Verdachten in affaire "lood-koeien' vrijgesproken

DEN BOSCH, 31 DEC. De voormalige directeur en de procuratiehouder van een veevoederbedrijf in Waspik, tegen wie twee weken geleden wegens “verregaande nonchalance” zes maanden gevangenisstraf was geëist, zijn gisteren door het gerechtshof in Den Bosch vrijgesproken. De twee waren in 1989 betrokken bij de distributie van met lood verontreinigd veevoeder, waardoor honderden koeien in Noord-Nederland, België en Engeland stierven.

De zaak was door het openbaar ministerie in hoger beroep aangespannen, nadat de mannen in mei vorig jaar door de rechtbank in Breda waren vrijgesproken. Ex-directeur C. de Bruijn en zijn procuratiehouder P. Timmer ontkenden te hebben geweten dat de partij met zinkconcentraat verontreinigd rijstvoerschroot tevens lood bevatte. De twee kochten de partij in 1989 in Antwerpen, waarna zij het voer verkochten aan het bedrijf Roveghra in Lekkerkerk. Dat bedrijf leverde de partij rijstvoerschroot aan Slump in het Groningse Strobos, waar het in veevoer werd verwerkt.

Aanklager mr J. Jansen nam van de verdachten aan dat zij niet van de verontreiniging op de hoogte waren, maar verweet hen onzorgvuldigheid. Hierdoor hebben zij volgens hem de gezondheid van dieren en daarmee indirect ook die van mensen in gevaar gebracht en de naam van agrarisch Nederland schade toegebracht.

Behalve de koeien die rechtstreeks aan de vergiftiging stierven, moesten in 1989 nog eens honderden zieke dieren worden afgemaakt. Melk en vlees van koeien bij zo'n 330 landbouwbedrijven in Friesland en Groningen raakten door de hoge concentraties lood onbruikbaar. De schade bij veehouderijen beliep 4,5 miljoen gulden.

De lood-affaire leidde tot tal van faillissementen. Ook het 80 jaar oude familiebedrijf van De Bruijn ging failliet door de vele schadeclaims.