"Ik keek even waar die vuurpijl bleef...'; Eerste-hulppost beleeft een rustige oudejaarsnacht

AMSTERDAM, 2 JAN. Achteraf blijkt het een rustige jaarwisseling, maar om twaalf uur bereidt de ploeg die de eerste-hulppost van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis in Amsterdam bemant zich voor op het ergste. Na oliebollen en een glaasje champagne begint het wachten. Assistent-dokter H. Tan verwacht omstreeks half één de eerste vuurwerkwonden. “En na twee uur begint het vechten, dan krijg je de breuken en steekwonden.”

Zijn voorspelling is tot op de minuut correct. Om half één wordt een door rook bevangen astmapatiënt binnengedragen. Na een korte ademstilstand, die voor enige consternatie zorgt, kan de man door naar de intensive care.

Intussen komen de vuurwerkslachtoffers binnendruppelen: het zijn overwegend kleine brandwonden aan handen en gezicht. De gebroeders Henk en "Skinny' Swerissen hadden een illegale duizendklapper gekocht en aan de gevel van hun huis gehangen. Skinny Swerissen: “Er zaten een paar staven in de "mat' die een extra zware knal gaven. Eén daarvan ging niet af, de lont leek ons nog lang genoeg”. Het resultaat: een hand vol wonden en zwarte bloedblaren. “Hij heeft niets gebroken, anders zouden zijn vingers wel blauw zijn”, zegt zijn broer Henk deskundig.

In de wachtkamer blijft de sfeer gemoedelijk, bijna gezellig. Omstreeks half twee komt de zwaar getatoeëerde Chris van Wolfrad binnenwankelen, met een nat waslapje tegen zijn oog. “Die vuurpijl kwam maar niet uit de fles, dus ik keek even waar ie bleef”, zegt Chris vrolijk. “Ja, en toen wilde ie wel komen”, vult zijn vriendin aan. “Weet je wat ze eens bij die vuurwerkcampagnes moesten zeggen? Eerst het vuurwerk afsteken, daarna pas zuipen.” Na een minuut of tien komt Chris weer naar buiten wankelen, de vuurpijl blijkt langs zijn gezicht te zijn geschampt. “En nu de rest van het vuurwerk afsteken”, loeit hij.

Een groot deel van de patiënten heeft geen vuurwerk gezien. Een Duitse toeriste zit versuft in de wachtkamer: ze heeft te veel space-cake gesnoept, cake waarin hasj is verwerkt. Casper, die verkrampt over drie stoelen hangt, is volgens zijn vrienden na het drinken van bijna een liter tequila op een auto gaan dansen. De chauffeur van de auto vond het al snel welletjes en gaf vol gas. De schade blijft beperkt tot drie hechtingen in zijn kin. Caspers alcoholpercentage staat garant voor een stevige kater, maar is niet gevaarlijk. Dat in tegenstelling tot een man met een alcoholpromillage van 12, voor veel mensen een dodelijke dosis. “Deze was kennelijk wel wat gewend”, vermoedt verpleegster Derks.

Rond een uur of twee neemt het aantal vuurwerkslachtoffers af. Het waren er 21 in anderhalf uur tijd. Daarna volgen de hechtwonden. Monique komt binnenhinken met een snijwond in haar bovenbeen. Glitterpanties en laarsjes met bont: ze had zich voorbereid op een gezellig avondje stappen op het Rembrandtsplein. “Ik liep daar gewoon, steekt zo'n maffe Turk een mes in m'n been. Ik kende die gozer helemaal niet”, klaagt ze. “Maffe Turk? Het kan mijn neef wel zijn”, mompelt haar Turkse zwager gepikeerd.

Even later strompelen twee Marokkaanse illegalen naar binnen. Een kleine man in zwerversjas ondersteunt zijn met bloed overdekte vriend. Hij heeft een steen tegen zijn hoofd gekregen, maar zoals bij veel hoofdwonden staat de schade in geen verhouding tot het vergoten bloed. Nadat de wond is gehecht, weigert het duo de behandelkamer te verlaten. “Help ons”, smeekt de kleine. “Het is discriminatie, als hij een Nederlander was, hadden ze hem geholpen.” Zijn vriend ligt te kreunen op de behandeltafel. Zakelijk inspecteert een dokter voor een tweede keer zijn schedel, voordat hij hem overeind helpt en verwijst naar een kruispost op de Voorburgwal. De twee blijven nog tien minuten in de wachtkamer zitten, dan wandelen ze de nacht in. De dokters hechten intussen de volgende steekwond, een diepe ditmaal, in een bovenarm.

Na half vier wordt het weer rustig in de wachtkamer. De volgende middag komt de tweede golf op gang. Vaak gaat het om kinderen die de straten afschuimen op zoek naar niet-geëxplodeerd vuurwerk. Maar de schade valt mee: 52 klanten tot acht uur 's morgens, 148 over de hele dag. “Opvallend rustig, als je bedenkt dat we op een normale dag 100 patiënten hebben”, zegt arts G. Osinga achteraf. “Maar het weer werkte ook mee. Wanneer het had geregend of gewaaid, was er minder vuurwerk ontploft en hadden we de volgende dag veel meer kinderen binnengekregen met verwondingen door blindgangers.”