Nieuwe Beproeving

VAN DE DAG waarop de Berlijnse Muur werd doorbroken tot het akkoord van Alma-Ata en het aftreden van Gorbatsjov: iets meer dan twee jaar heeft de Sovjet-Unie erover gedaan om van wereldrijk en supermacht te vervallen tot een wrak bouwsel van armlastige republieken.

Het is een omwenteling, ondanks de betrekkelijke geleidelijkheid en het gebrek aan explosies van geweld, zo dramatisch en diep ingrijpend dat het nog jaren zal duren voor wij er de volle betekenis van zullen beseffen. Het beeld van de wereld waarmee twee of drie generaties zijn opgegroeid, waaraan zij hun politieke maatstaven hebben ontleend en dat hun verwachtingen heeft bepaald, is voorgoed verdwenen.

Het communisme als heilsleer, of als spookbeeld van de burgerlijke samenleving, was al afgestorven; de macht die zich vervolgens nog als een afbrokkelend fossiel een paar jaar overeind heeft gehouden, heeft zich in alle openbaarheid voor de televisiecamera's opgeheven. Dat betekent niet alleen een revolutie in internationale machtsverhoudingen. Het is ook meer dan "het einde van de Koude Oorlog'. Het eist een radicale herziening van het politieke denken, een herinventarisering van de bondgenootschappen en de gevaren op korte en lange termijn, een nieuw concept voor de verdediging van onze beschaving.

VORIG JAAR stond de geordende internationale samenleving aan de vooravond van een oorlog tegen een ouderwetse agressor die zich schromelijk in zijn eigen kracht had vergist. Alle menselijke verliezen niet geringschattend, en het onbevredigend slot niet uit het oog verliezend - de potentaat zelf is er ten slotte onbeschadigd uit tevoorschijngekomen - heeft de Golfoorlog de opening gegeven naar een constructieve politiek in het Midden-Oosten, hoe moeizaam die zich dan ook ontwikkelt. De militaire nederlaag van Irak zou op zichzelf van geringere betekenis zijn geweest als Washington er niet van gebruik had gemaakt om de tegenstanders in de regio althans aan de conferentietafel te brengen.

Het voortbestaan van Irak als anti-Westerse, potentiële agressor is na de Golfoorlog overigens van minder betekenis vergeleken met de reeks van andere vraagstukken waarvoor het Westen zich na de opheffing van de Sovjet-Unie gesteld ziet. In de eerste plaats is daar het conglomeraat van republieken dat voor de supermacht in de plaats is gekomen. De korte ervaring van en met de nieuwe machthebbers heeft al geleerd dat zij onderling allerminst vrij zijn van rivaliteiten. Sinds een half jaar leert Europa aanschouwelijk, zij het nog op kleine schaal, wat het kan betekenen als een gecentraliseerde staat uiteenvalt. De vernietigende redeloosheid die zich van Serven en Kroaten heeft meester gemaakt, mag zich niet op grote schaal in de voormalige Sovjet-Unie herhalen. De machteloosheid van de internationale gemeenschap (die zich nu uitstrekt tot de Verenigde Naties) heeft er de facto toe geleid dat Joegoslavië in een heilloze quarantaine is geplaatst. Dat is beschamend. Maar al mag men zich buiten Joegoslavië in moreel opzicht verslagen achten, door het beperkte terrein waarop de burgeroorlog woedt kan Europa zich deze beschamendheid in concreto nog veroorloven. Een dergelijke burgeroorlog op het territoir van de verslagen supermacht moet door het gehele Westen met politieke, diplomatieke en economische middelen worden voorkomen. Zoekt men nieuw emplooi voor de NAVO? Welnu, dit is de eerste prioriteit, niet Europees maar Atlantisch. De ervaring van de afgelopen weken bewijst dat deze verantwoordelijkheid in Washington niet alleen wordt begrepen maar dat daar ook ernst wordt gemaakt met het trekken van de consequenties.

WEST-EUROPA na de Koude Oorlog blijft een gemeenschap van welvaart en economische expansie, grenzend aan gebieden waarvan de bevolking nog in geen jaren zal kunnen hopen op een benadering van het hier gevestigde gemiddelde levensniveau. Dit betekent dat het immigratiegebied is en waarschijnlijk in toenemende mate zal worden. Zoals onlangs in België, Frankrijk en het oosten van Duitsland is gebleken, wekt de aanwezigheid van grote groepen immigranten, 'etnische minderheden', allerlei vormen van verzet. Soms voegt het zich, met een arsenaal van drogredenen, ogenschijnlijk naar de politieke regels die in de democratie gelden, soms toont het zich al pre-fascistisch, en meer dan een enkele keer heeft het zich schuldig gemaakt aan een naakte geweldpleging die regelrecht aan het oude fascisme herinnert. Niet een immigratie die aan democratische regels is gebonden, vormt een bedreiging van het democratische evenwicht, maar degenen die onder het mom van "cultureel zelfbehoud' of bedenkelijker voorwendsels een nationalistisch isolationisme prediken zijn het gevaar. Immigratie is een vastgelegd recht, immigratie is onvermijdelijk: dat zijn de twee feiten die het Westen voortdurend onder ogen moet zien.

WERK, VRIJHEID en gelijkheid, tegenover de bereidheid van de immigrant zich volgens de regels van de maatschappij te gedragen: daarin ligt een deel van de oplossing, het binnenlandse aspect. Daarachter ligt de gecompliceerde werkelijkheid. Ook het afgelopen jaar is het weer duidelijk geworden hoe moeilijk het is de verzorgingsstaten van het Westen in hun elementaire kenmerken te handhaven. Werkgelegenheid, infrastructuur, onderwijs, openbare veiligheid, huisvesting en medische zorg: op al deze gebieden slaagt de staat er nauwelijks, of niet meer in, zijn dagelijkse praktijk met de beloften van de politiek in overeenstemming te brengen. De kloof tussen het bestaan van alle dag en de redelijke samenleving die het doel van bestuur en politiek is, wordt voor groeiende groepen steeds groter. Deze zo duidelijk aanwezige ervaring doet ons beseffen dat achter de vraagstukken van ons dagelijks leven een probleem van veel groter omvang schuil gaat: een crisis van bestuur en politiek.

Deze eerste periode van het tijdperk na de Koude Oorlog gunt ons niet een rustige inventarisering. Terwijl wij nog bezig zijn de nieuwe problemen te definiëren, schreeuwen zij al om een oplossing. Veertig jaar heeft de tegenstelling tussen twee supermachten het denken aan weerszijden van de demarcatielijn beheerst. Bij alle risico's, opoffering en verspilling heeft die polarisering ons iets verleend dat wij nu missen: het comfort van het onveranderlijke. Dat was een schijn-zekerheid. Daarvoor is de wereld na de Koude Oorlog, gefragmentariseerd in ontelbare tegenstellingen, een baaierd van kleine haat en dreigende armoede. Daaraan het hoofd te bieden vergt op andere wijze niet minder energie en volharding dan de Koude Oorlog heeft geëist. Het is een nieuwe beproeving van de Westerse beschaving. Die is in 1992 al ruimschoots begonnen.