Kunst van On Kawara vooral oefening voor het intellect

Tentoonstelling: On Kawara, Date paintings in 89 cities. T-m 2 febr. in Museum Boymans-van Beuningen, Rotterdam. Open di. t-m za. 10-17u; zo. en feestdagen 11-17u; 1 jan. gesloten. Catalogus ƒ 65.

“Uren, dagen, maanden, jaren vliegen als een schaduw heen.” Is het de tentoonstelling van On Kawara in Museum Boymans-Van Beuningen, waardoor ik mij dit christelijke lied herinner, of is het gewoon de tijd van het jaar? Kawara registreert met zijn schilderijen weliswaar het verstrijken van de tijd, maar bij hem is er geen sprake van een goddelijk doel of plan.

Sinds begin 1966 is hij bezig zijn eigen plan ten uitvoer te brengen. In dat jaar schilderde Kawara het eerste datum-schilderij, waarvan er op de tentoonstelling 89 te zien zijn. Deze schilderijen zijn, afgezien van de datum, vrijwel identiek: op een donkergrijze ondergrond is in wit de datum geschilderd. Het lettertype is steeds gelijk, maar in de schrijfwijze treden kleine verschillen op. Soms staat het cijfer bijvoorbeeld achter de maand: JUNE 5, 1966, soms ervoor: 10. OKT. 1991. De schrijfwijze hangt samen met de plaats waar het schilderij ontstond: het eerste schilderij uit 1966 werd in New York gemaakt, het laatste in Hamburg. (Voor de goede orde: in Japan of elders waar een ander schrift wordt gehanteerd, stapt hij over op Esperanto.) Kawara reist betrekkelijk veel. Hij woont in New York en bezocht in 25 jaar de andere 88 steden op vijf continenten ten minste éénmaal. Uit elke stad is er één schilderij. De jaarlijkse produktie schommelt tussen circa 30 en 241; de Today Series omvat inmiddels meer dan 1900 werken.

De doeken op deze expositie hebben twee formaten, waarvan 25,5 x 33 cm het grootste is. Een van de voorwaarden die Kawara zich bij de vervaardiging van zijn schilderijen heeft gesteld, is dat hij ze in één dag - de datum die ook op het doek staat - moet voltooien. Lukt dat niet, dan vernietigt hij ze. De schilderijen verpakt Kawara in keurige zelfgemaakte bruine dozen waarin als 'bewijsstuk' een plaatselijke krant van die dag is geplakt.

Behalve de Today Series heeft Kawara tussen 1968 en 1979 ook dagelijks aan twee mensen ansichtkaarten gestuurd met de tekst I got up at, plus de tijd waarop hij die dag opstond. In deze periode hield hij ook heel exact bij wie hij op een dag ontmoette (I met) en op een plattegrond tekende hij de route die hij aflegde (I went). Aan de hand van de 89 steden werd uit deze drie series voor de expositie een keuze gemaakt. Toen in 1979 zijn koffertje met stempels en aantekeningen werd gestolen, besloot Kawara met deze series te stoppen.

Zo nu en dan verstuurt Kawara ook een telegram met de tekst I am still alive. Deze telegrammen gaan niet alleen over het leven, maar ook over de dood die altijd vlakbij is, schrijft Teresa O'Connor in de catalogus. Een telegram blijft, ondanks moderne communicatiemiddelen als telefoon en fax, voor ons gevoel verbonden met onheilsboodschappen. De tekst van het eerste telegram dat de kunstenaar op 6 december 1969 verzond luidde, I am not going to commit suicide don't worry.

On Kawara is een conceptuele kunstenaar. Dat wil zeggen dat het idee belangrijker is dan de materialisatie ervan. Het aantal lagen grijze en witte verf dat hij op de doeken aanbrengt, waarover Anne Rorimer schrijft, doet in zijn geval niet echt ter zake. Net zo min als het feit dat een paar schilderijen een blauwe of rode ondergrond hebben in plaats van een grijze.

Het concept of thema van Kawara, de tijd, is een verschijnsel waar iedereen mee te maken heeft. Toch zullen zijn strenge, grijze schilderijen maar weinig mensen direct aanspreken. Zelfs aan de kaarten die hij uit exotische plaatsen als Asunción, Honolulu en Casablanca verstuurde, valt niet veel te beleven: door de kunstmatig blauwe luchten lijken ook die sterk op elkaar.

Mijn reactie op het werk van On Kawara bestond voornamelijk uit een vorm van intellectuele (kunsthistorische) herkenning. Het raakte mij nauwelijks, tot ik in 1989 zijn schilderijen zag op de tentoonstelling Bilderstreit in Keulen. Daar hingen ze in een zaal met uitzicht op de Rijn. In de heksenketel van die monstertentoonstelling was het een ontroerende oase van rust. In de schemering stroomde de rivier voorbij en aan de overkant zag je de lichten van de stad. De roerloze date paintings zijn sinds die tijd voor mij sterk verbonden met Panta rhei, met het idee dat alle dingen voortdurend veranderen. Hoe je ook probeert je angst voor de chaos te bedwingen, bijvoorbeeld door een eigen orde te scheppen zoals Kawara dat heel extreem en consequent doet, het leven gaat gewoon door.

Over Kawara's eigen bedoelingen tasten we in het duister. Hij geeft geen interviews en biografische gegevens over deze kunstenaar die in Japan werd geboren, zijn schaars. Het aantal mensen dat hij wil ontmoeten is alleen al om praktische redenen beperkt: hij moet het immers allemaal noteren.

Het verrassende idee van On Kawara om in 1990 in Dijon een tentoonstelling te organiseren van de date paintings in combinatie met de beelden van Giacometti verschaft misschien enige opheldering. Welke verwantschap is er tussen Kawara en Giacometti? Beiden lijken zij, kort samengevat, in hun werk naar vormen te zoeken om de tegenstellingen te verbeelden tussen beweging en rust, tussen verandering en stabiliteit, tussen leven en dood.

In de Rotterdamse tentoonstelling is getracht aan het idee van beweging in ruimte en tijd uitdrukking te geven door de date paintings te verbinden met de steden van ontstaan. Zelfs de plaatsen waar de tentoonstelling na Rotterdam te zien zal zijn, werden in dit concept betrokken. Alleen havensteden - Hamburg, Boston, San Francisco - kwamen in aanmerking, schrijven de organisatoren in de inleiding, “vooral omdat transit-havens (-) tijd en ruimte aanschouwelijk maken”.

Ik vrees dat dit idee, hoe zorgvuldig het ook is uitgedacht en uitgevoerd, net als het werk van On Kawara te abstract en intellectualistisch blijft. Het feit dat er absoluut geen sprake is van een ontwikkeling in het werk - ook al is dat inherent aan het concept - heeft letterlijk iets on-menselijks. Al is Kawara's uitgangspunt van universeel belang, ook een conceptueel kunstwerk moet hier en nu - dankzij of ondanks zijn materiële vorm - de toeschouwer daarvan kunnen doordringen. Om werkelijk te kunnen ontroeren zijn kennelijk prikkels van buitenaf noodzakelijk. Het steden-concept en de wereldkaarten die in de catalogus zijn afgedrukt, zouden ten onrechte de illusie kunnen wekken dat er aan al die bewegingen over de aarde een bepaalde zin te ontdekken valt. Dit is niet het geval.