Carte blanche voor Eric de Kuyper

Toen Eric de Kuyper vier jaar geleden adjunct-directeur werd van het Nederlands Filmmuseum, belast met onder meer de supervisie van de programmering en de conservering, werd hij door velen nog gezien als een Belgische zonderling, een semioticus die doceerde aan de Katholieke Universiteit Nijmegen met enkele flamboyante low-budget-speelfilms op zijn naam.

Sindsdien is de waardering voor De Kuyper in brede kring gestegen, door zijn inspirerende invloed op de werkzaamheden van het Filmmuseum, en vooral ook door de autobiografische romans die hij over zijn kindertijd in Brussel schreef. Nu De Kuyper er de voorkeur aan geeft de prioriteit te leggen bij deze literaire activiteiten, neemt hij afscheid van het Filmmuseum met een door hem samengesteld filmisch "spectacle coupé'. Het wordt t-m 9 jan (19u en 21u30) gepresenteerd onder de bevreemdende titel Carte blanche voor Eric de Kuyper, alsof de programmeur nu pas voor het eerst mag doen waar hij zin in heeft. Het programma bevat korte en langere fragmenten uit zeer oude en recentere films. Zo staat een Italiaanse produktie uit 1914 (Cajus Julius Caesar) tegenover een akte uit Stanley Kubricks Spartacus en worden ter vergelijking twee visies op het verzonken continent vertoond: L'Atlantide van Feyder (1921) en van Pabst (1932). In een ode aan MGM worden vijf verschillende beginaktes uit spektakelfilms van de jaren vijftig gekoppeld aan het slot van Gone with the Wind. In de themareeks van het Filmmuseum verschijnt een brochure van De Kuyper onder de titel De vergeten taal van de zwijgende film, waarin de esthetiek van de films uit de periode 1910-1915, voorheen bekend als "de primitieve periode', behandeld wordt. In drie lezingen op 5 jan (15u), 12 jan (11u) en 19 jan (15u) bespreekt De Kuyper hetzelfde onderwerp, alsmede "het plezier van het filmkijken'. Inl 020-5891400