Voormalige Sovjet-wetenschap gaat totale ineenstoring tegemoet; De Russische braindrain

De nieuwe vrijheid gecombineerd met armoede leidt in de Russische wetenschap maar tot één ding: wegwezen. Daarnaast wordt de Academie bedreigd door politieke infiltratiepogingen.

Het Lebedev Natuurkundig Instituut is meer dan een halve eeuw het beste geweest dat de wetenschap in de voormalige Sovjet-Unie te bieden had: het heeft vijf Nobelprijswinnaars voortgebracht en verzorgde wekelijks een beroemd open forum waar de topfysici de jongere generatie ontmoetten. Zelfs in het donkere tijdperk van het stalinisme en, later in het grijze tijdperk van Breznjev in de jaren zeventig, bood het een veilig toevluchtsoord voor joodse en dissidente fysici.

""De omstandigheden in ons land waren uitermate slecht'', herinnert Vitaly (74) zich, een van de beroemdste theoretici van het instituut, ""maar op ons instituut waren de omstandigheden bepaald heel goed.'' Die tijden zijn voorbij. Nu de oude Sovjet-Unie uiteenvalt, zegt Ginzburg eenvoudig, ""betekent dat ons einde''.

De sfeer die heerst in de Sovjet-laboratoria - de bekende en de minder bekende - is er een van pure droefenis. Terwijl de winter inzet wordt alom een klaagzang gehoord: salarissen worden niet op tijd uitbetaald, ondanks het bizarre tempo waarmee de regering roebels drukt, en niet de wetenschap maar voedsel de voornaamste zorg wordt van de onderzoekers.

De harde feiten zijn dat de noodzakelijke voorwaarden om wetenschap te bedrijven - zoals abonnementen op internationale tijdschriften - op het moment tot een luxe zijn geworden die men zich niet kan veroorloven. De leveringen van radioactief gemerkte nucleotiden - een essentieel gereedschap voor moleculair-biologen - zijn sinds de overname van de fabriek in Tasjkent in Oezbekistan, een voormalige Sovjet-republiek in Centraal-Azië door een plaatselijk bestuur in kwantiteit en in kwaliteit achteruitgegaan. Onderzoekers klagen dat dure westerse apparatauur ongebruikt blijft, omdat er geen harde valuta is om reserve-onderdelen te kopen. Zolang de economische situatie niet verbetert, kan er met de budgets van het instituut geen sprake zijn van het kopen van nieuw instrumentarium.

Bovendien zijn de arbeidsomstandigheden abominabel. Hoewel de vertrekken meestal groot zijn, is er duidelijk sprake van verval en verwaarlozing; gescheurd linoleum, lichten in het trappenhuis die het niet doen en krakkemikkig meubilair. Er is niemand voor het dagelijkse onderhoud. ""Wij hebben bijna het gehele etmaal iemand nodig in het laboratorium'', zegt Nedospasov, ""alleen voor het geval de electriciteit uitvalt of de verwarmingsbuizen knallen.'' Allebei veel voorkomende zaken.

In de rij staan

Nog erger is dat er minder tijd rest voor onderzoek: iedereen die probeert te leven van een schamel salaris van roebels - en dat is het geval voor bijna alle prominente wetenschappers - moet steeds meer tijd besteden aan het in de rij staan voor voedsel. Alleen de Moskovieten met familieleden op het platteland kunnen nog denken aan luxe als kip, worst of eieren. Op het bekende Instituut voor Eiwitonderzoek in Pushchino, op twee uur afstand van Moskou, leveren bestuurders strijd om te zorgen voor de aanvoer van eerste levensbehoeften voor hun werknemers. ""De winkels zijn hier absoluut leeg'', zegt waarnemend directeur Lev Ovchinnikov. ""We proberen via ruilhandel aan suiker te komen, maar we hebben niks aan te bieden.''

En de uit de hand gelopen inflatie van de roebel maakt het zelfs voor degenen met veel roebels moeilijk om genoeg te kopen om in de dagelijkse behoeften te voorzien - vandaar de verleiding om een tweede baan te nemen. Evgenii Volkov, waarnemend directeur van het Lebedev Instituut zegt dat enkele van zijn beste fysici kleine ondernemer zijn geworden en gedroogde kippemest in poedervorm verkopen als kunstmest. Volgend jaar zullen al onze werknemers twee banen moeten hebben'', aldus Volkov.

Of zij zullen verdwenen zijn. Als reactie op de toenemende ontbering pakken de beste Sovjet wetenschappers hun biezen, en trekken naar de Verenigde Staten, Israël en Europa. Twintig procent van de theoretische fysici van het Lebedev Instituut is al vertrokken, ofwel tijdelijk of permanent.

De gevolgen van de exodus zijn duidelijk zichtbaar op ieder academisch instituut in Moskou. Op het Lebedev Instituut lijkt er nauwelijks nog een onderzoeker over te zijn die op het hoogtepunt van zijn carrière is. ""Als er nog maar een paar prominente mensen vertrekken, dan zal er een hele generatie wetenschappers verloren zijn'', waarschuwt Sergei Nedospasov, een 39-jarige moleculair-bioloog van het Engelhardt Instituut voor Moleculaire Biologie.

De braindrain ""kan misschien slagen waar Lysenko faalde bij het vernietigen van de genetica in de voormalige Sovjet-Unie'', zegt de biochemicus Vladimir Skulachev.

Sommige vakgebieden zijn al bijna uitgestorven. ""Driekwart van de beste wiskundigen zijn al in het buitenland'', zegt Vladimir Gelfand, wiens vader Israil, die nu aan de Rutgers University is verbonden, een van de beste wiskundigen van de wereld is. Gelfand, die begon als wiskundige maar die overstapte naar celbiologie, en Nedospasov zeggen allebei te voelen dat er in hun vakgebied al een belangrijke mijlpaal is gepasseerd: het verlies van een "kritische massa' van onderzoekers wier werk een stimulerende invloed heeft op het werk van anderen. ""Je hoort niets meer over resultaten voordat zij worden gepubliceerd'', zegt Gelfand. Nedospasov voegt daaraan toe ""op mijn gebied is er bijna niemand meer over om mee te praten.''

Westerse aanbiedingen

Ironisch genoeg zouden de Westerse aanbiedingen van hulp wel eens meer kwaad dan goed kunnen blijken te doen. Bijzonder verontrustend is het groeiende aantal jonge Sovjet-wetenschappers dat wordt uitgenodigd om voor lange perioden in het Westen te komen werken. ""We weten dat men ons wil helpen'', zegt Vitaly Ginzburg, een natuurkundige, over de uitnodigingen. Maar hij voert hiertegen aan dat als het Westen werkelijk de Sovjet-wetenschap wil helpen, de Westerse weldoeners de mensen voor hoogstens zes maanden moeten uitnodigen - of zelfs voor maar voor een paar weken om lezingen te geven. ""Voor hetzelfde geld dat zij uitgeven aan tien mensen kunnen zij dan honderden even doelmatig helpen'', zegt hij.

Minder in het oog lopend, maar net zo schadelijk voor de wetenschap is de interne braindrain: voormalige wetenschapsbeoefenaars stromen naar functies in het bankwezen en de accountancy, die vroeger niet bestonden. ""Misschien is wel negentig procent van de meest succesvolle zakenlieden in de voormalige Sovjet-Unie vroeger wetenschapper geweest'', zegt Sergei Bendookidze, een Georgiër die vier jaar geleden zijn carrière als moleculair-bioloog opgaf.

Bendookidze zit in een krap kantoortje op de tweede verdieping van een haveloos gebouw in een donker steegje dichtbij het voormalige officiële hotel van de Communistische Partij. Zijn bedrijf "Bioprocess Corporation', begon met de verkoop van biotechnologische produkten naar het Westen en heeft zich nu op uiteenlopende terreinen begeven, volgens een patroon dat kenmerkend is voor de beginfase van het kapitalisme in Moskou, waarbij in alles wordt gehandeld van medische apparatuur en cosmetica tot transport en verzekeringen.

Bendookidze zegt dat "tientallen' wetenschapsmensen nu met succes een bedrijf runnen. Zelfs bij de goederenbeurs van Moskou heeft een voormalig theoretisch natuurkundige de leiding. Gezien de economische situatie benadrukt Bendookidze dat het "volkomen normaal' is voor actieve wetenschappers en jonge mensen om in zaken te gaan. ""In ons land hadden intelligente mensen nooit een keus tussen wetenschap of het bedrijfsleven. Nu die keuze wel bestaat haasten zij zich om dit vacuüm op te vullen.''

Machtscentrum

Voor die wetenschappers die besluiten in hun land te blijven en zich met de wetenschap bezig te houden, is het op het moment nog niet duidelijk wie hun salaris volgend jaar, of zelfs volgende maand zal betalen. Wel zeker is dat wetenschapsbeoefenaars afhankelijk zullen worden van hun eigen republieken, en dat er geen centraal lichaam zal zijn dat hen steunt. Daarom ligt het overgrote deel van de Sovjet-wetenschap in handen van de Russische republiek en haar president, Boris Jeltsin. De Russische republiek heeft namelijk het grootste deel van het wetenschappelijke potentieel, dat is geconcentreerd in een sleutelorganisatie - de 365 instituten van wat bekend stond onder de naam de "de Academie voor Wetenschappen van de Unie' en een paar universiteiten waarvan de meeste in Moskou, St. Petersburg (het voormalige Leningrad) of de Siberische "wetenschapsstad' Novosibirsk staan, van het land geërfd.

De Academie die haar hoofdkwartier in Moskou heeft, is een wetenschappelijk machtscentrum dat niet te vergelijken is met de veelvormige onderzoeksstructuren van het Westen: zij beheert tegelijkertijd een academische wereld en een gecentraliseerde subsidiepot, en heeft 66.100 wetenschappers in dienst, van wie 95 procent in Rusland. Vorig jaar besteedde zij de helft van het totale budget voor elementaire wetenschap van 7 miljard roebel (wat misschien 60 miljoen dollar waard is tegen de werkelijke wisselkoers van afgelopen november). Maar ondanks haar omvang en voormalige macht vecht de Academie - die haar naam veranderde in de "Russische Academie voor Wetenschappen' - op het moment tegen een gedeeltelijke overname door een nieuwe "Russische Academie voor Wetenschappen' (zie kader).

De regering Jeltsin die geen duidelijk beleid voert over de toekomst van de wetenschap in het algemeen en de Academie in het bijzonder, doet maar weinig om de wetenschappers enigszins gerust te stellen. Sommigen van hen klampen zich hoopvol vast aan een decembertoespraak van Jeltsin waarin hij beloofde om de elementaire wetenschap prioriteit te geven in de Russische republiek. Maar een woordvoerder van Jeltsin had maar weinig concrete verzekeringen te bieden. Hoewel Anatoly Rakitov, de adviseur van Jeltsin op het gebied van wetenschap, onderwijs en automatisering, Jeltsins verklaring herhaalde waarin hij steun beloofde aan de wetenschap, waarschuwt hij dat de ""huidige situatie heel moeilijk is. Ons land lijkt op een zinkend schip, en Jeltsin is er niet op uit om maar een paar passagiers te redden. Hij probeert het hele schip te redden ... het zijn niet alleen de wetenschappers die een tweede baan nodig zullen hebben.''

Ondanks de moeilijkheden lukt het onderzoekers uit Moskou af en toe een optimistisch geluid over de toekomst van de Sovjet-wetenschap te laten horen. Maxim Frank-Kamenetskii, bijvoorbeeld, een moleculair-bioloog uit Moskou juicht de braindrain zelfs toe, op grond van het feit dat zoals hij schreef in het juni-nummer van Hedendaagse Biologie ""vroeg of laat veel van degenen die vertrekken misschien terugkomen en dan een nieuwe stimulans kunnen geven aan de Russische wetenschap.''

En het Russische ministerie van wetenschap en hoger onderwijs, dat de gehele verantwoordelijkheid erft voor de financiering van de Russische wetenschap, waaronder de Academie, overweegt een stichting voor de wetenschap op te richten die wordt geleid volgens westerse beginselen.

""We moeten het hele financieringsstelsel voor de wetenschap herstructureren'', zegt Igor Nikolaev, een hogere ambtenaar van het ministerie. De Russische Wetenschapsstichting moet een non-profit organisatie zijn die het geld op een nauwkeurige manier zou moeten verdelen op basis van het oordeel van wetenschappers zelf en zij zou onafhankelijk moeten zijn van de Academie. ""We moeten uiteenlopende bronnen van financiering creëren'', zegt Nikolaev. Het probleem is natuurlijk waar het geld vandaan moet komen. Als het van binnen uit de Academie komt zou het ""geweldige weerstand ondervinden'', zegt de celbioloog Gelfand.

De vice-president van de Academie van de Unie, Evgenii Velikhov, is het daarmee eens: ""De instituten zullen vechten om hun budgets te behouden.'' Vorige pogingen om binnen de Academie of universiteiten subsidiestelsels te introduceren waren bijna altijd zonder succes, zeggen Bendookidze en anderen. ""Wij scheidsrechters gaven gewoon al het geld aan elkaar'', bekent hij. De commissie hoopt dit probleem op te lossen, zegt Nikolaev, door zoveel mogelijk adviseurs van buiten Rusland in te schakelen. Hij wordt nu al overspoeld door aanbiedingen van professoren uit de VS om te helpen. Maar hij is nog bang dat de stichting die net als de Academie nog geen budget heeft voor 1992 ""alleen maar een naam op een bankrekening zal blijven.''

Met of zonder de stichting zal het herstel voor de Sovjet-wetenschap op zijn gunstigst langzaam en pijnlijk zijn. Dat is de mening van de hoge-energiefysicus Sergei Kapitsa van het Instituut voor Natuurkundige problemen in Moskou. ""Het kostte de Duitsers en de Japanners twintig jaar na de oorlog om mooie auto's te gaan fabriceren, en nog eens twintig jaar om wetenschappelijke machten te worden.''

Ineenstorting

Maar veel onderzoekers vrezen voor iets ergers dan een decennia-lange klim uit het moeras: een ineenstorting van de democratische beweging en een terugkeer naar een totalitair systeem. ""Mensen die zichzelf "democraat' noemen gebruiken de methoden van de bolsjewieken'', zegt Smirnov, die een gaspistool bij zich is gaan dragen sinds hij anonieme bedreigingen krijgt om zich buiten de Russische politiek te houden. Vrijheid, voegt Skulachev hier aan toe, zou wel eens een gevaarlijk goed kunnen blijken te zijn, in de eerste plaats omdat in een land zonder geschiedenis van een liberale constitutionele regering de mensen er niet mee weten om te gaan. ""In zekere zin'', zo zegt Skulachev ""zijn we in onze denkwijze nog steeds slaven, ondanks onze nieuwe vrijheid. Daarom zouden heel gemakkelijk de verkeerde mensen aan de macht kunnen komen.''

Voor wetenschapsmensen is op het moment geen andere keus dan hun kaarten op Jeltsin en Rusland te zetten en er het beste van te hopen. Mocht Jeltsin wankelen dan zouden de huidige problemen van de wetenschap in vergelijking daarmee wel eens heel gering kunnen blijken te zijn.

De bedreigde Academie

Volgens de verhalen van een aantal vooraanstaande Russische wetenschappers wordt de ernstigste bedreiging voor de wetenschap in hun nieuwe land niet veroorzaakt door de economische crisis, maar door een groep middelmatige, omhooggevallen onderzoekers en hun opportunistische politieke bondgenoten die dreigen de Academie voor Wetenschappen van de Unie (nu Russische) te kapen.

De kern van deze strijd wordt gevormd door een tweede pas opgezette Russische Academie voor Wetenschappen, waarvan de leden "een fusie' eisen met de eerbiedwaardige oude Academie wat hun een onmiddellijke toegang geeft tot macht en prestige zonder dat zij de normale selectieprocedures hoeven te doorlopen. Deze stap zou ""één van de gevaarlijkste ontwikkelingen zijn voor de wetenschap in de Sovjet-Unie'', klaagt een woedende Evgenii Sverdlov, een corresponderend lid van de Academie van de Unie en directeur van het Instituut voor Moleculaire Genetica van de Academie. Hier schuilt het ""werkelijke gevaar voor de wetenschap'' in de Sovjet-Unie, beaamt corresponderend lid Vladimir Smirnov, een biochemicus van het Cardiologisch Centrum van de Academie van de Unie in Moskou, die een instroom van ""grijze mannen'' zonder wetenschappelijke verdiensten naar de Academie vreest. Het plan werd beraamd tegen de wil en zonder het advies van ""een meerderheid van serieuze wetenschappers'', protesteert de fysicus Vitaly Ginzburg van het Lebedev Instituut in Moskou, een volledig lid van de Academie.

Het idee kreeg op een vrij onschuldige wijze vorm. Afgelopen zomer besloot de Russische republiek dat het tijd werd een eigen Academie voor Wetenschap op te richten. Alle andere republieken hadden al academies en de enige reden dat Rusland er niet een had, was dat dit niet nodig had geleken - 95 procent van de leden van de Academie van de Unie is Russisch. Maar nu het nationalisme in de lucht hing was er genoeg steun voor een Russische Academie te vinden.

In het begin wekte de Academie maar weinig ergernis: zij was opgericht met de openlijke doelstelling om alleen te dienen als een eregenootschap voor Russische natuurwetenschappers, zij had geen fondsen voor onderzoek of eigen instituten en begaf zich niet op het terrein van de Academie van de Unie, die een vertegenwoordiging was van de hele voormalige Sovjet-Unie. Maar toen vond in augustus de coup plaats. Terwijl de Sovjet-Unie uiteen viel in de zich zelfstandig makende republieken, kwam de Academie van de Unie in een identiteitscrisis terecht - zij maakte deel uit van een politieke eenheid die op het punt stond uiteen te vallen. Bij een stemming in oktober, stemden de leden ervoor de "Russische Academie voor Wetenschappen' te worden, waardoor Rusland twee verschillende academies kreeg met dezelfde naam.

Alles zou goed gegaan zijn als de omhooggevallen Russische Academie gewoon terzijde was getreden, maar inmiddels had zij aanzienlijke politieke steun verworven. De "president-organisator' is Joeri Osipov, een wiskundige en werktuigbouwkundig ingenieur uit Sverdlovsk, de geboorteplaats van Boris Jeltsin en diens naaste wetenschapsadviseur.

De Russische Academie heeft ook steun van het volk gekregen. Slechts 300 wetenschappers hebben een volledig lidmaatschap van de Academie van de Unie (en nog eens 600 zijn corresponderend lid) en toen bekend werd dat men zich kon aansluiten bij een nieuwe academie stroomden de aanvragen binnen - genoeg om drie pagina's van een krant te vullen.

De situatie begint te lijken op een "algemene strijd', zegt Smirnov, die bang is dat de bevoegdheid van de Academie van de Unie om onderzoekssubsidies te verlenen zou kunnen worden aangetast als grote groepen ""middelmatige professoren in kunnen stromen als gevolg van een fusie met de Russische Academie. Nog verontrustender voor Sverdlov en Ginzburg is dat de Russische Academie het plan heeft om een lidmaatschap te verlenen aan oudere politici, onder wie de voorzitter van het Russisch parlement, de econoom Ruslan Hizbullatov. Deze toelating van Hizbullatov, zegt Sverdlov ""wekt de indruk dat de Academie de speelbal is geworden van invloedrijke politici.

Degenen die zijn verbonden met de nieuwe Academie drijven de spot met deze opvattingen. Anatoly Rakitov, een wetenschapsadviseur van Boris Jeltsin, zegt dat de Academie van de Unie naar haar eigen geschiedenis zou moeten kijken voor de nieuwe Academie aan te vallen. Die staat bol van ""allerlei gebeurtenissen'', die haar reputatie van politieke onafhankelijkheid sterk in twijfel trekken, beweert Rakitov, bij voorbeeld de verkiezing van Stalins favoriet Trofim Lysenko in de jaren veertig, die begon met de vernietiging van een groot deel van de genetica in de Sovjet-Unie, of later de verkiezing van Stalin zelf als erelid. ""Als de leden van de Academie van de Unie zo bezorgd zijn dat een academie onafhankelijk van de politiek blijft'', zegt hij, ""hoe kunnen zij dan lid blijven?'' Over de klachten over Hizbullatov zegt Rakitov dat het ""alleen maar gunstig zou zijn als deze probeert druk uit te oefenen op de Academie. Hij heeft een goede opleiding en progressieve economische opvattingen'', aldus Rakitov.

Nu zelfs de meest uitgesproken tegenstanders van de nieuwe Academie, zoals Ginzburg zeggen dat zij er praktisch zeker van zijn dat een fusie van de academies onvermijdelijk is, proberen de leden van de Academie van de Unie tot een compromis te komen. Evgenii Velikhov, vice-president van de afdeling natuurkundige wetenschappen van de Academie van de Unie, stelt voor dat de Academie haar verdeling afschaft van volledige leden (wat meestal gevestigde wetenschappers zijn, van wie velen al met pensioen zijn en die volgens hem gemiddeld boven de zeventig zijn) en de corresponderende leden, die voor het grootste deel actief wetenschapper zijn. Dat zou het volledige lidmaatschap van de Academie omhoogbrengen naar 900, wat zou betekenen dat de Academie een aanzienlijk aantal nieuwe leden toe kon laten zonder bang te hoeven zijn voor een overname. Het gaat er om dat de mogelijkheid bestaat een aantal van de nieuwe aanvragers te weigeren, zegt Velikhov. Of die slimmigheid de politici tevreden zal stellen, valt nog te bezien.