Jaaroverzicht effectenbeurs; Damrak verliest marktaandeel

AMSTERDAM, 31 DEC. Op de valreep van een zeer matig jaar werd de Amsterdamse effectenbeurs op pijnlijke wijze geconfronteerd met de huidige positie. De beurs van Madrid heeft Amsterdam verdrongen als vierde effectenbeurs van Europa, na Londen, Frankfurt en Parijs.

De Spaanse beursvoorzitter M. Pizarro, die dat nieuwtje vorige week wereldkundig maakte, was overigens niet erg jubelend met de "verovering' van de vierde plaats. Hij constateerde tegelijkertijd dat de kleinere Europese beurzen gestaag terrein blijven verliezen, niet alleen aan Londen, maar ook aan New York.

Hoewel dit jaar wel sprake was van forse koersfluctuaties - na het einde van Golfoorlog - op de Amsterdamse effectenbeurs, waren de aandelenomzetten net als in 1990 laag. “Het was stil, heel stil”, blikt een hoekman terug. De koersen stagneerden, de omzetten kelderden en beleggers bleven massaal weg.

De geschatte omzet in aandelen op het Beursplein daalde 4,5 procent tot 144 miljard gulden, tegen 151 miljard in 1990.

Op de obligatiemarkt steeg de omzet met 12 procent tot 212 miljard, tegen 189 miljard een jaar eerder. De primaire marktfunctie van de effectenbeurs bleef achter bij eerdere jaren. Het genoteerde bedrijfsleven trok niet meer dan circa 270 miljoen gulden aan via aandelenemissies, waarvan maar liefst 250 miljoen voor rekening kwam van het sukkelende DAF. Opvallend was het geringe aantal nieuwe beursfondsen dat op de beurs werd geïntroduceerd. “Het klimaat was er niet naar”, heette het. Bij het gros van de emissies werd dan ook van een “mislukking” gesproken.

Hoopvol voor diegenen die hun hoop hebben gevestigd op "stockpicking' was dat individuele fondsen een zeer uiteenlopende performance lieten zien ten opzichte van de beursindex. In voorgaande cycli, zoals de bullmarket van 1983-86 of de beurskrach van 1987, gedroeg de markt zich veel uniformer. Op basis van het koersgemiddelde (1983=100) zijn de koersen dit jaar met gemiddeld circa 13 procent opgelopen. De koersindex van de Officiële Parallelmarkt, waarin de dit jaar sterk teruggevallen automatiseringssector relatief sterk is vertegenwoordigd, daalde echter met 14 procent van 198,4 tot circa 169,3.

De EOE-aandelenindex, gebaseerd op de koersen van 25 optiefondsen, sloot 20 procent hoger op 277,05 punten. De stijging was vooral te danken aan herstel bij enkele grote hoofdfondsen.

De meest opvallende stijgers onder de hoofdfondsen waren KLM (plus 106 procent), Océ van der Grinten (84 procent), Akzo (73 procent) en Philips (44 procent), die het allemaal een stuk beter deden dan het gemiddelde. Fondsen die het veel slechter deden dan het gemiddelde waren de automatiseerders Infotheek (min 97 procent), HCS (85 procent koersverlies) en Newtron (83 procent). Andere grote verliezers dit jaar waren de van de beurs verwijderde fondsen Bobel, Chamotte Unie en Melia International. Tot de groep "grootste dalers' behoorden ook het gestrande Air Holland en de ingestorte medicijnengroothandel Medicopharma. Opvallende dalers onder de hoofdfondsen waren Internatio-Müller (min 21 procent) en Hoogovens (min 14 procent).

Steeds meer handel in Nederlandse fondsen lekte in 1991 weg naar het buitenland. Vooral de opmars van de Amerikaanse schermenbeurs Nasdaq als markt voor de grotere Nederlandse fondsen was opvallend. Een toenemend aantal Nederlandse ondernemingen, laatstelijk Aegon, laat zijn aandelen daar noteren. De omzetten in Koninklijke Olie in New York overtroffen dit jaar zelfs die in Amsterdam.

Eén van de gevolgen hiervan is dat de invloed van de Amerikaanse dollar op het koersverloop in Amsterdam verder is toegenomen. De dollargevoeligheid van Nederlandse beursgenoteerde ondernemingen is een bekend gegeven. Daar komt nu bij dat de koers van fondsen als Koninklijke Olie en Unilever - concerns die het grootste deel van hun omzet in dollars maken - voor een steeds groter deel wordt bepaald aan de andere kant van de oceaan. Aanpassing aan de dollarkoers gebeurt daarbij niet meer van guldens in dollars, maar andersom. Wanneer de Amerikaanse munt hoger noteert, wordt dat steeds minder in New York gecorrigeerd, maar in Amsterdam.

Het herstel van de Nederlandse aandelenkoersen werd verder uitgesteld doordat de Fed, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, het disconto kort voor dekerstdagen verlaagde van 4,5 procent naar 3,5 procent. Gecombineerd met de verhoging van de Nederlandse rentetarieven - in navolging van de Duitse - half december lijkt het waarschijnlijk dat veel institutionele beleggers hun aandelenaankopen nog even zullen uitstellen, anticiperend op een Duitse renteverlaging in de loop van 1992. Een lossere monetaire politiek, gecombineerd met economisch herstel, kan dan een forse impuls voor de aandelenkoersen opleveren, zo is de verwachting.

De teruglopende inkomsten als gevolg van lage omzetten leidden ertoe dat de concentratiegolf bij de hoekmansbedrijven zich onverkort voortzette. De hoekmansbedrijven Padt en Postmaa, Van der Wielen en Wolbers kondigden aan te gaan samenwerken. In beurskringen wordt geschat dat binnen drie jaar van de huidige vijftien hoekmansbedrijven nog slechts vijf over zijn.

De afgelopen 12 maanden werd een aantal initiatieven gelanceerd om Amsterdam aantrekkelijker te maken als aandelenmarkt. De begin december gepresenteerde voorstellen van de Commissie Aandelenhandel komen gedeeltelijk tegemoet aan de sterk levende behoefte bij de grote marktpartijen aan een systeem vergelijkbaar met de schermhandel van de Londense beurs, waar de beursvloer een paar jaar geleden na de "Big Bang' is afgeschaft. Maar hoewel de Amsterdamse commissionairs en banken volgens de nieuwe plannen inzage krijgen in koop- en verkooporders die hoeklieden in hun orderboek hebben opgenomen, blijft het traditionele hoekmanssysteem gehandhaafd.

De effectenbeurs slaat daarmee een andere richting in dan de EOE-optiebeurs (European Options Exchange), waarvan de directie kwam met het voorstel de centrale beursvloer in te ruilen voor handel via het beeldscherm. Ook de optiebeurs, waar de marges eveneens onder druk staan, zoekt naar iets nieuws waardoor de professionele partijen een meerwaarde geboden kan worden. Onzeker is nog of de door drs. T. Westerterp, directeur van de optiebeurs, voorgestelde plannen de benodigde brede steun zullen krijgen.

Na jaren praten werd in 1991 eindelijk een begin gemaakt met het beperken van de beschermingsconstructies die een bod op een beursgenoteerde onderneming vrijwel onmogelijk maken, wanneer het management niet voor deze manier van aandelenaankoop voelt. Maar er is weinig reden tot opwinding bij "beursraiders', de muren zijn nog lang niet geslecht.

De Amsterdamse effectenbeurs en de VEUO, de vereniging van effectenuitgevende ondernemingen, zijn overeengekomen dat de beursfondsen vanaf april 1992 geleidelijk hun noteringsovereenkomst met de beurs aanpassen en de in bijlage 10 geregelde beperking aan inperking van aandeelhoudersrechten onderschrijven.

Ondoorzichige eigendomsstructuren en een reeks van juridische mogelijkheden om het stemrecht van aandeelhouders te beknotten, hebben ertoe geleid dat de Nederlandse aandelenkoersen momenteel op een relatief laag niveau staan, zo meent men op de beurs.

Maar de nieuwe regels, die nog goedgekeurd moeten worden door het ministerie van financien, zullen de kansen op een succesvolle overname nauwelijks vergroten. Grasso liet nog onlangs zien dat weinig middelen worden geschuwd om grootaandeelhouders dwars te zitten.

Tot nu toe is in Nederland geen enkele vijandige overname van enige omvang succesvol afgerond. Zo trachtte de Noorse grootaandeelhouder Torstein Hagen tot nu toe tevergeefs invloed uit te oefenen op de bedrijfsvoering bij het transportconcern Nedlloyd. Het conglomeraat First Pacific uit Hong Kong probeerde eveneens zonder succes Internatio-Müller over te nemen.

De meldingsplicht die op 1 februari ingaat zal het gemakkelijk maken potentiele bieders te indentificeren. Vanaf die datum moeten aandeelhouders bekend maken als ze een belang van vijf procent in een beursgenoteerd fonds hebben.

Aandeelhouders eisen echter een prijs voor het ontberen van zeggenschap: Het lichtpuntje waaraan handelaren en hoeklieden zich in deze donkere dagen vastklampen, is de relatieve sterkte van de Amsterdamse beurs ten opzichte van het buitenland. Voor de belegger gaf Amsterdam van alle Europese beurzen het afgelopen jaar het beste rendement. Wat betekent dat het voor het bedrijfsleven relatief duur is nieuw vermogen aan te trekken. In de rest van de wereld werd het Damrak alleen overtroffen door de effectenbeurzen van Sydney en New York.