Integratie met behoud van culturele identiteit is onmogelijk

Het begrip verzuiling maakt opnieuw opgang. Anton Zuiderveld (NRC Handelsblad 23-12-91) heeft het oude paradepaard in een debat met Marc Chavannes opnieuw opgetuigd. En we waren er zo mooi vanaf. Arend Lijphart had het woord naast apartheid opnieuw aanzien gegeven in de Zuidafrikaanse context, maar echt pakken deed het niet meer. Er waren ook te veel mislukkingen van gesegmenteerde samenlevingen zoals in Libanon, waar de formule niet werkte.

En dat alles nadat Frits Bolkestein er alleen maar voor had gepleit dat allochtonen zich aanpassen aan onze samenleving met onder meer als argument, dat hij dat in zijn internationale carrière toch ook altijd heeft moeten doen. Wekte zijn uitermate redelijke betoog weerstand omdat hij enkele waarden zoals tolerantie of eerbied voor de wetten de connotatie universeel meegaf?

Zijderveld houdt het ervoor dat de verzuiling van het interbellum in Nederland verleden tijd is. Zo zou het - malle - katholicisme een gepasseerd station zijn, maar in zijn moderne, open vorm bruikbaar zijn gebleven in onderwijs, ziekenzorg en massa-media. Hij wil kennelijk géén pleidooi houden voor zaken als de destijds gevoerde geboortenpolitiek. Laat staan dat hij het taboe op gemengde huwelijken zou willen herstellen en er is toch wat afgebeden in roomskatholieke kerken en slaapkamers om zulke rampen te voorkomen. En toch is juist die naar binnen gerichte oriëntatie een grondgegeven in het door Lijphart gehanteerde begrip verzuiling. Ook het elitair leiderschap van kerkelijke voormannen als Nolens of Schaepman laat hij als wezenskenmerk ongenoemd, ofschoon het voeren van beleid per proxy niet eens zo uit de tijd is, want wat waren die verzuilde afspraken anders dan regeerakkoorden avant la lettre. We komen dus met een definitie van verzuiling waaraan zoveel wezenlijks ontbreekt niet veel verder. Maar ook het civiele standpunt van Bolkestein kan wel wat aanscherping gebruiken. Bij de één is het de vaagheid van nestgeur, bij de ander de vluchtigheid van aftershave.

De moeilijkheid ligt bij de onhoudbaar gebleken Nederlandse politiek van integratie met behoud van culturele identiteit. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid heeft de afgelopen jaren al in rapporten over minderheden en allochtonen voorgesteld op een praktische wijze te komen uit het dilemma tussen twee onverenigbare grootheden. Onderwijs en werkgelegenheid waren daarbij sleutelbegrippen, want via die deuren komt men immers middenin de maatschappij. Maar zelfs als die hefbomen werken, blijft men zitten met problemen van het zeer eigene, dat men wil behouden. Als integratie identiek wordt met assimilatie zoals dat het geval is met de grootste migrantengroepering van na de oorlog, de Indische Nederlander, dan is er geen enkel probleem. Gaat het om Turken of Marokkanen (want daar knelt natuurlijk de schoen), dan vallen alle variabelen die Zijderveld zo abstract uit elkaar wil houden - etniciteit, religie, taal, kleur, cultuur en opleiding - zo over elkaar heen, dat het geen zin heeft een politieke organisatie voor te stellen zonder tegelijk alle andere factoren binnen te halen. En zo schept men dan tastbare getto's, die lijken op wijken in de oude Noordafrikaanse steden, waar joden hun gerespecteerde ambachten uitoefenden. En dat verleden is definitief. Zelfs in Jakarta zijn kampong Ambon, kampong Tjina of kampong Menado (inventieve oplossingen uit de koloniale tijd) niet levensvatbaar meer en ook New York zal op termijn zijn China Town en Little Italy zien afbrokkelen. De Amsterdamse Bijlmermeer is nu al aan een opruimbeurt toe.

Maar een levensvatbare en bescheiden verzuiling bestaat al enkele geslachten lang onder de protestantse noemer 'soevereiniteit in eigen kring' en het is vreemd dat juist Zijderveld (nourri dans le serail) zijn islamitische vrienden daar niet op vastbindt; het is de identiteit in de intimiteit van de privacy: de eigen moskee, waar de mannen samen bidden en tegelijkertijd hun sociëteit hebben en waar vrouwen met elkaar praten. Er dient in zo'n moskee geen imam vóór te gaan die geïmporteerd is uit het Marokko van Hassan II, ook al zal de ambassadeur, tuk op deviezentransfers en politieke inlichtingen, daarop aandringen.

Turken hoeven evenmin via een Islam Partij Nederland vertegenwoordigd te zijn in een Nederlands of Europees parlement, het gemeentebestuur volstaat op grond van de (on)macht van het getal; Turkse supporters uit de nabije en verre omgeving kunnen hun nationale elftal nu nog steunen met een volle tribune bij Ajax of Bayern München, maar met elk Turks aspirantje dat speelt bij een Nederlandse club (al zou het zijn bij R.K.C., de Rooms Katholieke Club uit Waalwijk) neemt die belangstelling af. Vaders autoriteit mag nog gelden als zijn dochter gaat dansen (want huwelijk en gezin zijn taaie rakkers), maar zonder kettingmigratie zal het leven in de pluriforme Nederlandse maatschappij meer en meer een "European way of life' betekenen, die nog wel besloten cirkels van privacy zal toelaten zoals men met elkaar verkeert in eetkeuken of slaapkamer, maar verder zal het gaan zoals met de post: men correspondeert zonder veel apartheid, gebruikmakend van universele faciliteiten met als enige concessie de privacy: een dichtgeplakte envelop. Met het zegel van Frits Bolkestein.