Dolfijnen-expeditie

Yamaha levert de motoren en Leica hopelijk de foto-apparatuur. Tenten en slaapzakken komen van Buitensportzaak Spac uit Nijmegen. Zo sprokkelt de Amsterdamse bioloog Hans Dignum (30) stukje bij beetje zijn Zuid-Amerika-expeditie bij elkaar.

Met een budget van 200.000 gulden hoopt hij dit voorjaar samen met vijf collega-biologen en een cameraman, vijf verschillende nationaliteiten op een groot laboratoriumvlot, de modderige Amazone af te dobberen op zoek naar de legendarische Inia. Dat is een antieke rivierdolfijn die al twintig miljoen jaar kans heeft gezien om hier te overleven en zo langzamerhand door biologen als een levend fossiel wordt beschouwd.

In 1985, toen hij als student in het regenwoud van Ecuador een bezoek bracht aan de Shoar-indianen, kreeg Dignum voor het eerst een glimp van de ruim tweeënhalve meter lange Inia te zien en het was liefde op het eerste gezicht. ""Het leek mij dat deze dieren een sleutelrol moeten spelen in het ecosysteem van de Amazone. Toen ik in 1989 afstudeerde wilde ik daar heel graag verder onderzoek aan doen.''

Sindsdien doet Dignum, officieel geregistreerd als werkloos, zijn uiterste best om daarvoor de middelen bijeen te schrapen. Nu Ontwikkelingssamenwerking interesse heeft getoond om een flink deel van het budget te financieren zien de kansen voor de Inia-expeditie er zonnig uit.

Schoolkinderen

Bij het projekt wordt nauw samengewerkt met de Universiteit van Bogotá, die veel biologische kennis op dit terrein in huis heeft, maar geen geld en apparatuur voor veldexpedities. Dignum is er afgelopen zomer op bezoek geweest om de contacten te verstevigen. Ondermeer met Fernando Trujillo, een jonge bioloog, die op eigen kracht een natuurbeschermingsprojekt in de regio runt, voorlichtingsactiviteiten opzet onder schoolkinderen en samen met studenten onderzoek doet naar de levenswijze van de Inia en de Sotalia, een andere rivierdolfijn in het Amazonegebied.

In kleurige foldertjes valt te lezen over de Amazone-rivierdolfijnen, zoogdieren net zo als wij, die als ze nog klein zijn door hun moeder meer dan een jaar lang worden gezoogd en verzorgd. Net als mensen zoeken dolfijnen vaak het gezelschap van hun groep en vormen gemeenschappen. Het zijn uitstekende vissers, die vaak 's avonds gezamenlijk op pad gaan om de vissen bij de riviermondingen in ondiep water te verrassen. Vroeger, zo meldt de folder, zag je dolfijnen volop in het gehele Amazonegebied. Maar door de toegenomen drukte van het scheepvaartverkeer hebben ze zich meer en meer in ondiep water teruggetrokken.

Tijdens de jaarlijkse overstromingen zwemmen ze behendig tussen de boomtoppen door op zoek naar vis en trekken naar de lagunen, maar als de jongen geboren zijn houden de dolfijnen zich bij voorkeur in ondiep water op, waar de moeder haar jong leert zwemmen en boven water komen om adem te halen.

In de culturen van veel inheemse Amazonebewoners spelen de dolfijnen een vooraanstaande en gerespecteerde rol. Een visser die hen tracht te doden zouden zij met blindheid kunnen slaan. Bovendien dragen de dieren bij aan het in stand houden van het ecologisch evenwicht. Zo jagen zij op piranha's en andere roofvissen, die eieren en jongen roven van andere vissoorten zoals de pirarucu, waar de mens van moet leven. Dolfijnen, zo luidt de boodschap, zijn dus geen concurrenten maar juist vrienden van de visser.

Ontbossing

Tot nog toe worden de rivierdolfijnen niet met uitsterven bedreigd maar de druk op hun leefgebied neemt toe. De ontbossing van rivieroevers, watervervuiling, chemisch afval, zware metalen, pesticiden en de aanleg van hydro-elektrische dammen en irrigatieprojekten dragen daaraan bij.

Hoeveel dolfijnen er nog leven is niet precies bekend. ""Je kunt ze tellen op het moment dat ze omhoog komen om adem te halen, maar erg nauwkeurig is dat niet'', zegt Hans Dignum. ""De Colombianen werken nu met een fotoherkenningssysteem, waarbij ze gebruik maken van het sterk variërende kleurpatroon van de dieren, mede afhankelijk van leeftijd en geslacht.''

Hoe modderiger het water, hoe donkerder ook de dolfijnen. De Inia wordt tamelijk donker geboren, maar op latere leeftijd wordt zijn vel antiek ondergoed-roze. Bij de Sotalia, is het precies andersom. Vandaar dat de Indianen die hier wonen van mening zijn dat hier niet twee, maar vier soorten dolfijnen voorkomen.

Op de meest voor de hand liggende vragen, in welke gebieden de dieren leven en in welke aantallen, ontbreekt tot nog toe het antwoord. ""We weten niet of de dieren alleen aangewezen zijn op rivierbochten met rustig water of ook op snelstromende gedeelten'', zegt Dignum. ""En als de dolfijn ergens ontbreekt, wat wil dat dan zeggen? Heb je dan te maken met een ongeschikt biotoop, waar bijvoorbeeld niet de juiste vis rondzwemt, of zijn de dolfijnen daar verdreven door oorzaken als watervervuiling of aanleg van stuwdammen? Daarom zullen we ook veel watermonsters analyseren.'' Omdat de rivierdolfijnen aan de top van de voedselpiramide staan zijn ze, net zoals de zeehonden in de Waddenzee, erg kwetsbaar voor milieuvervuiling. Zware metalen en andere stoffen hopen zich op in lever en vet en bedreigen de vruchtbaarheid.

Ook over het trekgedrag is nog weinig bekend. Ook de vis trekt en daar trekken de dolfijnen waarschijnlijk achteraan. Als daarbij afstanden van vele honderden of wellicht duizenden kilometers worden afgelegd, kun je je afvragen in hoeverre het zin heeft om een bepaald gebied beschermende maatregelen te treffen.

Vissoep

In Venezuela is veldonderzoek aan de Inia's gedaan door dr. P.J.H. van Bree (64), als specialist in walvisachtigen verbonden aan het Instituut voor Taxonomische Zoölogie aan de Universiteit van Amsterdam.

""Het verschil in waterstand tussen de natte tijd en de droge tijd bedraagt daar zo'n zes meter'', vertelt hij. ""In de regentijd zwemmen de dolfijnen tussen de boomstammen door, maar in de droge tijd trekt al het leven zich terug in ondiepe poelen. Zo'n poel is misschien drie keer zo groot als deze kamer, met een stuk of drie Inia's erin. Daar sta je dan in je zwembroek in een soort vissoep - het krioelt er werkelijk van de vis - en dan kun je die dolfijnen zo uit het water scheppen, hun mond opendoen en hun tanden tellen om ze te determineren en dan laat je ze weer los. Zo zitten al die dieren daar een maand of drie samen opgesloten en kennelijk gaat dat al eeuwen en eeuwen en eeuwen goed.''

Hij troont ons mee naar een zaal vol skeletten, waarbij dolfijnen en andere walvisachtigen rijk vertegenwoordigd zijn als reissouvenirs. Pronkstuk van de collectie is een zestien meter lange Noorse Vinvis, aangespoeld bij Wijk aan Zee toen Van Bree nog student was. De stank die er vanaf kwam staat hem nog helder voor de geest. ""Het skelet werd zo goed mogelijk schoongesneden en daarna in de duinen begraven om verder weg te teren, terwijl de kop hier in Amsterdam in een vijver van de stadskwekerij lag te rotten. Daarna is het beest hier weer netjes in elkaar gezet.''

Primitief

Aan de skeletten zijn de verschillen tussen moderne en primitieve dolfijnen duidelijk te demonstreren. Een typisch kenmerk van de primitieve Inia is het vermogen om met zijn kop te zwenken. De speciale borstelige snorharen op de snuit, waarover de Inia als een van de weinige dolfijnen beschikt, vormen een buitengewoon handige aanpassing aan het leven in troebel water.

Inia's beschikken over drie verschillende methoden om vis te vangen: gewoon op het oog, of met behulp van hun sonarsysteem, of - in zeer troebel water - door met hun kop heen en weer te zwaaien tot de tastharen op hun snuit toevallig een vis raken. Moderne dolfijnen daarentegen hebben nauwelijks nog een nek, bij hen gaan kop en romp haast ongemerkt in elkaar over. In de oceaan, waar het op snelheid aankomt, is zo'n gestroomlijnd model pure noodzaak. Borstvinnen, bij de Inia nog flinke flappen om mee te manoeuvreren, zijn bij de moderne dolfijnen tot een minimum teruggebracht en alleen nog bedoeld om mee te sturen. Een oceaandolfijn legt recht-toe recht-aan honderden kilometers per dag af en drijft razendsnel scholen vis op, terwijl de rivierdolfijn zich in het modderige ondiepe water toelegt op het stilletjes naderen om dan links en rechts onverwachts eens een vis te grijpen. Aan het gebit zijn de ondersoorten van de Inia's te herkennen. Hoe fijner de tanden, hoe fijner ook de prooi.

Een ander wonderlijk kenmerk van dit "levende fossiel' is het bezit van een speciaal pseudo-gewrichtje tussen borstbeen en gewrichtsknobbel op de plaats waar je bij de mens een sleutelbeen zou verwachten. Arm en schouderblad zitten bij de Inia veel lager dan bij andere dolfijnen (die overigens geen van alle een sleutelbeen bezitten).

Al met al weet de Inia zich met dit ouderwetse, degelijke bouwplan nog aardig te handhaven bij gebrek aan moderne concurrenten in het rivierengebied. Voor sierlijke salto's boven het water uit is de lichaamsbouw echter ongeschikt. Je ziet van een Inia nooit meer dan een stukje tegelijk. Als ze boven water uitkomen draaien ze hun kop en lijken om zich heen te kijken, maar vermoedelijk zijn ze tamelijk kippig.

Het feit dat de bevolking over het algemeen een diep respect en ook een zekere angst koestert voor de vriendelijke en zeer intelligente dolfijnen, heeft veel bijgedragen aan de bescherming van de antieke diersoort. Er bestaan allerlei mythische verhalen waarin mensen in dolfijnen veranderen en andersom. Volgens de Ticuna's, een van de Colombiaanse stammen in het studiegebied, worden aan de roze Inia boze krachten toegeschreven. Dignums Colombiaanse vriend Maurizio vertelde hem over een dorp in zijn studiegebied waar de mensen leefden als in Sodom en Gomorra. Daar ging een verderfelijke invloed van uit op de omgeving. Bij een overstroming verdween het hele dorp in de rivier, waarbij de dorpelingen veranderden in dolfijnen. Zij leven daar nu voort op de rivierbodem, in een onderwaterstad.

Een andere mythe, vermoedelijk van Spaanse origine is de dolfijn als Don Juan, die als knappe man verkleed uit het water komt, met de vrouwen danst en drinkt en ze tenslotte verleidt en zwanger maakt of meevoert het water in. Daarnaast leeft bij de Indianen het idee dat shamanen de geestelijke kracht bezitten om een dolfijn uit het water te roepen, naar het dorp te laten komen en daar een zieke stamgenoot te genezen. Aan de tanden van de dolfijn wordt een zeer krachtige werking toegeschreven om de jacht en visserij te stimuleren, maar juist vanwege die sterke krachten is het maar beter om deze tanden als amuletten te bewaren door ze een flink eind van huis te begraven.

Behulpzaam

Het behulpzame zorggedrag van dolfijnen, die niet alleen zieke of gewonde soortgenoten, maar ook menselijke drenkelingen helpen om het hoofd boven water te houden, is al in de Griekse oudheid beschreven. Zoöloog Van Bree ondervond het aan den lijve toen hij niets vermoedend aan het poedelen was in een Venezolaans riviertje. ""Ik dobberde daar wat rond op mijn rug, vermoedelijk weinig elegant, toen ik ineens van onderen krachtig in mijn rug geduwd werd. Ik schrok me werkelijk wild, je denkt dan in het oerwoud op zijn minst aan een krokodil, maar het was een Inia die in mij kennelijk een spartelende hulpeloze soortgenoot zag.''

Dit instinktieve, epimeletisch hulpgedrag, komt van pas als een jonge dolfijn geboren wordt. Eerst verschijnt het kloppende staartje, terwijl de moeder gewoon doorzwemt, even later breekt de navelstreng en ligt het diertje in het water. Verschillende "tantes' komen daar direkt op af om het jong naar de oppervlakte te duwen, zodat het adem kan halen.

Gegeten worden de dolfijnen hier niet, anders dan in bijvoorbeeld Venezuela of in het Verre Oosten. Wel gebruiken mestiezen het vet van de dolfijnen bijvoorbeeld om het op de borst te smeren bij longklachten, zoals vroeger in Nederland dassevet gesmeerd werd tegen stoflongen. Ook komen steeds meer dolfijnen aan hun eind doordat ze verstrikt raken in vissersnetten en vervolgens verdrinken. De visserijdruk neemt sterk toe.

Wellicht leven in Latijns-Amerika nog enkele tienduizenden Inia's. Daarmee staat deze antieke rivierdolfijn er aanmerkelijk gunstiger voor dan bijvoorbeeld de verwante Lipotes waarvan in het overbevolkte China nog maar twee- tot driehonderd exemplaren rondzwemmen, die in hoog tempo in netten en scheepsschroeven belanden. Maar ook in Latijns-Amerika nemen door de toenemende drukte van het scheepvaartverkeer, door de netten en door de watervervuiling de aantallen duidelijk af.

""Door de bouw van een stuwdam zie je vaak een forse daling in het zuurstofgehalte van het water en veel Amazone-vissen zijn daar uiterst gevoelig voor'', zegt Hans Dignum. ""Datzelfde geldt voor het kappen van de oeverbossen. Er zijn heel veel vissen die leven van de vruchten die in het water vallen en daar moeten de dolfijnen weer van leven. Het grijpt allemaal heel subtiel in elkaar.''

Uranium- en goudwinning betekenen een belangrijke bron van inkomsten voor Colombia, maar de milieugevolgen van het kwik waarmee het goud wordt uitgewassen zijn desastreus. ""Officieel wordt daar wel tegen opgetreden maar het is natuurlijk een waanzinnig belangrijke bron van inkomsten voor een land met zulke grote internationale schulden, ook aan de Wereldbank, en de onwetendheid is groot'', zegt Van Bree. ""De moeilijkheid is dat Colombia de prachtigste wetten heeft die er maar bestaan, waar echter niet naar geleefd wordt. Wij hebben hier in Nederland toch ook goede wetten tegen de vervuiling van de Waddenzee! Daarom draait ons hele projekt om goede voorlichting, maar een mentaliteitsverandering gaat natuurlijk altijd langzaam. Je moet vanuit het westen geen neo-kolonialisme bedrijven, je kunt de ontwikkeling die zo'n land moet doormaken niet versnellen.''

Het ligt voor de hand dat de Zuid-Amerikanen er zo langzamerhand meer dan genoeg van hebben om knechtje te spelen voor bijvoorbeeld rijke Noord-Amerikanen die wat onderzoek komen doen en de resultaten mee terug naar huis nemen zonder dat iemand daar ooit nog wat van terugziet. Het Inia-projekt heeft wederzijdse samenwerking dan ook hoog in het vaandel staan.

Probleem is uiteraard dat alle geld en apparatuur uit het westen moeten komen en op dat punt hebben de Zuidamerikaanse counterparts behoorlijk lange tenen. Van Bree: ""Colombia wordt wel het Athene van Zuid-Amerika genoemd. Er zijn verhoudingsgewijs heel veel intellectuelen, die meer dan trots zijn op hun eigen cultuur en die graag willen behouden, maar het is natuurlijk ook een arm land met enorme drugsproblemen. Het enige wat je ervan kunt zeggen is dat wij in Europa in onze ontwikkeling te ver zijn gegaan, waardoor een hele reeks soorten hier definitief is uitgeroeid. Anderen moeten niet diezelfde stomme fouten maken. Dat is het enige argument wat je als natuurbeschermer kunt aanvoeren zonder schijnheilig te worden en jezelf belachelijk te voelen.''

Evolutie van dolfijnen

Nieuwe soorten ontstaan in het dierenrijk meestal door isolatie. Als in het leefgebied van een diersoort een barrière ontstaat, zoals een nieuw gevormd gebergte, een brede rivier of een zeeëngte, kan een deel van de populatie geïsoleerd raken van de rest. Door zo'n scheiding is dan tussen beide groepen dieren geen uitwisseling van genetisch materiaal meer mogelijk. Langzamerhand worden de twee delen van de oorspronkelijke populatie zo verschillend van elkaar, dat de dieren op den duur een lid van de andere groep niet meer als sexuele partner erkennen. In dat geval zijn er twee soorten ontstaan.

Bij dolfijnen en andere walvisachtigen is het ontstaan van nieuwe soorten op het eerste gezicht moeilijk voorstelbaar. Het lijkt immers alsof in zee geen barrières bestaan. Maar op een tijdschaal van miljoenen jaren krijgen ook waterbewoners wel degelijk met zulke barrières te maken. Meren en binnenzeeën ontstaan of verdwijnen, rivieren veranderen hun loop.

Walvisachtigen zijn zoogdieren die oorspronkelijk op het land leefden. Aan het begin van het Palaeoceen, zo'n 60 miljoen jaar geleden, gingen ze het water in. Waarschijnlijk leefden ze eerst zo ongeveer als ratten, daarna als otters, nog later als zeehonden totdat ze tenslotte helemaal aan het leven in het water waren aangepast. Hun achterpoten verdwenen, ze gingen zich anders voortbewegen, van de harige vacht bleven alleen nog enkele snorharen over en onderhuids ontstond een flinke speklaag. Maar de typische zoogdiereigenschappen, zoals het baren van levende jongen, die met melk worden gezoogd, het ademen van lucht en de constante lichaamstemperatuur bleven behouden.

Uit fossiele vondsten weten wij dat de eerste walvisachtigen voorkwamen in betrekkelijk ondiepe tropische zeeën. Hun bakermat was de verdwenen Tethyszee, die zich tussen de huidige Middellandse Zee en de Perzische Golf moet hebben bevonden.

Al heel vroeg splitste de orde der walvisachtigen zich in drieën: naast een inmiddels uitgestorven tak ontstonden de Baleinwalvissen (met ondermeer Blauwe Vinvis, Bultrug, Noordkaper en Groenlandse Walvis) en de Tandwalvissen (diverse dolfijnenfamilies, potvissen, Beluga en Narwal).

Tot deze Tandwalvissen behoren ook de rivierdolfijnen. Zij horen thuis bij de Platanistoidea, een oeroude superfamilie die in de loop der tijden maar weinig veranderd is. Oorspronkelijk waren het bewoners van tropische zeeën. Maar toen ze daar steeds meer concurrentie ondervonden van wat taxonomen de "echte' dolfijnen noemen (de veel modernere Dolphinoidea, die pas 20 miljoen jaar geleden op het toneel verschenen) werden de ouderwetse Platanistoidea uit de visrijke kustwateren verdreven en teruggedrongen tot een minder aantrekkelijk rivierbestaan. Van de vroeger zo uitgebreide superfamilie van de Platanistoidea zijn nu in de hele wereld nog maar vier geslachten over, namelijk Platanista (de Ganges-dolfijn) in India, Lipotes in de Chinese Jang tze Kiang, Pontoporia in de monding van de la Plata rivier en Inia in het Amazone-Orinoco-gebied.

Bij de Inia's kan men op grond van verschillen in schedelbouw en het aantal tanden per kaakrij drie verschillende soorten onderscheiden. Hun ontstaan is te verklaren aan de hand van het vele geologische onderzoek dat de afgelopen decennia in Zuid-Amerika is verricht.

In het Mioceen (26 tot 7 miljoen jaar geleden) zag de kaart van Zuid-Amerika er totaal anders uit dan nu. De landengte van Panama, de brug tussen Zuid- en Noord-Amerika, bestond nog niet. Zo'n 20 miljoen jaar geleden mondde de Amazone nog uit in het westen, in de Stille Oceaan, zo ter hoogte van de grens tussen Ecuador en Colombia. Ter hoogte van Bolivia bevond zich een reusachtige lagune.

De oorspronkelijke Inia's leefden in het kustgebied. Door concurrentie van modernere dolfijnen zijn ze vanuit de oceaan zowel naar deze binnenzee als naar het Amazone-Orinoco-gebied getrokken (fig A).

Zo'n vijf miljoen jaar later verrees in het kustgebied de Andes, geologisch gezien een heel jong gebergte. Hierdoor waren de dolfijnen definitief van hun oorspronkelijke biotoop geïsoleerd geraakt. Achter de Andes ontstonden twee heel grote binnenmeren, gescheiden door een betrekkelijk lage landstrook ter hoogte van de huidige grens tussen Brazilië en Bolivia (fig B). Hier gingen de dolfijnen voortaan elk hun eigen weg in de evolutie: in het noordelijke meer ontstond Inia geoffrensis en in het zuidelijke meer Inia boliviensis.

Na het ontstaan van de Andes veranderde ook de rivierloop van Amazone en Orinoco van west naar oost, zij gingen elk afzonderlijk afwateren aan de Atlantische zijde van het continent. Wat later vrat de Rio Madeira zich door de wal tussen de twee binnenmeren en liep het Boliviaanse meer leeg in het stroomgebied van de Amazone (fig C).

Nog steeds zit de Rio Madeira vol watervallen en stroomversnellingen en daarom denken biologen dat dolfijnen zich wel van de bovenloop van de rivier naar de benedenloop kunnen verplaatsen, maar niet andersom. Uitwisseling van genetisch materiaal tussen verschillende rivierdolfijnen vindt dus maar in een richting plaats.

Intussen zijn in de loop der eeuwen ook tussen de rivierbewoners van Amazone en Orinoco verschillen ontstaan, men onderscheidt nu twee verschillende ondersoorten van Inia geoffrensis.

Tekening: Het kantelen van Zuid-Amerika. In het Mioceen waterde het Amazone-bekken uit in de Stille oceaan. Door de vorming van de Andes ontstonden twee grote binnenzeeën. Tenslotte komen de Orinoco en de Amazone uit in de Atlantische oceaan.

Foto: De Amazonedolfijn (Inia geoffrensis) is met 2,5 meter de grootste van de superfamilie rivierdolfijnen.

40. Hoogovens.............................12,3