bezweringsformules waarmee over solidariteit met de zwakken wordt gesproken.

Het aardige van de vrijmetselarij is dat van de rituelen een verstandig gebruik wordt gemaakt: men werkt bewust met de eigen rituelen en symbolen en onderkent het betrekkelijke ervan. Er wordt geprobeerd om de onderling aanvaarde symboliek en het eigen (soms wat archaïsche) taalgebruik te hanteren als gereedschap om te sleutelen aan de eigen ontwikkeling en bewustwording. Een doel dat redelijk past in het huidige individu-gerichte tijdsgewricht.

Anders dan binnen sommige geloofsgemeenschappen is geen sprake van een opdringen van die zaken of de interpretatie ervan aan individuele leden. En zeker niet van een soort doctrinaire geloofsijver, die zou kunnen leiden tot (deels) religieuze conflicten à la Noord-Ierland.

In de vrijmetselarij bestaat ruimte voor zeer uiteenlopende opvattingen, echter wel binnen het kader van verdraagzaamheid voor andermans meningen en met een aan het geestelijke liberalisme van de achttiende eeuw ontleende vrijheidszin. Liberalisme dus uitdrukkelijk niet in economische zin: over hoe een moderne economie moet worden gerund wordt binnen de loges van tijd tot tijd wellicht van gedachten gewisseld, maar van eenstemmmigheid op dat punt is geen sprake. Wel over een aantal vrijheidsideeën, die overigens niet veel verschillen van de - later - algemeen aanvaarde opvattingen over mensenrechten en burgerlijke grondrechten.

Dat de Nederlandse Orde van Vrijmetselaren van deze door alle leden gedeelde - en bij hun "inwijding' onderschreven - principes slechts spaarzaam melding maakt, en doorgaans niet in de vorm van publieke standpunten, heeft te maken met schroom om zulks te doen namens de leden, die in zo'n kwestie immers niet direct zijn geraadpleegd.

Het binnen de vrijmetselarij gespeelde spel heeft een diepere betekenis, verbonden met de zelfontplooiing die ik eerder aanstipte. Die dimensie is in het artikel van Hulsman bij al zijn associaties met jongensclubs niet goed uit de verf gekomen.