Staat verkoopt belang in Vredestein; Beleggingsgroep Vico neemt ook staatsleningen van 54 miljoen over

AMSTERDAM, 31 DEC. De Nederlandse Staat heeft gisteren formeel zijn belang van 45 procent in bandenfabrikant Vredestein overgedragen aan de beleggingsgroep Vico Holding. Daarmee heeft deze groep de meerderheid in het verlieslijdende bedrijf te Velp verworven.

De omvang van de bruidsschat die het Rijk Vredestein heeft meegegeven, bleef tijdens een toelichting op de transactie onduidelijk. Vico (Vredestein Investment Consortium) bestaat feitelijk uit drie kleinere institutionele beleggers: het in Zürich gevestigde Van Vemde Vermögensverwaltung, Janivo Holding en Vado Beheer. De eerste partij is een pure beheerder van particuliere vermogens (die 25 klanten voor Vredestein heeft weten te interesseren), de andere twee hebben enige affiniteit met de autobranche. Janivo is het beleggingsvehikel van de familie De Pont, rijk geworden met de import van Mercedes-Benz. Vado beheert het vermogen van de familie Van Doorne (DAF, Van Doorne's Transmissie).

De eigenaren van Vico, die geen van drieën een meerderheidsbelang hebben, beschikken na de transactie van gisteren over 2,9 miljoen aandelen Vredestein, ofwel 62 procent. Voordat zij het staatspakket verwierven, hadden ze samen 800.000 aandelen. Uiterlijk 30 januari doet Vico een openbaar bod op de resterende 1,8 miljoen uitstaande aandelen. Richtprijs daarbij is hetzelfde bedrag dat de Staat voor elk stuk heeft gekregen: 15 gulden.

Over het feitelijke bedrag dat Vico de Nederlandse Staat heeft betaald, bleven beide partijen gisteren schimmig. Tegelijk met aandelen ter waarde van 31,5 miljoen gulden heeft de beleggersgroep namelijk ook twee leningen van de Staat aan Vredestein overgenomen, ter grootte van samen 54 miljoen gulden. Vico en overheid hebben afgesproken niet te vertellen voor welk bedrag de leningen zijn overgedragen. Met de grootste ervan (44 miljoen) betaalde Vredestein de afgelopen jaren gedeeltelijk de modernisering van zijn bandenproduktie, een kostbare operatie die mede oorzaak was van latere financiële problemen.

Vermoedelijk ziet de Staat slechts een fractie van zijn leningen terug. Drs. H.W. Tulner, namens Economische Zaken betrokken bij de onderhandelingen, is de prijs voor de leningen “zakelijk en marktconform” vastgesteld. Hij wees in dat verband op de risico's voor de Staat als Vredestein het hoofd niet boven water zou kunnen houden en de moeite om investeerders te vinden met bereidheid om geld te steken in een kleine partij op de uiterst moeilijke bandenmarkt. De overheid, die haar belangen in bedrijven zoveel mogelijk tracht af te stoten, kon geen andere belangstellenden buiten Vico vinden nadat Pneumatiques Kléber vorig jaar afhaakte.

Tijdens een buitengewone aandeelhoudersvergadering in Amsterdam keurden de nieuwe eigenaren voorstellen voor ingrijpende wijzigingen in statuten en de leiding van het bedrijf goed. De voornaamste wijziging in de statuten is afschaffing van de bestaande beschermingsconstructies. De certificaten van aandelen zijn inwisselbaar geworden voor gewone aandelen, die de houder ervan weer zeggenschap geven - zoals de nieuwe investeerders wensten.

De raden van bestuur en commissarissen van Vredestein traden af; enkele leden blijven (al dan niet tijdelijk) actief in managementfuncties. In de plaats van beide oude raden is een nieuwe raad van commissarissen gekomen, die de jongste machtsverhouding weerspiegelt. Naast president-commissaris ir. P. de Bruin (bestuursvoorzitter Van Doorne's Transmissie) telt die raad als leden Van Vemde zelf, mr. R.C.M.H. Specken (directeur Janivo) en F.M.J. Boons (vice-president bestuur Vado). Hun eerste beleidsbeslissing was twee directeuren aan te stellen: drs. R. Zoomers (voormalig hoofd Strategie en Ontwikkeling van Ahrend) en - tijdelijk - H. von Meiss (Van Vemde Vermögensverwaltung).

Volgens De Bruin dienen de ingezette decentralisatie en verzelfstandiging van bedrijfseenheden versneld te worden voortgezet als onderdeel van de drastische koerswijziging van 1990 die het bedrijf weer winstgevend moet maken. In 1989 leed Vredestein nog 26,5 miljoen verlies.

Elke produktgroep dient een eigen management te hebben, dat vertrouwd is met alle facetten van de bedrijfsvoering, zei de president-commissaris. Hij ontkende dat een dergelijke strategie trekken vertoont van een sterfhuisconstructie, of dat ze de voorbereiding vormt van de verkoop van bedrijfsonderdelen. Vredestein heeft een goede kans om op korte termijn uit de rode cijfers te komen (verwachting 1991: minimaal 7 miljoen gulden verlies), meent De Bruin. “De onderneming heeft een goede positie op sommige deelmarkten en bezit moderne machines en een efficiënte administratieve en personele organisatie. De zekerheid over de nieuwe eigendomsverhoudingen zal het personeel op alle niveaus prikkelen het heft in eigen handen te nemen. Doelwit zijn van een overneming is wat vernederend. Maar het gehoereer is nu voorbij. Het geloof in eigen kunnen zal terugkeren.”