Voortreffelijke zang en lucide enscenering; Vlaamse Opera biedt nieuwe kijk op Tosca

Voorstelling: Tosca van G. Puccini door de Vlaamse Opera o.l.v. Silvio Varviso. Met o.a.: Karen Huffstodt, Fabio Armiliato, Falk Struckmann, Tom Haenen. Decors en kostuums: Anthony Ward; regie: Robert Carsen. Gezien: 27-12 Kon. Vlaamse Schouwburg. Herhalingen: 2, 4, 7, 10- 1 (uitverkocht). Tv-uitz.: 1-2 BRTN-tv 2.

De opera's van Giacomo Puccini zijn veel populairder bij het publiek dan bij de "moderne' regisseurs. Het verismo, het "realisme' in de Italiaanse opera's van rond de laatste eeuwwisseling, wordt door de conceptueel en dramaturgisch ingestelde regisseurs als te dwingend beschouwd. Zo was tijdens het bewind van Gerard Mortier Puccini verbannen uit de Muntschouwburg in Brussel, de stad waar hij in 1924 overleed.

Anders dan bij voorbeeld de losser, meer episch geconstrueerde opera's van Verdi met hun archetypischer personages, zouden de opera's van Puccini met hun hechte libretti en hun vastliggende sterke karakterisering van de rollen de regisseur te weinig ruimte laten voor een eigen interpretatie, een hoogstpersoonlijke benadering en een eigenzinnige duiding. De taak van de regisseur zou dan weinig méér inhouden dan het instuderen van de acteerprestaties binnen de verder onontkoombare conventies in La bohème, Madama Butterfly, Tosca en Turandot.

Maar toch, als men er maar aan begint en er goed over nadenkt, blijkt dat zelfs van Tosca een heel andere voorstelling is te maken dan de gebruikelijke, zo toont nu de Vlaamse Opera aan. De lucide enscenering van de Canadese regisseur Robert Carsen ontvouwt een nieuwe kijk op de zangeres Tosca als operapersonage. En dankzij een paar even briljante als eigenlijk voor de hand liggende gedachten en ingrepen is de voorstelling tevens een verhelderende analyse van het genre opera en het theaterritueel in het algemeen.

Carsen ontdoet zich geheel van de vertrouwde lokaties in Rome voor de drie actes. In de eerste is dat de kerk, waar Tosca een ontmoeting heeft met haar geliefde, de schilder Cavaradossi en met de politiechef Scarpia, die haar wil verleiden. In de tweede acte is dat het palazzo Farnese, waar Scarpia Cavaradossi laat martelen en waar Scarpia door Tosca wordt vermoord. En in de derde acte is dat een binnenplaats van de Engelenburcht, waar Cavaradossi zal worden geëxecuteerd, waarna Tosca zelfmoord pleegt door van de transen te springen.

Die drie lokaties zijn bij Carsen vervangen door één operatoneel, de plaats waar kunst wordt geschapen, waar theatrale illusies worden gecreëerd en waar rituelen zich afspelen. In de eerste acte zien we een zaal met toneellijst en een zwaar rood voordoek, daarvoor stoelen voor het publiek. De zangeres Tosca treedt hier op, er liggen programmaboeken met haar portret, ze deelt handtekeningen uit aan bewonderaars en ze oogt, in een avondjapon uit de jaren "50 en met zonnebril, als Maria Callas, de meest legendarische Tosca-vertolkster van deze eeuwhelft.

Scarpia, begeleid door ondergeschikten die op mafiosi lijken, is dan automatisch Aristoteles Onassis, de eeuwige versierder, de man die Callas in de steek liet voor Jacqueline Kennedy. Het slot van deze acte is een verheerlijking en de verabsolutering van de zangeres Maria Callas-Tosca. Terwijl het Te deum klinkt zien we de maagd Maria in extase omgeven door engelen.

Roomskatholiek kerkelijk ritueel en theater vloeien geheel ineen als Scarpia zingt: “Tosca, je doet me God vergeten!” Deze indrukwekkende scène is de uitvergroting en transformatie van Cavaradossi's eerder gezongen aria Recondita armonia, waarin hij een geheimzinnige overeenkomst ziet tussen het door hem geschilderde portret van Maria Magdalena en het uiterlijk van Tosca.

In de tweede acte is het toneel afgesloten met een brandscherm. Hier speelt zich Scarpia's verleidingsritueel af, ontaardend in rituele vernietiging. Tegen de muur staat een door Cavaradossi geschilderd portret van Tosca-Maria, dat door Scarpia als in een voodoo-rite aan stukken wordt gesneden. Het valt voorover op de grond en het doek lijkt een wit bed als Tosca, in ruil voor een vrijgeleide, daarop gaat liggen om zich zogenaamd door Scarpia te laten nemen. Zodra hij dat doet steekt ze hem dood. Tosca legt daarna nog een exemplaar van haar programmaboek op hem: als een tosti ligt Scarpia daar tussen haar beeltenissen.

Eerder, nadat Scarpia het schilderij had vernietigd, zong Tosca haar grote aria Vissi d'arte, vissi d'amore (Ik heb geleefd voor de kunst en voor de liefde) op een geheel donker toneel, terwijl verder alleen de gouden toneellijst oplichtte: het vormt tezamen een levend schilderij met een grote dramatische kracht.

De derde acte op het geheel lege operatoneel bestaat uit de verraderlijke executie van Cavaradossi. Met krijt tekent hij eerst nog een graffiti-achtig oog van Tosca op de muur en zingt E lucevan le stelle (De sterren lichten op), waarmee hij hier lijkt te doelen op operasterren. Scarpia had Tosca een schijnvertoning beloofd maar het zogenaamde theater met zijn strakke militaire ritueel is hier gruwelijke realiteit. Cavaradossi sterft, terwijl Tosca nog denkt dat hij acteert: “Kijk eens wat een artiest!” Als ze bemerkt dat hij echter dood is, springt ze het toneel af, in de werkelijkheid, die hier een zwart gat is. Maar ook dat beeld is dubbelzinnig, want ze valt nog altijd in het theater, wat wordt benadrukt doordat het voetlicht gaat branden.

Tosca, de personificatie van de eeuwige operazangeres, gedreven door liefde en jaloezie, door kunst en de onweerstaanbare neiging zich altijd op de voorgrond te dringen en de hoofdrol op te eisen, valt zacht in die quasi-orkestbak achter dit toneel-toneel. Want in het theater is deze aanbeden diva natuurlijk onsterfelijk. Als Tosca na de slotnoten van het uitstekend spelende orkest van de Vlaamse Opera op het toneel terugkomt, blijft ze ook aanvankelijk in haar rol: terwijl in de zaal het applaus opklinkt voor titelrolvertolkster Karen Huffstodt, dankt zij, verblind door dat voetlicht, met de rug naar ons toe het denkbeeldige publiek achter het toneel.

De voorstelling, door de zeer ervaren Silvio Varviso met groot gezag gedirigeerd, wordt heel geloofwaardig geacteerd en ook voortreffelijk gezongen. Karen Huffstodt is een nerveus gepassioneerde Tosca met een volumineuze vol-dramatische stem. De jonge tenor Fabio Armiliato is met zijn krachtige geluid een goede Cavaradossi, geen mooizinger maar wel een zanger met veel gedrevenheid. Buitengewoon indrukwekkend is Falk Struckmann in de rol van Scarpia: hij heeft zeer ruime stemmogelijkheden en een fascinerende présence. In zijn uitbeelding is hij ruig noch bruut, maar gewoon onkwetsbaar, tot Tosca toeslaat.

Alle komende voorstellingen zijn uitverkocht, maar de BRT-tv zendt deze Tosca uit op 1 februari.