Kosto heeft verkeerd idee over het recht op kerkasiel; Een onfatsoenlijke staatssecretaris

Staatssecretaris Kosto van justitie staat erom bekend dat hij in het verleden in diverse interviews niet wars is geweest van harde uitspraken die hem - en dat geldt zeker niet alleen voor de radikalinskis van Rara en consorten - niet alom in dank zijn afgenomen. Hij gaat er kennelijk prat op als PvdA-staatssecretaris harder en meedogenlozer te zijn dan zijn CDA-voorgangers, mevrouw Haars en mevrouw Korte-van Hemel. Hij volgt daarmee de lijn van Kok die zich als minister van financiën voorgenomen heeft zijn CDA-voorgangers de loef af te steken bij het terugdringen van de staatsschuld.

Kennelijk willen de PvdA-bewindslieden demonstreren dat hun partij een betrouwbare partij is die heel wel in staat is bewindslieden te leveren die van optreden weten. Allemaal in het kader van het nagestreefde nieuwe profiel van de partij als een regeringspartij bij uitstek. Bij het invullen van deze profielschets heeft Kosto thans echter bij zijn vertoon van fermheid - daarbij op de achtergrond gecoached door het hoofd van de directie vreemdelingenzaken Nawijn - de grenzen van het fatsoen die hij vroeger al bedenkelijk dicht was genaderd, uit het oog verloren.

Kosto is op 18 december bij het Kamerdebat dat op verzoek van Groen Links werd gehouden, van leer getrokken en heeft dat voor de NOS-televisie nog eens extra grof aangezet. Natuurlijk is dat zijn goed recht; niemand zal hem daar hard over vallen als hij dat tenminste op faire wijze doet. Kosto heeft echter zijn toevlucht menen te moeten zoeken tot ontoelaatbare, op geen enkele wijze te verdedigen uitspraken. Nu hoeft men hem daarvoor op zichzelf ook niet al te hard te vallen; dat is helaas in de politiek gebruikelijker geworden dan ik voor wenselijk hou. Wat men hem bij zijn onbekookte aanval op kerkelijke hulpverleners wel ernstig mag verwijten is dat zijn uitval berust op een volstrekt verkeerde voorstelling van zaken.

Kosto stelde na afloop van het Kamerdebat dat hij er niet voor terug zou deinzen Vietnamezen die eventueel in een kerk onderduiken door de politie daar uit te laten halen. Voor NOS-Laat ging hij op 18 december in op het initiatief van de kerkelijke organisatie Inlia, afkorting van International Network of Local Initiatives working with Asylumseekers, om voorbereidingen te treffen de Vietnamezen op te vangen. Hij verklaarde letterlijk: “Kerkasiel is een romantisch begrip uit de Middeleeuwen, waarbij wordt gedacht dat men altijd veilig en onaantastbaar is voor het altaar. Degene die uitgezet moet worden, wordt opgespoord. Daarbij wordt eventueel de politie naar binnen gestuurd.” Hij vond het aanbod van de kerkelijke hulpverleners "kwalijk', maar achtte de kans dat de Vietnamezen een kerk bereiken gering, gelet op het feit dat alle Vietnamezen zich in vreemdelingenbewaring bevinden in een opvangcentrum.

Het CDA-kamerlid Krajenbrink, niet gehinderd door kennis van zaken, mocht ook nog een duit in het zakje doen. Hij gooide er nog een schepje bovenop en sprak van de niet waar te maken pretentie van een vrijplaats. Daarbij ging hij nog een forse stap verder in de tijd terug en noemde het zelfs een "achterhaald oud-testamentisch begrip'. Duidelijk een christen die het evangelie niet gelezen heeft.

Hoe liggen nu de feiten? Het zogenaamde kerkasiel is helemaal niet een romantisch begrip uit de Middeleeuwen. Het berust op twintigste-eeuwse Nederlandse wetgeving en wel op artikel 123 van het Wetboek van strafvordering, het wetboek waarin het strafprocesrecht geregeld wordt. Hierin staat dat het verboden is dat opsporingsambtenaren “lokalen voor de godsdienst bestemd, gedurende de godsdienstoefening, betreden om mensen aan te houden. Het artikel stamt uit 1926. Het opent de mogelijkheid het asielrecht te laten functioneren voor groepen door de overheid gezochten, zoals de groep Vietnamezen die met uitzetting bedreigd worden. Als de politie komt om hen op te halen, verbergen de gezochten zich in de kerk. Ondertussen is een altijd aanwezige godsdienstige voorganger van dienst van één van de samenwerkende kerkgenootschappen - en dat hoeft niet speciaal een dominee te zijn - een noodliturgie begonnen. Dan komen de gezochten te voorschijn en gaan zingen en bidden. De politie mag dan de dienst niet verstoren en de gezochten aanhouden.

De jurist Kosto noemde het kerkasiel een romantisch, middeleeuws begrip. Hij weet heus wel beter. In 1985 werd door de toenmalige minister van justitie Korthals Altes een wetsontwerp "algemene wet op het binnentreden' ingediend. Deze voorgestelde wet wil eenmaking van de verspreide wettelijke bepalingen inzake het politiële binnentreden. Welnu, dit wetsontwerp, nog in behandeling bij het parlement, bevat dezelfde bepaling als het besproken artikel 123. De vaste commissie van justitie van de Tweede Kamer heeft terzake van het voorgestelde geen enkele kanttekening geplaatst. Terwijl reeds in de jaren tachtig groepen Turken en Marokkanen werden ondergebracht in kerken om hen te vrijwaren tegen uitzetting. Krajenbrink heeft dus de kans gehad zijn bijbelkennis te demonstreren. De behandeling van het wetsontwerp is tijdelijk opgeschort om coördinatie van behandeling mogelijk te maken met een ruimer pakket van voorstellen over het strafprocesrecht die wordt voorbereid door de adviescommissie onder voorzitterschap van Moons.

Kosto weet dat allemaal heel wel, maar hij stelt het bewust anders voor. Hij kent ook heel goed het staatsrechtelijke begrip scheiding van kerk en staat. Op grond van de eigen verantwoordelijkheid heeft de kerk soms een heel eigen belang dat haaks staat op het staatsbelang. Deze scheiding behoort in een beschaafd land gerespecteerd te worden en niet op zo grove wijze gebruskeerd zoals Kosto op al te lichtzinnige wijze aankondigt. Het optreden van Kosto ontmoet overigens niet alleen op dit punt kritiek. Ook zijn megalomane geste, de politiemensen die alleen maar hun normale plicht hebben vervuld, nu het de staatssecretaris persoonlijk betrof, een geldpremie te bezorgen, heeft voor nogal wat verbazing gezorgd.

Inmiddels heeft Kosto al veel van zijn stoere verhaal voorlopig moeten inslikken. Er is een korte adempauze afgekondigd tot begin januari. Bijna onmiddellijk nadat hij had gesteld dat hij de kans klein achtte dat de Vietnamezen hun toevlucht zouden kunnen nemen in een kerk, hebben zesentwintig voor het merendeel "uitgeprocedeerde' Vietnamezen asiel gekregen in een zestal kerken verspreid in het land: in de hervormde kerk in het Friese Oosterwolde, een hervormd kerkgebouw in Vries in Drenthe, het r.-k. missionair centrum in Heerlen, de Rotterdamse Pauluskerk en verder in kerken in het Friese Roden en het Groningse Peize. De Haagse rechter Thijssen, in kort geding zitting houdend in 's-Hertogenbosch, heeft in een door drie asielzoekers aangespannen kort geding bepaald dat deze asielzoekers - inmiddels in Tsjechoslowakije niet meer welkom - niet zonder meer naar Vietnam mochten worden uitgewezen, zodat twee kerkasielzoekers de kerk in Oosterwolde al heel snel konden verlaten. In een later kort geding door drie andere Vietnamese asielzoekers aangespannen, bleek dat de Haarlemse rechter De Groot er anders over dacht dan zijn Haagse collega.

Het zou verstandig zijn als Kosto in 1992 wat gas terugneemt wat zijn dreigement betreft het kerkasiel met geweld te schenden. Tot dusver is het kerkasiel in Europa nog slechts eenmaal doorbroken. Het is nu bijna drie jaar geleden, op 18 januari 1989, dat de Singalees Viraj Mendis, aanhanger van de Tamil-separatisten, die gedurende bijna twee jaar toevlucht had gezocht in een kerk in Manchester op last van de toenmalige Home Secretary Douglas Hurd met veel vertoon van politieel geweld in de kerk werd gearresteerd om te worden uitgezet naar Sri Lanka. Zelden zijn de gemoederen in Engeland zo hoog opgelopen. Uiteindelijk moest na een reeks krachtige protesten van uitzetting worden afgezien. De regering-Thatcher is er niet zonder kleerscheuren vanaf gekomen.

Dit indachtig zou het van politieke wijsheid getuigen dat de strijdbijl begraven wordt en er een humane oplossing komt. Niemand is gebaat bij botsing tussen de kerken en de Staat der Nederlanden: dat moet zelfs de oud-theologiestudent Kosto kunnen inzien.