Homogeen

In Detroit bestonden een tijdje geleden plannen voor het oprichten van een zwarte-jongensschool. Het percentage drop-outs onder de zwarte middelbare scholieren, vooral de jongens, groeide zo schrikbarend dat men dacht dat er zo misschien nog iets gered zou kunnen worden: strikte discipline, geen afleiding in de vorm van meisjes in de klas, maar wel een garantie voor het einddiploma bij betoonde inzet. Het initiatief werd de kop ingedrukt door het dreigen met aanklachten vanwege discriminatie. “Als dat zo'n goede school wordt, moet mijn dochter er ook heen kunnen”, zeiden ouders, en daar hebben ze in principe wel gelijk in, maar in de praktijk is het resultaat van dit voorlopige gesteggel dat alles bij het oude blijft. De meest noodlijdende groep kan geen steuntje in de rug krijgen, omdat dat niet eerlijk is tegenover de minder noodlijdende groep.

Van heterogeen samengestelde groepen gaat een speciale bekoring uit: het is het aangename gevoel dat je krijgt bij het kijken naar een bepaald soort videoclip, waarin grote aantallen kinderen van verschillende kleur met de popster het refrein meezingen. David Bowie en Mick Jagger hebben zo'n clip gemaakt en Michael Jackson zelfs meerdere. Veelvormigheid in harmonie, zo zou de wereld in elkaar moeten zitten. Het beeld van de "melting pot" is zeker niet het slechtste onder de culturele clichés. Het is alleen jammer dat de groepen die het sterkste zijn ook het meest in staat zijn om de neiging tot homogeniteit - die elke groep in zich heeft - ten eigen bate bot te vieren.

Positieve discriminatie, bijvoorbeeld als middel om groepen een meer heterogeen aanzien te geven en daarmee de harmonie tussen groepen te bevorderen, wekt nauwelijks nog weerstand als het om functies van lage status gaat. Vakkenvullen bij de supermarkt, dienstverlening achter een loket, kaartjes knippen in de trein, het vereist allemaal weinig specialistische vaardigheid, althans niet iets wat niet in een korte trainingsperiode op het werk zelf geleerd kan worden. Wie het wil die kan het, dus wat kan er tegen zijn om voor een periode de voorkeur aan minderheden te geven, de idyllische videoclip à la Michael Jackson in het achterhoofd? Wie als blanke werkloze vakkenvuller moppert op de buitenlanders die zijn plek innemen, doet het zachtjes, want je begeeft je daarmee op gevaarlijk terrein.

Bij functies rijk aan status gaat het anders. Daar komt heterogeniteit er niet aan te pas. Het is ook heel makkelijk om die heterogeniteit buiten de deur te houden, omdat er zulke toeren om het begrip "geschiktheid' heen worden gebouwd. Het is toch een beetje eigenaardig dat er in het wereldje van de medisch specialisten, de universitaire docenten, hogere functies in het bedrijfsleven en de media zo'n ondervertegenwoordiging bestaat van de van oorsprong buitenlandse Nederlanders en niet te vergeten vrouwen. Toch niet alle Surinamers, Turken en Molukkers zijn aan de heroïne? Maar ik begrijp wel hoe dat komt. Al die eindeloze sollicitatiegesprekken zijn maar op één ding gericht: past de beoogde kandidaat wel in het team? Kan hij zich bij de club naar wederzijdse tevredenheid innestelen? Geschikt zijn de kandidaten allemaal wel, of toch zeker de helft. Zonder voldoende kwalificaties kom je niet eens door de brievenselectie heen. De commissie die de vacature moet vervullen mag de kwalificaties binnenste buiten keren en tegen het licht houden, en gepijnigd verzuchten dat het waaratje niet meevalt een schaap met vijf poten te vinden - het is eigenlijk een speurtocht naar iemand die in zoveel mogelijk opzichten op hunzelf lijkt. Kwade wil kun je het niet eens noemen, het is een automatisch mechanisme met een voorspelbare uitkomst.

Elke groep is gebaat met homogeniteit, want dat versterkt de machtspositie en slagvaardigheid. Heterogeniteit brengt andere voordelen met zich mee, maar in een groter perspectief, zoals gelijke kansen en beloning naar verdienste zonder aanzien des persoons (sekse, afkomst). Het is nogal dubbelhartig om de machtige groepen hun eigen homogeniteit in stand te laten houden, terwijl de zwakke groepen onder het mom van "discrimineren mag niet' tot heterogeniteit worden gedwongen. Ik bedoel nu niet positieve discriminatie onder vakkenvullers - dat is even nuttig als onder hartchirurgen -, maar de vanzelfsprekendheid van naar sekse gemengde middelbare scholen. De zwarte jongens uit de arme wijken in Detroit zouden vast gebaat zijn met een onder-onsschool, waar ze scherp achterna gezeten worden tot ze hem weten af te maken.

Maar meisjes zouden er helemaal plezier van hebben. Het idee is dat een school gemengd hoort te zijn, want de rest van het leven is ook gemengd en op die manier krijg je een goede voorbereiding. Jammer genoeg klopt dit niet. Gemengde middelbare scholen leiden tot voortijdige specialisatie in typisch mannelijk of typisch vrouwelijk gedrag. De jongens doen de scheikundeproefjes, de meisjes schrijven de uitkomsten netjes onder elkaar in een ruitjesschrift. De jongens worden voorzitter van het leerlingenbestuur, de meisjes hoogstens lid. De jongens hangen het haantje uit in de klas, de meisjes giechelen erom. De jongens kiezen de moeilijke B-vakken, de meisjes nemen wat lichtere stuff, omdat hun vrije tijd vol zit met Daan van drie klassen hoger. Op ongemengde scholen kunnen meisjes zonder gêne de jongensdingen doen (ze moeten wel!) en de jongens meisjesdingen als een gedicht declameren of kostuums maken voor een toneelstukje. Het is net als met jongens die uit een gezin met alleen maar broers komen (hoe meer broers, hoe beter): als volwassenen zijn dat vaak van die stomperige types die geneigd zijn tot matrozentaal, maar die tot aangename verrassing van hun vriendin wel ineens over de kunst van het brood bakken blijken te beschikken, het verschil kennen tussen de bonte en de witte was en hun eigen knopen aannaaien. Zij hebben nooit te maken gehad met een taakverdeling volgens sekse, hun moeder was wel wijzer, al was het maar uit zelfbehoud.

Wie een deel van zijn of haar vormende jaren in een homogene groep doorbrengt, staat sterker omdat hij of zij meer verschillende dingen heeft geleerd. Meisjes hoeven zich niet conform hun stereotype passief te gedragen, zwarten niet anti-intellectualistisch, jongens niet stoer (homoseksuelen zouden hier ook wel bij varen), eenvoudig omdat de groep tegen wie ze zich afzetten ontbreekt. Zou dit stramien gevolgd worden, dan zou de cultuur zelf er al snel prettig heterogeen uitzien met vrouwen en zwarten en homoseksuelen in alle geledingen op alle niveaus.