Leger Gemenebest niet onder één bevel

MOSKOU, 31 DEC. De strijdkrachten van het Gemenebest van voormalige Sovjet-republieken komen niet onder één gemeenschappelijk commando.

Russische voorstellen daartoe liepen gisteren, tijdens een bijeenkomst van republiekspresidenten in Minsk, stuk op verzet van de Oekraïne, Azerbajdzjan en Moldavië, die eigen legers willen.

Wel werd overeenstemming bereikt over een gemeenschappelijk commando over de strategische kernwapens van de voormalige USSR.

De top in Minsk, die achter gesloten deuren acht uur duurde, verliep kennelijk uiterst moeizaam en wekt bij veel waarnemers twijfel aan de levensvatbaarheid van het Gemenebest van Onafhankelijke Staten, waarin elf van de vijftien voormalige Sovjet-republieken zich eerder deze maand hadden verenigd.

Het belangrijkste twistpunt bleek de kwestie van het commando over de strijdkrachten, waarover de republiekspresidenten over twee maanden opnieuw zullen vergaderen. De Oekraïne, Azerbajdzjan en Moldavië hebben aangekondigd elk een eigen strijdmacht te zullen oprichten.

Volgens de Russische president Boris Jeltsin, na afloop van de top op een persconferentie in Minsk, zal op korte termijn een verbindingsgroep worden opgericht voor het commando over de strategische kernmacht.

Hijzelf bezit als enige het "koffertje met de knop' dat de mogelijkheid tot lancering biedt, maar afgesproken is dat dit niet kan geschieden zonder de toestemming van de presidenten van de Oekraïne, Wit-Rusland en Kazachstan, waar zich net als in de Russische federatie strategische kernwapens bevinden.

Onder leiding van generaal Jevgeni Sjaposjnikov, chef van het gemeenschappelijk commando over de Sovjet-strijdkrachten (een functie die gisteren ernstig is onttakeld) zal een werkgroep worden gevormd die de tactische kernwapens naar het territorium van de Russische federatie moet overbrengen - voor juli 1992 - en een plan moet opstellen voor de volledige militaire denuclearisering van alle republieken behalve Rusland.

Jeltsin noemde uitlatingen van de Amerikaanse minister van defensie Dick Cheney, dat in Rusland nog steeds nucleaire wapens worden gestationeerd, “voorbarig”.

De elf republiekspresidenten voerden gisteren het punt van een "statuut' voor het nieuwe Gemenebest af van hun agenda.

Pag.4:

Top in Minsk komt niet tot statuten

Volgens de Wit-Russische president Stanislav Sjoesjkjevitsj gebeurde dat “omdat het onder de huidige omstandigheden moeilijk is afspraken voor een lange termijn te maken”. Wel slaagden zij erin afspraken te maken over een gemeenschappelijke voortzetting van ruimteonderzoek en de onderlinge verdeling van Sovjet-eigendommen in het buitenland (ambassadegebouwen en dergelijke) en voedselhulp uit het Westen.

Ook spraken zij af te zullen samenwerken op het gebied van transport en luchtvaart, een gemeenschappelijk televisiekanaal en de afwikkeling van rampen als de vervuiling na de brand in de kerncentrale van Tsjernobyl, de uitdroging van het Aralmeer en de verdwijnende visstand in de Kaspische Zee.

Op de top blijkt uitvoerig geruzied over het economische beleid, maar bijzonderheden daarover kwamen gisteren niet naar buiten. Rusland wil de prijsliberalisering op 2 januari doorvoeren; de andere republieken hebben daar grote bezwaren tegen: zij zijn in veel gevallen nog lang niet klaar voor een vrijlating van de prijzen. In sommige gevallen wordt in de economisch zwakke republieken gedacht aan de invoering van een van boven geleid kapitalisme, elders wil men voorlopig vasthouden aan beschermde prijzen.

Ook over de kwestie van de Zwarte-Zeevloot, die door de Oekraïne wordt opgeëist, werd geen overeenstemming bereikt. Wel besloten de elf presidenten tot de oprichting van gemeenschappelijke grenstroepen, ofschoon de Oekraïne eerder gisteren de oprichting van een eigen korps voor grensbewaking had aangekondigd.

Een poging om de oorlog in de Armeense enclave Nagorny-Karabach aan de orde te stellen mislukte, nadat de Azerbajdzjaanse president Ajaz Moetalibov deze kwestie als een “interne aangelegenheid” van zijn soevereine land had bestempeld. De oorlog in het gebied is geëscaleerd na het wegtrekken van de Sovjet-troepen uit dit gebied, waar ze enkele jaren een buffer vormden tussen de strijdende partijen.

De presidenten spraken af in de toekomst ten minste twee keer per jaar bijeen te komen, de premiers van hun landen ten minste vier keer per jaar.