PTT Telecom ligt sterk onder vuur

PTT Telecom ziet op alle fronten de concurrentie toenemen. Vooral het internationaal doorverkopen van telefoontijd neemt snel toe. Alleen op het binnenlandse telefoonverkeer heeft het bedrijf nog het monopolie.

PTT Telecom - 's lands grootste informatievervoerder - ondervindt steeds meer concurrentie van buitenlandse telecommunicatiebedrijven en zogenoemde re-salers: "Doorverkopers' van telefoontijd. Het voormalige staatsbedrijf heeft eigenlijk alleen nog het monopolie op het binnenlands telefoonverkeer, maar in die markt zit nauwelijks groei. Alleen al op de abonnementskosten zou enige miljoenen guldens verlies worden geleden.

Mede op aandrang van de Europese Gemeenschap, die vindt dat er een te groot verschil is tussen de opbrengsten van het nationaal en het internationaal telefoonverkeer, gaan met ingang van 1 april de abonnementskosten met 2,20 gulden omhoog, maar worden de tarieven voor internationaal telefoneren buiten de "piekuren' verlaagd. Met kortingsregelingen voor grootverbruikers, bedrijven met een telefoonomzet boven bepaalde grenzen, hoopt PTT Telecom het marktaandeel te behouden.

De internationale telefoontarieven staan al geruime tijd onder druk. Op de langere trajecten zijn de belangrijkste tarieven alleen al in absolute zin met meer dan de helft gedaald. Herstructurering van tarieven is noodzakelijk doordat nieuwe technologische ontwikkelingen het telefoneren de laatste jaren aanzienlijk goedkoper hebben gemaakt. Door dalende kosten zijn de winstmarges op het internationale telefoonverkeer dan ook relatief groot geworden. Verlaagt men de tarieven niet dan kunnen forse verliezen worden geleden door het gebruik van "sluiproutes' via huurlijnen. Het zichtbaar relateren van de tariefstelling aan de feitelijke kosten van de geleverde voorzieningen en diensten is trouwens ook een van de nadrukkelijke wensen van grootverbruikers en consumentenorganisaties.

Voor het telefoonverkeer naar EG-landen gelden op dit moment nog twee tarieven: circa 1,10 gulden per minuut voor dichtbij gelegen landen en 1,45 gulden voor de overige lidstaten. Nieuw was al de invoering van nachttarieven voor het telefoneren met EG-landen en bestemmingen in het Verre Oosten. Per 1 april zullen de tarieven opnieuw veranderen: er komen dal-tarieven naast de reeds bestaande standaard- en nachttarieven, die een besparing opleveren van gemiddeld twintig procent, en een verlaging van de nachttarieven van nog eens tien procent.

Maar terwijl het internationale telefoonverkeer steeds goedkoper wordt, stijgen de tarieven voor het binnenlands bellen met 3,8 procent. Dat is helaas onvermijdelijk, zegt PTT Telecom. Het maandabonnement en het entreegeld van 200 gulden zijn sinds 1977 nauwelijks in prijs veranderd, onder meer omdat de telefoon in ons land steeds is beschouwd als een "sociale nutsfunctie' en dus wel moest worden gesubsidieerd uit andere inkomsten. PTT Telecom meent dat dit echter in geen verhouding staat tot het prijsindexcijfer voor de particuliere consumptie, dat de afgelopen tien jaar met vijfentwintig procent is gestegen.

Hoewel op de totale gesprekskosten nog altijd forse winsten worden gemaakt (600 miljoen gulden in 1990), staat de rentabiliteit van PTT Telecom volgens ing. G.J. van Velzen, bedrijfsdirecteur telecommunicatie, onder grote druk door dalende internationale tarieven en ver bij de inflatie achterblijvende nationale tarieven. Compensatie door een hoger volume en lagere exploitatiekosten is maar beperkt mogelijk, doordat versnelde technologische ontwikkelingen om kortere afschrijftermijnen vragen en de binnenlandse markt zo goed als verzadigd is. De penetratiegraad van de particuliere telefoon mag dan bijna even groot zijn als in de Verenigde Staten (het aantal aansluitingen per honderd inwoners bedraagt 43 in de VS en 41 in Nederland), het aantal gesprekken per aansluiting ligt aan de andere kant van de oceaan beduidend hoger: dagelijks 11 tegen 2,8 in Nederland.

Van Velzen: “Wij moeten met onze lokale tarieven naar kostprijs. Voor een deel hopen we dat te bereiken door de dienstverlening fors uit te breiden: U kunt daarbij denken aan een gespecificeerde telefoonrekening, het betalen van een tarief waarvoor u lokaal of interlokaal onbeperkt kunt telefoneren.”

De winst moet vooral komen uit het zakelijke segment, dat de helft van de telefonie-inkomsten (gesprekskosten en abonnementen) voor zijn rekening neemt. Die markt neemt nog steeds toe door uitbreiding van het aantal netlijnen op bedrijfstelefooncentrales. Bovendien is er een duidelijke en sterke trend waarneembaar naar vergrote mobiliteit ("overal bereikbaar zijn') in allerlei vormen.

Pag 14:

Om internationale gesprekken woedt hevige concurrentieslag

Voor het meerjarenplan 1991-'95 gaat PTT Telecom uit van de volgende gemiddelde groeicijfers in procenten per jaar: Europees telefoonverkeer 10,5 procent, transatlantisch verkeer 13,5 procent en 06-verkeer 22,5 procent. Het aandeel fax in het telefoonverkeer (vervanging telex) groeit naar verwachting van circa drie procent in 1991 naar 7 procent in 1995. Het percentage aansluitingen gaat in dezelfde periode van 2,9 naar 4,4 procent. Alleen door de introductie van nieuwe en de uitbreiding van bestaande diensten kan verdere groei worden gegarandeerd.

Op het gebied van het internationale telefoonverkeer is PTT Telecom momenteel de achtste internationale carrier ter wereld en de vierde in Europa. Geen slechte positie, zo lijkt het, maar de totale omzet van elk van de drie grootste Europese telecombedrijven (British Telecom, DBP Telekom en France Télécom) is altijd nog vijf tot zeven maal die van de PTT. Deze bedrijven hebben bovendien het voordeel van een grotere thuismarkt, hoewel in sommige landen (zoals Groot-Brittannië) verschillende aanbieders op de binnenlandse markt opereren.

De concurrentiepositie van PTT Telecom komt nog eens onder extra druk te staan nu zij het monopolie op een aantal diensten dreigt te verliezen. In 1988, het jaar van de verzelfstandiging, verloor PTT al het alleenrecht op de verkoop van randapparatuur, maar ook werd bepaald dat sommige vormen van data-transport met een toegevoegde waarde niet langer onder het PTT-monopolie zou vallen. De concurrentie op deze markt is inmiddels in alle hevigheid losgebarsten, en niet alleen daar. Ook ten aanzien van het internationale "spraakverkeer' opereren inmiddels al verschillende aanbieders op de markt. Amerikaanse zakenlieden en toeristen die in Nederland verblijven kunnen met behulp van een zogenaamde "calling card' van AT&T of MCI tegen lage tarieven met de Verenigde Staten bellen. Zolang deze diensten alleen aan Amerikaanse ingezetenen worden aangeboden, is er weinig aan de hand, bovendien heeft PTT Telecom zelf ook Country Direct-afspraken met 32 landen gemaakt, maar of de situatie zo blijft is de vraag.

Sinds ongeveer een maand levert in ons land het Amerikaanse bedrijf Gateway USA telecommunicatiediensten tegen goedkope tarieven. Deze onderneming weet kwantumkortingen te bedingen bij de drie grootste telecommunicatiebedrijven van de Verenigde Staten - AT&T, US Sprint en MCI - door jaarlijks een afname van enkele tientallen miljoenen gesprekken te garanderen. Gebruikers krijgen voor een vastrechtbedrag van tweehonderd gulden toegang tot een centrale in de Verenigde Staten die alle gesprekken automatisch delegeert. Hiervoor hoeft men alleen maar een gratis 06-nummer te bellen. Vooral tijdens "piekuren' kunnen de besparingen op gesprekken met de Verenigde Staten wel tot twintig procent oplopen, doordat men ook nog eens profiteert van de Amerikaanse nachttarieven.

Via Gateway met andere Europese landen bellen is volgens R. van Bodegraven, directeur van Gateway Benelux, niet veel goedkoper dan via de PTT, maar wie jaarlijks voor meer dan duizend gulden met de Verenigde Staten of het Verre Oosten belt, zou voordeliger uit zijn. Wie om 14.00 uur Nederlandse tijd vijf minuten met de Amerikaanse oostkust belt, betaalt op dit moment bij PTT Telecom 6,37 dollar, bij Gateway USA niet meer dan 5,10 dollar. In hotels kunnen de besparingen wel tot tachtig procent oplopen, doordat men de hoge toeslagen ontloopt. Gateway verwacht in de Benelux een omzet van 250 miljoen dollar te realiseren.

Doch telecommunicatie beperkt zich niet tot spraaktelefonie. Een belangrijk deel van het computerverkeer tussen bedrijven en instellingen loopt via datanetten, huurlijnen en satellietverbindingen. PTT Telecom heeft niet het alleenrecht op het aanleggen van deze netwerken. In Nederland is vooral British Telecom op dit gebied actief, maar ook Amerikaanse "carriers' benaderen Nederlandse bedrijven met het verzoek om hun dataverkeer tegen goedkope tarieven te distribueren. Een deel van die verbindingen loopt nu nog via lijnen die de PTT beheert, maar daarin komt straks verandering. Na 1 januari 1993 zal de dienst datatransport (ondermeer het beheer van Datanet) zelfs volledig worden vrijgegeven. Met uitzondering van spraaktelefonie mogen huurlijnen dan voor allerlei vormen van commerciële dienstverlening worden gebruikt. Waarschijnlijk zal ook het satellietverkeer worden vrijgegeven, al zal een frequentiemachtiging altijd nodig blijven.

Als gevolg van deze liberalisering zullen allerlei nationale en internationale bypass-routes ontstaan, waarbij het geschakelde net door gebruikers van vaste verbindingen steeds meer zal worden gebruikt als "overloopnet' voor piekverkeer of voor het opvangen van calamiteiten. Belangrijker is dat de overcapaciteit op de privé-netwerken aan derden ter beschikking zal mogen worden gesteld, voor zover het althans gaat om data-transport. Bij PTT Telecom houdt men er nu al rekening mee dat in de nabije toekomst een substantieel deel van alle internationale telecommunicatie (inclusief spraak) via privé-netten zal worden gedelegeerd.

PTT Telecom reageert op deze ontwikkelingen door het selectief verwerven van een "eigen' infrastructuur. In hoog tempo wordt in ons land het digitale ISDN-net aangelegd dat allerlei nieuwe faciliteiten en diensten mogelijk maakt. ISDN, sinds een maand beschikbaar in de vier grote steden van de Randstad, vervoert spraak, tekst, data en beelden via één enkele aansluiting met een hoge snelheid.

Als alternatief voor privé-netwerken biedt PTT Telecom bedrijven de mogelijkheid van het Virtual Private Network, waarbij (mondiaal) verspreide bedrijfsvestigingen zijn gekoppeld via het openbare net, maar met een eigen nummerplan en aangepaste tarifering, zodat het lijkt of men via vaste verbindingen belt. Een derde strategie is participatie in bestaande netwerken als Surfnet (ten behoeve van universiteiten), Intis (Rotterdamse haven), Satellite Business Television, Videotex Nederland en Medimatica (gezondheidszorg). Ook worden allerlei "strategische allianties' aangegaan, onder anderen met Swedish Telecom International, France Telecom en Deutsche Bundespost Telekom. Van Velzen: “We kunnen op veel punten heel goed samenwerken zonder dat we in elkaars vaarwater zitten. Je zorgt dat je je marktpositie op sommige punten versterkt, zonder echte kongsies te vormen.”

Toch is dit waarvoor vooral de EG bevreesd is. De Europese Gemeenschap stelt dat er behoefte bestaat aan moderne, snelle en bij voorkeur digitale pan-Europese netwerken, maar daar waar bestaande Europese operators proberen gezamenlijk dergelijke netwerken tot ontwikkeling te brengen, reageert Brussel terughoudend. Het gevaar is niet ondenkbeeldig dat hierdoor niet-Europese ondernemingen een dominante positie in deze markt verwerven. “Blijkbaar is men bang voor een nieuw monopolie”, zegt Van Velzen. “Terwijl het zeer verstandig zou zijn om gezamenlijk een deel van de infrastructuur op te zetten. Nu zijn alle nationale netten met elkaar verknoopt, het verkeer maakt omwegen waar rechtstreekse lijnen zouden kunnen worden gelegd.”

Vooralsnog heeft PTT Telecom te maken met zowel Amerikaanse als Europese concurrenten. AT&T en British Telecom profileren zich sinds enkele jaren rechtstreeks op de Europese markt. BT, dat in acht Europese landen aanwezig is, investeert jaarlijks al drie miljard pond in netwerken, circa zeven procent van de totale investeringen in vaste activa in het Verenigd Koninkrijk. Het concern wil zijn dienstverlenende activiteiten uitbreiden tot minstens zestig Europese steden, waarbij het aantal medewerkers zal toenemen van 500 naar 700. In Nederland hoopt het bedrijf in vijf jaar een omzet te realiseren 300 tot 400 miljoen gulden, wat Benelux-manager Mark W. Smith “zeer bescheiden” noemt. “De nadruk ligt op dienstverlening en netwerk-management. British Telecom gaat geen tweede telefoonnet naast de bestaande infrastructuur aanleggen, daarmee zijn te grote investeringen gemoeid. Ik denk ook niet dat je in een klein land als Nederland oneindig veel concurrenten op de markt zou moeten toelaten.”

Het grootste slagveld lijkt vooralsnog de markt voor de mobiele communicatie (autotelefonie, semafonie en draadloze telefonie) te worden. Men gaat ervan uit dat een belangrijk deel van de communicatie in de toekomst via ether zal verlopen. De draadloze telefoon zal in stedelijke gebieden steeds meer worden toegepast. Zo gaat in februari in Amsterdam een proef van start met Greenpoint, een vorm van draadloze telefonie (alleen uitgaande gesprekken), die gebruik maakt van cellen die langs snelwegen, bij postkantoren, NS-stations en grote winkels komen te staan. PTT Telecom is in ons land de eerste die ermee komt, maar ook andere bedrijven mogen in principe zo'n dienst opzetten. Dat geldt ook voor het toekomstige netwerk DECT (Digital European Cordless Telephone).

Vooralsnog gaat de meeste aandacht uit naar het GSM-net: een digitaal autotelefoon-netwerk dat in heel Europa volgens dezelfde standaard zal worden ingevoerd en het huidige autotelefoonnetwerk moet vervangen. In Nederland worden twee licenties verstrekt: de ene gaat naar PTT Telecom, terwijl voor de andere een "tender' zal worden uitgeschreven. Nu al zijn er vier Nederlandse gegadigden: een alliantie tussen ABN Amro en Philips, een consortium met NMB Postbank en het Britse telecommunicatiebedrijf Racal Vodaphone, een nog nader in te vullen samenwerkingsverband onder leiding van de Rabobank en het Zweeds- Amerikaanse telecommunicatieconcern Teleservices, waarvan de Nederlandse vestiging wordt geleid door oud-RSV-bestuurder Maingay en Ter Meulen van Ter Meulen Post.

Deze megaprojecten zijn niet zonder risico. De investeringen voor het GSM-net bedragen alleen al 500 miljoen dollar. Een voordeel is dat er geen strikte scheiding meer zal zijn tussen de exploitatie van de infrastructuur en de randapparatuur, zodat de aanschafkosten van het randapparaat kunnen worden verrekend in de gebruiksvergoedingen van het netwerk. Toch moet nog worden afgewacht of de enorme investeringen makkelijk zijn terug te verdienen. Een agressieve marktbenadering mag dan leiden tot een explosieve groei in het autotelefoongebruik, niet iedereen zal het op prijs gevoerde gevecht overleven.

Blijft de vraag of PTT Telecom groot genoeg is om de concurrentie ook op de lange termijn aan te gaan. BT's Mark W. Smith voorspelt dat in het jaar 2000 nog slechts enkele telecommunicatiebedrijven met een omvang van vijftig tot honderd miljard dollar op de internationale markt zullen opereren, de rest zou vechtend ten onder gaan. Twee jaar geleden nam PTT Telecom nog een bescheiden positie op de datacommunicatiemarkt in. Het marktaandeel werd geschat op circa zes procent. Sindsdien heeft het de activiteiten op het gebied van netwerkmanagement en -beheer voor klanten fors uitgebreid. Het bedrijf nam onder meer de datacommunicatiegroep van Philips over en haalde grote orders binnen van Philips, DSM, het ministerie van VROM en de Nutsspaarbank. Het marktaandeel wordt nu geschat op ongeveer twintig procent. “We zijn de grootste van de kleinere PTT's in Europa”, zegt Van Velzen. “Ofwel de eerste van de bisschoppen. Er mag dan nog wel wat ruimte tussen ons en de kardinalen zitten, als handelsland hebben we een aanzienlijk aandeel in het