Schurken en helden

Quigley Down Under. Regie: Simon Wincer. Met: Tom Selleck, Laura San Giacomo, Alan Rickman. In: Amsterdam, Tuschinski 3; Rotterdam, Lumière 2; Den Haag, Asta 2; Utrecht, Rembrandt 3; Heerlen, Rivoli.

De overeenkomsten tussen de in Australië gesitueerde western Quigley Down Under en de superhit van Kevin Costner zijn oppervlakkig gezien zo groot dat bij het aanschouwen van enkele buideldieren de alternatieve titel Dances with Kangaroos zich opdringt. In werkelijkheid is deze produktie van Pathé-MGM, geregisseerd door de Australische Hollywoodémigré Simon Wincer, geen snelle poging om een graantje mee te pikken van de populariteit van de formule blanke-solist-komt-op-voor-nobele-wilden. Het script, naar verluidt gebaseerd op ware gebeurtenissen, dateert immers al uit de jaren zeventig en zou hebben moeten dienen als vehikel voor wijlen Steve McQueen. Na verschillende hernieuwde pogingen het project op de rails te zetten, speelt uiteindelijk Tom Selleck, met Buffalo-Billsikje, de hoofdrol van Matthew Quigley, een scherpschutter uit Wyoming, die met zijn verbeterde geweer een emmer op 1200 meter afstand nog in het midden weet te raken. Hij trekt in de jaren zestig van de vorige eeuw naar de Australische outback, gehuurd door de wrede Engelse grootgrondbezitter Marston, in wie de charmante schurk uit Robin Hood: Prince of Thieves en Die Hard, Alan Rickman, te herkennen valt. De advertentie, waar hij op solliciteerde, meldde slechts verdediging van Marstons omvangrijke territorium tegen oprukkende dingo's, maar al snel blijkt de ware opdracht te bestaan uit het afschieten van de naburige Aboriginals. Kennelijk heeft de hoffelijke Quigley al vroeg in de gaten dat je zo niet omgaat met de oorspronkelijke bewoners van de wildernis en weigert. Hij wordt samen met een aanhankelijk hoertje (Laura San Giacomo) zonder water in de woestijn achtergelaten, waar de Aboriginals beiden vinden en langs magisch weg oplappen. Met zijn supergeweer verdedigt Quigley vervolgens de inboorlingen tegen verschillende aanvallen en verdient de bijnaam van spirit warrior.

In alle opzichten is Quigley Down Under een ouderwetse, clichématige western, waarin schurken en helden even voorspelbaar gepresenteerd worden als de blauwe luchten, de stoffige vlakten, de morsige handlangers en de onbezoedelde wilden. Zelfs de epische muziek van Basil Poledouris lijkt op honderd andere western-scores.

Het ontbreekt de meeste van de personages aan enige psychologische motivatie en de dramatische conventies worden keurig en fantasieloos afgewerkt. Als het aan dit soort films lag, dan was de western nog steeds even morsdood als vóór Dances with Wolves.