Onderzoek naar veel te hoge uitgaven van Groningse kredietbank

GRONINGEN, 2 JAN. Een extern onderzoek door drie deskundigen moet duidelijk maken hoe directeur B. Ketelaar van de Gemeentelijke Kredietbank (GKB) in Groningen zonder enige financiële controle in 1991 acht keer zo veel geld heeft kunnen uitgegeven aan commerciële hypotheekkredieten als hem was toegestaan. De GKB verstrekte voor 100 miljoen gulden commerciële kredieten, terwijl het college van B en W van Groningen in 1990 een kredietplafond van 12 miljoen per jaar had vastgesteld. Ook wordt de rol van tussenpersonen nader onderzocht, waaronder die van oud-staatssecretaris van economische zaken, A.J. Evenhuis.

De GKB raakte in opspraak, nadat begin december bekend werd dat de directeur B. Ketelaar een hypotheek van bijna 17 miljoen had toegezegd aan de handelsonderneming Brio BV in het Drentse Zeegse voor de koop van een zuivelfabriek in het Duitse Wilhelmshafen. Het college oordeelde toen dat deze transactie de bedoelingen van de raad met de commerciële dienstverlening van de GKB oversteeg. Naar aanleiding van deze zaak schorste het college Ketelaar op 17 december en stelde een intern onderzoek in.

Evenhuis, die namens Brio als bemiddelaar optrad bij de GKB en de Duitse Genossenschaftsbank heeft in een brief aan burgemeester Ouwerkerk laten weten dat hij hiervoor geen commissie heeft ontvangen. De vrouw van Evenhuis is sinds september 1991 burgemeester van Rolde.

De gemeenteraad van Groningen besloot in 1985 dat de GKB naast sociale kredietverstrekking ook commerciële kredieten mocht verlenen aan burgers voor de aankoop van een huis en aan bedrijven. Deze commerciële kredieten boden de gemeente, die te maken kreeg met bezuinigingen, de mogelijkheid om de sociale activiteiten (schuldsanering, sociale kredieten, budgetvoorlichting) te financieren. In 1987 stelde de raad een kredietplafond vast voor de commerciële hypotheekkredieten van 5 miljoen per jaar. In 1990 werd dat bepaald op 12 miljoen op jaarbasisen op 17 december vorig jaar werd dit verhoogd naar 15 miljoen per jaar, met een maximum van 600.000 gulden per transactie.

Nu blijkt dat in 1990 voor 38 miljoen gulden aan commercieel hypotheekkrediet is verstrekt. Voor dit jaar ligt dat bedrag op 100 miljoen. Het college had geen direct zicht op de commerciële activiteiten, omdat de beslissingsbevoegdheden gemandateerd waren aan Ketelaar en deze niet verplicht was de gegeven leningen met naam en toenaam te rapporteren.

Overigens heeft het college van Gedeputeerde Staten van Groningen het besluit van de raad in 1987 nooit goedgekeurd omdat de brief van B en W van Groningen pas in 1990 opdook. Onderzocht wordt hoe dit kon gebeuren. “Het is nooit de bedoeling geweest dat er bedragen van deze omvang zouden worden verstrekt”, aldus collegewoordvoerster E. Hoekstra.

De zwager van de VVD-er Evenhuis, de landbouwer G.J. Meppelink, kreeg van de GKB een lening van 3,5 miljoen op zijn boerderij en landerijen in het Drentse Dalerveen en enkele miljoenen voor Altmark Drenthe BV voor de financiering van landbouwprojecten in de voormalige DDR.

Ketelaar, die zes jaar directeur is van de GKB, is tevens landelijk voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Gemeentelijke Kredietbanken. Van 1982 tot 1986 was hij statenlid voor de VVD in Drenthe. Van 1982 tot 1984 was hij tevens VVD-raadslid in de gemeente Borger.