"Nederlands aandeel in Duitse import daalt scherp'

DEN HAAG, 2 JAN. De Nederlandse export mist kansen op de Duitse markt. Dit schrijft C. van Paridon, stafmedewerker bij de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in het jongste nummer van het economenblad ESB.

Door de grote vraag naar westerse producten van de voormalige bewoners van Oost-Duitsland is de export naar Duitsland fors gegroeid, schrijft Van Paridon. Andere landen hebben echter veel meer van de Duitse eenwording geprofiteerd dan Nederland. Zo steeg het aandeel van de Nederlandse export naar Duitsland in 1991 met 13 procent. De belangrijkste concurrenten van Nederland - Frankrijk, België en Italië - voerden hun export naar Duitsland op met 19 tot 23 procent.

Duitsland is voor Nederland een belangrijk exportland. Ongeveer 30 procent van de export gaat naar dit buurland. De grote toename van de vraag naar buitenlandse producten in Duitsland heeft gezorgd voor een gunstige economische ontwikkeling in Nederland. In 1990 nam de totale Nederlandse export toe met 4 procent. De export naar Duitsland steeg echter met 12 procent. Dit maakt dat de totale exportwaarde in de afgelopen twee jaar ongeveer 15 miljard hoger is uitgekomen dan anders het geval zou zijn geweest.

Toch is er reden tot ongerustheid, vindt Van Paridon. Het aandeel van Frankrijk, Italië en België op de Duitse markt groeit, terwijl dat van Nederland een scherpe daling te zien geeft. Ook landen als Japan en Spanje veroveren zich een warm plekje op de Duitse importmarkt.

Volgens Van Paridon is er een "adequate reactie' nodig van het Nederlands bedrijfsleven om verder marktverlies tegen te gaan. De richting die hij aangeeft behelst een nieuwe stimulans in het aanbod. Tot nu toe exporteert Nederland vooral voedingsmiddelen en halffabrikaten naar Duitsland. De grootste stijging van de Duitse vraag ligt echter vooral bij de industriële producten. Volgens Van Paridon biedt de Duitse markt goede kansen vooral voor de export van dit soort producten.