Leerlingwezen

Naar aanleiding van het artikel "Facts and figures van het Nederlandse onderwijs' in uw blad van 14 november jl. het volgende.

Ofschoon ik de onderwijsartikelen in dit katern graag lees, valt me toch regelmatig op dat sommige onderwijssoorten niet of nauwelijks genoemd worden in de informatie. In genoemd artikel wordt buiten de algemene grafiek over het onderwijsstelsel om met geen woord gerept over de studieweg in het leerlingwezen, toch een volwassen vorm van beroepsonderwijs, die zijn sporen duidelijk heeft verdiend in onderwijsland en zelfs wordt aangehaald als voorbeeld voor werkmethoden in andere onderwijssoorten, bijvoorbeeld in het rapport van de commissie Rauwenhoff waar het duaal stelsel wordt gepropageerd voor de andere onderwijssoorten.

Het leerlingwezen kent een populatie van bijna honderdvijftigduizend deelnemers en leidt op tot landelijk erkende beroepskwalificaties die in het bedrijfsleven op hun waarde worden geschat en goede uitgangspositie voor de werkgelegenheid opleveren.

De overheid dreigt voortdurend met bezuinigingen op deze onderwijsvorm, waarbij dit juist de minst kostbare manier voor de maatschappij is om mensen op te leiden voor een beroep. Immers, de leerling neemt over het algemeen al voor tachtig en soms zelfs voor honderd procent deel aan het arbeidsproces en draagt op die wijze mee bij aan ons nationaal produkt.

Bij een integrale berekening zou wel eens kunnen blijken dat opgeleiden in het leerlingwezen de overheid tijdens hun opleiding geld opleveren doordat de bijdrage die zij leveren aan de nationale economie waarschijnlijk hoger is dan de uitgaven die het ministerie van onderwijs en wetenschappen voor hen moet doen.