Murphy dwingt bond tot steun vrouwenteam

APELDOORN, 31 DEC. De Nederlandse Volleybal Bond heeft niet alleen problemen met de bondscoach van de nationale mannenploeg maar ook met de technisch leider van het vrouwenteam. Peter Murphy dreigde anderhalve week geleden met opstappen als hij niet de benodigde 150.000 gulden extra voor zijn voorbereidingsprogramma op de Olympische Spelen zou krijgen. “Het is een hele redelijke eis”, sprak hij deze week tijdens het Nationale Nederlanden-toernooi in Apeldoorn. “We hebben het over topsport, vergeet dat niet.”

Het zal echt niet zo ver komen dat Murphy vertrekt. Hij is slim. Hij wil, zo gaf hij toe, “het vrouwenvolleybal verkopen. Dat verdienen de speelsters”. De aandacht was door de perikelen rondom Harrie Brokking en Arie Selinger natuurlijk te veel op de mannen gericht. En Murphy weet als geen ander hoe hij moet opvallen. Hij sprong na de kwalificatie voor de Olympische Spelen bij het EK in oktober in Italië 's nachts in de beroemde Trevifontijn in Rome, werd toen door de politie weggevoerd en haalde daarmee alle jaaroverzichten. En nu heeft Murphy dus weer met ontslag gedreigd.

Hij bereikte er in ieder geval mee dat de bond zich nog eens goed over de zaken van het vrouwenteam boog. Bondsvoorzitter Funk dacht wel een oplossing voor Murphy's problemen te kunnen vinden. Alleen heeft hij dat de bondscoach zelf nog niet kunnen uitleggen. Gisteren op de laatste dag in Apeldoorn zou er worden gepraat. Maar toen Murphy die met zijn team op de derde plaats eindigde, om drie uur nog niet aan tafel was uitgenodigd vertrok, hij uit de Americahal. “Ze bellen me maar.”

Funk was er wel, maar hij wilde wachten op Hans Rump, de voorzitter van de Kommissie Eredivisie en Nationale Teams (KENT). “Die man heeft gewoon een baan, moet dus werken”, reageerde Funk. “Zo gaat dat met amateurs. We zijn allemaal vrijwilligers.” Murphy had zich trouwens niet bij de voorzitter afgemeld. Die hoorde van de manager dat de bondscoach was vertrokken. “Nou, dan ga ik straks maar eens bellen”, zuchtte Funk.