Garantieregeling voor durfkapitaal volgend jaar toch gecontinueerd

DEN HAAG, 31 DEC. De garantieregeling voor de verstrekkers van durfkapitaal wordt volgend jaar - in tegenstelling tot een eerder genomen besluit - gecontinueerd. Dat hebben de ministers van economische zaken en financiën in een brief aan de Tweede Kamer laten weten.

In september kondigde minister Kok (financiën) aan dat de zogeheten PPM(participatie maatschappij)-regeling met ingang van 1 januari 1992 zou worden beëindigd. Bij de behandeling van de begroting van Financiën in de Tweede Kamer wezen de regeringsfracties op het grote belang van de PPM-regeling voor met name jonge groeiende bedrijven.

De Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen luidde zowel bij Financiën als bij Economische Zaken de noodklok. Minister Andriessen van economische zaken nam na “signalen vanuit de branche” contact op met Kok en gaf aan bereid te zijn de lasten van de regeling in zijn begroting op te nemen. Oude verplichtingen blijven nu voor rekening van Financiën, de nieuwe worden voortaan gegarandeerd door Economische Zaken.

De regeling houdt in dat gespecialiseerde kapitaalverschaffers (participatiemaatschappijen) geld investeren in jonge ondernemingen die voor de banken niet interessant zijn vanwege de risico's. Participatiemaatschappijen verstrekken geld in de vorm van aandelen of achtergestelde leningen. Voor eventuele verliezen blijft nu een overheidsgarantie van 50 procent van kracht, hoewel al in de Staatscourant was gepubliceerd dat die teruggebracht zou worden tot nul procent per 1 januari 1992.

Voorzitter Th.A. Vervoort van de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen reageerde gisteren verheugd op de brief van de ministers van economische zaken en financiën. De maatschappijen kunnen nu hun nieuwe verplichtingen laten garanderen bij het ministerie van economische zaken tot eind 1995, terwijl het garantieplafond gehandhaafd wordt op 50 miljoen gulden en het toezicht blijft berusten bij De Nederlandsche Bank.

Volgens Vervoort heeft de garantieregeling de afgelopen tien jaar voortreffelijk gefunctioneerd en zijn vooral beginnende ondernemers ermee gebaat. In een tussentijdse evaluatie opgesteld in 1989 stelt de Nederlandse Vereniging van Participatiemaatschappijen dat de regeling de staat per saldo niets gekost heeft. Tegenover gegarandeerde verliezen stond een opbrengst aan vennootschapsbelasting (op winst van ondernemingen). Bovendien bleek de regeling goed voor de werkgelegenheid van tienduizend mensen.