Maanstand en bioritme hebben geen invloed op ongelukken

Groningers zijn zo nuchter dat ze zich bij het brokken maken niet laten beïnvloeden door hun bioritme en ook nauwelijks door de maanstand.

Twee co-assistenten in het Academisch Ziekenhuis in Groningen concluderen dat na bepaling van het bioritme van 29.085 patiënten die in de jaren 1981 tot 1984 de eerste hulp bezochten en van 930 ernstig gewonde patiënten die tussen 1985 en 1989 werden binnengebracht. Ook keken ze of er bij volle maan meer patiënten kwamen dan bij nieuwe maan, eerste kwartier of laatste kwartier. (Ned. Tijdschr. v. Geneeskunde, 21 dec.)

De theorie van de bioritmen is in 1897 opgesteld door de Berlijnse chirurg Wilhelm Fliess. Hij dacht dat er een lichamelijke cyclus van 23 dagen, een emotionele van 28 en een intellectuele cyclus van 33 dagen bestaan. Iedere cyclus is een golfbeweging en verkeert de helft van de tijd in een positieve en de andere helft in een negatieve ruimte. De cycli beginnen bij de geboorte en pas na 58 jaar gaan ze alledrie nog eens tegelijkertijd door het beginpunt. Iedere keer als een curve van positief naar negatief wisselt, maakt de eigenaar een crisisdag mee, waarop hij vatbaar is voor ongelukken. Wanneer twee of alledrie de curven op een dag van positief naar negatief wisselen is het helemaal oppassen geblazen.

De biotritmiek heeft vooral in Japan aanhangers. Er zijn daar bedrijven die hun werknemers op crisisdagen vrij roosteren of ze verbieden om belangrijke zaken te behandelen. Het bioritmepolshorloge waarop momentaan de stand der cycli is af te lezen is een bescheiden exportprodukt vanuit Japan geworden.

Fliess, de ontdekker van de bioritmen, was een goede kennis van de oervader der psycho-analyse Siegmund Freud, die de cyclustheorie aanvankelijk als een grote biologische doorbraak beschouwde.

De twee Groningse auteurs mochten verwachten dat op grond van toeval er 1265 mensen een lichamelijke crisisdag doormaakten - ze vonden er 1302. De verschillen tussen de verwachte en gevonden emotionele en intellectuele crisisdagen waren evenmin statistisch van belang.

Aan de volle maan wordt vaak een slechte invloed toegeschreven. Meer geestesziekte (luna tic), meer moord in India bij volle maan. Maar er zijn onderzoeken waarin geen verband is aangetoond. Epilepsie (maanziekte volgens Mattheus) komt niet vaker voor bij volle maan. Dat werd al in de vorige eeuw vastgesteld door een Franse arts. In Amerikaanse onderzoeken is geen verband tussen maanstand en aantallen verkeersongelukken gevonden.

In Groningen bestaat een verschil van één procent. Bij volle maan verschenen er iets minder patiënten voor eerste hulp, 24% tegen de verwachte 25% - toch een onverwacht groot verschil bij zo'n nuchter volkje.