Engels voetbal

Laten we het eens even over de Engelsen en hun voetbal hebben. En over Engeland en zijn sportjournalistiek. Ik bracht de kerstdagen in dat nog steeds merkwaardige land door, waar op eerste kerstdag in de wereldstad Londen letterlijk alles dicht was, zodat ik na Hyde Park in de rondte te hebben gelopen, in moedeloze toestand in mijn hotel terugkeerde. Geen winkels open, geen theaters, geen bioscopen, geen restaurants.

“Willen ze op het continent dan nooit eens vrij zijn?” vroeg een Thatcher-achtige dame in de lounge van het hotel. “Jawel, maar liever niet allemaal tegelijk.” Alleen tijdens een lichte griepaanval heb ik zo lang achtereen naar de buis gestaard als ditmaal. Maar de dagen ervoor en erna maakten veel goed. Shows van kaliber en ... voetbal aan de White Hart Lane, daar ligt het stadion van Tottenham Hotspur FC. Een club waarvoor ik om nauwelijks naspeurbare redenen al dertig jaar een zwak heb.

Hoe dat komt, dat kan geen mens doorgronden want ik weet het zelf niet. Ja, Danny Blanchflower was daar ooit een dynamische aanvoerder en de aantrekkelijke dwaas Paul Gascoigne speelde er nog dit voorjaar, tot hij zichzelf uitschakelde via een krankzinnige actie in de Cup Final. Die partij ging tegen Nottingham Forest en op tweede kerstdag ontmoetten beide clubs elkaar opnieuw, ditmaal gewoon voor de competitie. Toevallig herinner ik mij zowel de Spurs als Forest als elftallen die een tikje minder Engels plegen te spelen dan de grote meerderheid. De Spurs hadden in de zeventiger jaren van hun manager de opdracht gekregen om de bal na het aannemen slechts één keer te raken. De pass moest onmiddellijk volgen. Achterin stond een reus van een centerhalf (hij heette dan ook England) en middenvoor speelde Bobby Smith, een waardig opvolger van Dixie Dean en Tommy Lawton, die overigens nooit voor Spurs speelden, maar voor Everton. De rest van de ploeg beoefende inderdaad het snelle combineren met nog sneller van plaats verwisselen. Vooral Jimmy Greaves was hierin een meester.

Met die herinneringen in het achterhoofd zat ik te kijken naar de Spurs van nu. Dat viel niet mee. Er ging op zijn ouderwets Brits veel mis en er waren spelers die de strategie van de jaren zeventig verre achter zich hadden gelaten zonder er iets positiefs aan toe te voegen. Walsh pingelde zich voortdurend vast, Allen zag slechts de bal plus een metertje gras eromheen en eigenlijk waren er slechts twee man die koel en beheerst opereerden. De een was Gary Mabbutt, de aanvoerder (lijdt aan suikerziekte, maar handhaaft zich aan de top) en Gudni Bergsson - een jonge IJslander. En Lineker dan? Deze begaafde doelpuntenfabrikant maakt privé een moeilijke periode door. Zijn pasgeboren zoontje lijdt aan leukemie. Gary draaft van het voetbalveld naar het ziekenhuis en andersom. Hij was er met zijn hoofd nog niet helemaal bij, maar heeft twee dagen later (tegen Norwich) beter gespeeld, dank zij gunstiger berichten van de behandelende artsen.

Het aardige van Nottingham Forest vond ik het behendige combineren van middenveld en aanval, want dat zie je ginds niet te vaak. En als extra waarde hebben ze die bruisende manager Brian Clough. Ik had hem trouwens een paar keer aan de zijlijn verwacht, maar Clough bleef zitten waar hij zat - ook toen zijn bloedeigen zoon Nigel een paar minuten voor tijd het rood kreeg voorgetoverd. Nu staat Clough bekend als een technische speler, een slim spelverdeler, niet als een stormram en al helemaal niet als een bottenbreker. Maar bij de stand 1-1 pleegde hij een verschrikkelijke aanslag op de enkels van Stewart, de man die voor de Spurs had gescoord. Rood dus. Na afloop bood zijn vader scheidsrechter Bigger excuses aan. De zondaar zelf liet zich niet zien. Twee minuten in de blessuretijd scoorde Stuart Pearce voor het tiental uit Nottingham de winnende goal.

Maar nu de sportpers. Hoewel de treffer van Pearce wonderschoon was (een vrije schop van 25 meter over en langs een muur van verdedigers, gekruld in de bovenhoek), was er geen krant die er drukte over maakte. Alle berichtgeving concentreerde zich op de rode kaart van Clough. Ook groot nieuws, maar in het negatieve. Terwijl de sensationele winst van Forest zonder forceren als positief kon worden omschreven. Ik schrijf dit vooral, omdat bij ons nogal eens te horen is dat in Engeland zoveel positiever over de wedstrijden wordt geschreven dan bij ons. Soms is dat trouwens waar, maar lang niet altijd.