Peper wimpelt kritiek op Havenplan af als overdreven

ROTTERDAM, 31 DEC. Burgemeester Peper van Rotterdam vindt de kritiek op het ontwerp Havenplan 2010 “haastig en te zwaar aangezet.” Bovendien wil hij snel uitsluitsel over eventuele financiële steun van het Rijk die in het kader van het plan nodig is om te investereren in de Rotterdamse haven. Peper zei dit vanmorgen in een toespraak op de Oudejaarsbijeenkomst van de Havenvereniging Rotterdam.

Het in oktober door de gemeente en het Gemeentelijk Havenbedrijf gepresenteerde ontwerp Havenplan 2010 geeft aan hoe de Rotterdamse haven moet omschakelen van "tonnenhaven' naar "waardehaven'. Rotterdam wil de opslag-, distributie- en industriële functie van de haven versterken. De haven moet een aantrekkelijk vestigingsgebied worden voor bedrijven die waarde toevoegen aan de goederen die in de haven worden overgeslagen. De plannen, die onder andere de uitbreiding van de Maasvlakte behelzen, vergen de komende twintig jaar een investering van circa 35 miljard gulden. Een bedrag dat Rijk, Havenbedrijf en bedrijfsleven samen op tafel moeten leggen.

Het Havenbedrijf wil zelf 4 miljard gulden in de infrastructuur van de haven steken. Volgens Rotterdam steunen de overheden van buurlanden ook hun havens en mag de Nederlandse regering niet achterblijven. Rotterdam verwacht 7 miljard gulden van het Rijk. De gemeente vindt een positieve instelling zoals die in diverse beleidsnota's die pleiten voor een 'mainport Rotterdam' tot uiting komt, niet langer voldoende. Het overige geld, ruim 20 miljard gulden, moet het bedrijfsleven - de gebruikers van de haven - opbrengen.

Direct na het verschijnen van Havenplan 2010 kreeg de gemeente van alle kanten lof en kritiek naar het hoofd. De Kamer van Koophandel en het bedrijfsleven reageerden gematigd positief. Tuinbouwers in het Westland en milieu-organisaties daarentegen kraakten het plan af. De glasbouw in het Westland ziet weinig heil in de geplande uitbreiding van de Oranjehaven voor de afvoer van tuinbouwprodukten. De tuinbouwers denken niet dat veel van hun produkten per schip vervoerd zullen worden. Bovendien gebruiken ze dat stuk grond liever voor de bouw van kassen omdat elders de glasbouw terrein moest prijsgeven voor woningbouw.

De Zuidhollandse Milieufederatie vindt dat het Havenplan 2010 op een groot aantal punten tekort schiet. Volgens de milieuorganisatie moet eerst worden onderzocht wat de consequenties van het plan zijn voor het milieu alvorens de gemeenteraad de definitieve versie van het plan vaststelt.

Volgens Peper wordt in het Havenplan 2010 juist wel rekening gehouden met de milieu-aspecten van havenactiviteiten. Voorwaarde daarbij is volgens hem dat de overheid duidelijke milieunormen formuleert die niet te veel uit de pas lopen met de milieuregelgeving in concurrerende havens. Medio volgend jaar verwacht Peper de resultaten van een onderzoek dat de milieukosten van “een theoretisch ontworpen containerbedrijf en chemisch bedrijf” in Rotterdam, Le Havre, Antwerpen en Hamburg met elkaar vergelijkt.

Op dit moment is het Gemeentelijk Havenbedrijf bezig met een consultatieronde. In het voorjaar zal de gemeenteraad zich over een definitieve versie van het plan uitspreken. Ook wil burgemeester Peper de sociale partners betrekken bij het denken over de toekomst van haven.

Peper benadrukte dat de cijfers over de tonnen inkomende en uitgaande goederen in de Rotterdamse haven weliswaar een belangrijke graadmeter zijn - Rotterdam is voor het 29ste achtereenvolgende jaar de grootste haven ter wereld - maar dat het denken veranderd is. Het aantal tonnen zegt door de sterk toegenomen produktiviteit steeds minder over de economische betekenis van de haven. De overslag groeide de afgelopen vijf jaar met circa 10 procent, terwijl de werkgelegenheid met 10 procent afnam en de toegevoegde waarde voor de nationale economie met 6 procent terugliep.