Het jaar van Boris Jeltsin en de vierdaagse veldtocht

ROTTERDAM, 31 DEC. Dit was het jaar van Boris Jeltsin. Onverschrokken klom hij op een tank toen menigeen in de wereld vreesde dat over de Sovjet-Unie de zwartste duisternis daalde en de Koude Oorlog zou herleven.

Maar de Sovjet-Unie verdween en met de supermacht verdween haar president, Michail Gorbatsjov. Dit was ook het jaar van de vierdaagse veldtocht van generaal Schwarzkopf, van de Europese munt en van van de langste naoorlogse recessie in de Verenigde Staten. Aan de internationale monetaire samenwerking kwam een eind. De Amerikaanse rente halveerde vrijwel, de Japanse volgde op afstand, maar de Duitse steeg met bijna de helft. De dollar won een kwart in waarde en verloor bijna weer evenveel. De paus publiceerde de encycliek Centisimus Annus, waarin de kerkvorst de katholieken leerde dat het communisme had gefaald, maar daarmee het triomferende kapitalisme nog niet diens zegen had. In Duitsland verdween Karl Otto Pöhl van het toneel, de gezaghebbende president van de Bundesbank, niet dan nadat hij de Duitse monetaire eenwording een catastrofe had genoemd. In het burgeroorlogvoerende Joegoslavië liep de EG een bloedneus op bij haar pacificatie-poging.

Vierdaagse veldtocht

Een van de spectaculairste gebeurtenissen dit jaar was de vierdaagse grondoorlog tegen Irak onder aanvoering van generaal Schwarzkopf. Saddam Hussein werd vernietigend verslagen en de VS kregen in het Midden-Oosten nieuwe vrienden. De olieprijs viel weer terug naar het niveau van voor het uitbreken van de Golfcrisis. Zakenlieden streken neer op de puinhopen van Koeweit, waar Irak, vlak voor zijn aftocht, nog snel de oliebronnen in brand had gestoken. In november werd de laatste oliebrand geblust. De Amerikanen vierden hun triomf in de straten van New York en stuurden de oorlogsrekening naar Duitsland, Japan en Saoedi-Arabië. Hoewel de Tweede Kamer en het kabinet de Nederlandse bijdrage op een veilige afstand hadden gehouden, raakte Nederland toch nog rechtstreeks betrokken in de oolog: Delftse nachtkijkers waren aangetroffen in Irak.

Sovjet-Unie verdween

De mislukte putsch in augustus bracht teweeg wat de putschisten in hun ergste nachtmerries niet hadden gedroomd. Boris Jeltsin werd de machtigste man van Rusland. De doodzieke Sovjet-economie kwijnde van kwaad naar erger. In het voorjaar verlamde een twee maanden durende mijnwerkersstaking vrijwel alle sectoren van de Sovjet-economie. Premier Pavlov onthulde een Westerse samenzwering die van plan was de Sovjet-economie te ontregelen - alsof dat nog nodig zou zijn. In juni verklaarde Pavlov dat de centrale regering de economische problemen onder controle had en de vrije val van de economie was gestopt. De geldpersen draaiden intussen continu-dienst. In juli verscheen president Gorbatsjov in Londen op de wereldtop van de G-7, de zeven belangrijkste industrielanden in de wereld. Hij was de ster van de media, maar kreeg er geen cent, want zaad op bevroren grond gedijt niet, zo werd hem hoffelijk ingefluisterd. Hij moest eerst de verstarde Sovjet-economie maar eens serieus hervormen. De staatsgreep in augustus zorgde wereldwijd voor een schokgolf, de prijzen van dollar, goud en olie schoten omhoog en de aandelenmarkten incasseerden grote verliezen. Naarmate duidelijker werd dat de coup was mislukt, herstelden de markten zich. Op de jaarvergadering van IMF en Wereldbank in oktober in Bangkok zei Grigori Javlinski, de nieuwe vice-premier van de Sovjet-Unie, dat hij niet wist of zijn land richting hervormingen of naar de verdoemenis ging. Wel dat het systeem door en door verrot was. Westerse banken gaven het land enig respijt voor zijn buitenlandse schuld. Boris Jeltsin stelde de economische hervormingen nog even uit en smeedde intussen zijn gemenebest van nieuwe republieken, waarna de rode vlag op het Kremlin werd gestreken en Gorbatsjov zijn bureau mocht opruimen en het koffertje met de atoomsleutels aan Jeltsin gaf.

Amerika in recessie

De enig overgebleven militaire supermacht beleefde dit jaar zijn langste recessie sinds de Tweede Wereldoorlog. President Bush, aanvankelijk surfend op de hoge golven van populariteit wegens de Golfoorlog, moest onder ogen zien dat de Amerikanen steeds ongeloviger werden over diens optimisme dat de recessie weldra voorbij was. Bush kampte met een akelig visioen: een slechte economie in een verkiezingsjaar. De Amerikaanse banken maakten hun zwaarste naoorlogse crisis door. Het vlaggeschip van de Amerikaanse economie, General Motors, zei de komende vier jaar 21 fabrieken te sluiten en 74.000 banen te schrappen. IBM was GM al voorgegaan met 20.000 banen dit jaar en nog eens 20.000 banen volgend jaar. Luchtvaartpionier Pan Am ging failliet, net als Eastern Airlines, TWA wankelde. Amerika's middenklasse voelde zich bedreigd: dit keer sloeg de werkloosheid ook toe onder de witte boorden. De Democraten, die het Congres beheersen, wezen beschuldigend naar Japan. De Fed, de Amerikaanse centrale bank, probeerde wanhopig de economie nieuw leven in te blazen en verlaagde de rente dit jaar van 6,5 naar 3,5 procent. Als gevolg van de crisis in de Amerikaanse onroerend-goed-markt bracht de verkoop van de beroemdste wolkenkrabber van New York, het Empire State Building, niet meer dan 40 miljoen dollar op. Alleen de beurs van Wall Street gaf de moed niet op en brak aan het eind van het jaar record na record.

Europa naar één munt

De Europese Gemeenschap besloot op de top in Maastricht tot één Europese munt en een Europese centrale bank, op zijn vroegst in 1997, op zijn laatst in 1999. De Britten hielden hun handen vrij en zouden alleen meedoen als hun parlement ermee instemde. Europa zal in 1995 zijn eigen variant van High Definition Television (HDTV) invoeren. Premier Lubbers boekte succes met zijn plan voor een Energie-Handvest: 49 landen ondertekenden in de Haagse Ridderzaal Lubbers' plan dat beoogt investeringen in energiewinning in Oost-Europa en de voormalige Sovjet-Unie te stimuleren. In Groot-Brittannië hield de recessie hardnekkig aan en in Frankrijk steeg de werkloosheid onheilspellend. Duitsland bleef kampen met een groot tekort op zijn begroting en had, voor het eerst in tien jaar, een tekort op zijn betalingsbalans. Bondskanselier Kohl moest, in weerwil van verkiezingsbeloften, de Duitse belastingen verhogen. De Bundesbank schroefde de Duitse rente omhoog tot 8 procent, en de rest van Europa had maar te volgen. In de ex-DDR, waar de economische neergang tot staan werd gebracht, werd topman Detlev Rohwedder van de Treuhand vermoord door de Rote Armee Fraktion. Jonge Duitse fascisten staken huizen van gekleurde buitenlanders in brand, eerst in de ex-DDR, later ook in West-Duitsland. Nederland durfde het aan de WAO aan te pakken.

Japans record

Japan brak dit jaar een record: de hoogconjunctuur, de Heisei Boom, vernoemd naar de keizerlijke kalender, duurde dit jaar liefst 61 maanden, de langste naoorlogse hoogconjunctuur. Maar de economische groei zwakte af, de auto- en de elektronica-industrie boekten forse winstdalingen, net als de banken en de Tokiose effectenhuizen. Ook Japan ondervond last van de recessie in de VS, de grootste exportmarkt van het land. De rente werd drie maal verlaagd en de beurs van Tokio bleef vrijwel het hele jaar kwakkelen. Japan deed opnieuw de Amerikanen verstijven: Toshiba en het handelshuis C. Itoh namen een belang in het Amerikaanse media- en vermaaksconcern Time Warner. Gebrek aan vraag uit Japan deed de Europese haute couture en de internationale kunstmarkt ineenstorten.

Schandalen

Japan werd opgeschrikt door een reeks schandalen in zijn financiële wereld. De vier grote effectenhuizen hadden voor miljarden hun grote klanten schadeloos gesteld voor verliezen op de beurs, hoewel de kleine Japanse belegger niets had gekregen. Er werden banden ontdekt tussen 's werelds grootste effectenhuis, Nomura, en de Japanse onderwereld. Vooraanstaande banken hadden klanten nep-deposito's verstrekt. Minister van financiën Hashimoto moest het veld ruimen, evenals de presidenten van de effectenhuizen en van de betrokken banken. Een nog groter, wereldwijd schandaal betrof de Bank of Credit and Commerce International (BCCI) die zich had schuldig gemaakt aan grootscheeps fraude met dubbele boekhouding en banden met de drugs-mafia. De kantoren werden overal in de wereld gesloten, en in Groot-Britannië, waar de zaak aan het licht kwam, was de financiële schade groot. Het land werd kort daarop opnieuw geteisterd door een nog groter schandaal na de plotselinge verdrinkingsdood van mediatycoon Robert Maxwell. Zijn imperium bleek op drijfzand te rusten. Hij had pensioengelden misbruikt, de koersen van zijn firma's gemanipuleerd en zelfs zijn eigen zoons afgeluisterd. Vooraanstaande Britse banken zaten opgescheept met een morsdode dubieuze debiteur die ze jarenlang gekoesterd hadden - als een adder aan hun borst naar tot hun schrik bleek. Ongereglementaire transacties door de gerenommeerde Amerikaanse effectenfirma Salomon Brothers leidden tot aftreden van een aantal topmanagers van Salomon.

Holland en de wereld

In ons land eindigde het grootste fusiegevecht aller tijden in een overwinning voor Nationale Nederlanden, die NMB-Postbank overnam. Concurrent Aegon viste achter het net. British Airways en KLM begonnen onderhandelingen over een opzienbarende fusie van beide luchtvaartmaatschappijen. Nederlandse bedrijven mochten weer investeren in Zuid-Afrika, de wet die dat verbood werd ingetrokken. Mitsubishi, dat nog geen autofabriek in Europa had, en Volvo Zweden en de Nederlandse staat verdeelden de aandelen van Volvo Car. Delft Instruments mocht na zes maanden verbod weer leveranties betrekken van Amerikaanse bedrijven. De Japans-Nederlandse handelsbetrekkingen kwamen in een uitzonderlijk licht te staan tijdens het bezoek van koningin Beatrix in oktober aan Japan. Ten overstaan van de top van het Nederlandse bedrijfsleven vroeg een Japanse ondernemer zich af: wat is er zo uniek aan Nederland en noem mij eens een overtuigend punt om het in Nederland te zoeken? Geen Nederlandse zakenman wist een passend antwoord te verzinnen. Japans schadeverzekeraar Yasuda, die vier jaar geleden Van Goghs "Vaas met zonnebloemen' kocht voor 40 miljoen dollar, wist het wel. Hij schonk het Van Goghmuseum in Amsterdam 37,5 miljoen gulden voor een nieuwe vleugel naar een ontwerp van de Japanse architect Kisho Kurokawa.