De nieuwe vlaggen van het GOS

De kleurenfoto van de KGB-soldaat die op de koepel van het Kremlin de hamer-en-sikkelvlag neerstreek staat in schril contrast met de beroemde plaat van de Sovjet-militair die in 1945 waaghalzend die vlag op de pinakels van het verwoeste Rijksdaggebouw plantte. De vallende ster van het Sovjet-rijk met kerst was het symbolisch definitieve einde van een wereldmacht.

Jarenlang onafgebroken aangewakkerd door een windmachine was die rode vlag op het Kremlin het enig bewegend teken van een verstarde ideologie die in dit machtscentrum werd gedicteerd. Nu het dundoek van de Sovjet-Unie is gevallen zullen ongetwijfeld de reusachtige rode sterren op de torenspitsen van het Kremlin spoedig volgen. Bij de militairen in de onafhankelijke staten van het Gemenebest zal de rode ster op de uniformpet worden ingeruild voor een kokarde in de nationale kleuren.

In 1919 verscheen de rode ster voor het eerst op de capuchon-achtige puntmutsen van de toen gevormde revolutionaire rode gardes. De bolsjewieken hadden voor dit doel een prestigieus uniformproject van de Romanovs uit de kast gehaald - een laatste stuiptrekking van militaire romantiek bij de viering van het 300-jarig bestaan van het vorstenhuis in 1913. Soldaten uitgedost in een kledij die teruggreep op de dracht van de bojaren, grootgrondbezitters en edelmannen, die door Peter de Grote hardhandig waren verwijderd. Onder de rode ster op de mutsen was een rode ploeg genaaid. Later werd deze vervangen door een sikkel en voor de arbeiders werd een hamer toegevoegd. De vijfpuntige ster wees op de proletariërs van alle vijf continenten die zich dienden te verenigen. Passend in een oude Russische traditie van opschriften op godsdienstige en militaire vlaggen waren de eerste rode vlaggen tijdens de revolutie voorzien van gouden, gele of witte letters. Pas in 1923 kwam de ster, hamer en sikkel officieel op de vlag van de Sovjet-Unie. De deelrepublieken volgden na de Tweede Wereldoorlog.

Decennia van communistische onderdrukking met verbodsbepalingen en Sovjet-propaganda tegen symbolen van het zogenoemde kleinburgerlijk nationalisme hebben de kleuren van de vroegere onafhankelijke staten echter nooit geheel kunnen uitbannen. Dit was trouwens al zo tijdens het tsaristisch regime toen patriottische studentenverenigingen zich met deze kleuren tooiden en deelnemers aan nationale zangfestivals de kleuren gebruikten in folkloristische kostuums.

Met de onafhankelijkheidsverklaringen van de Baltische staten in 1990 en de storm van nationale sentimenten die in het Gorbatsjov-tijdperk over de Sovjet-Unie woei, kwamen de oude symbolen weer tevoorschijn. Bij het bezoek van de Franse president Mitterrand aan Kiev dat jaar was de lucht vol van het Oekraïense hemelsblauw en korengeel.

De blauw-zwart-witte Estse vlag werd in 1881 voor het eerst ingevoerd door een studentenvereniging in de stad Vironia. Enkele jaren later werd de vlag officieel ingewijd tijdens een geheime ceremonie in de evangelisch-lutherse kerk van Otepäa. Blauw staat voor de Estse hemel, zwart voor de kledij van de veronderstelde voorouders van de Esten, de Melanchlaeni zoals ze worden beschreven in het vierde boek van Herodotus. Wit duidt op de sneeuw die het land de helft van het jaar bedekt.

De Letse kleuren, bruinrood met een witte baan in het midden, zijn ontleend aan een Lijflandse rijmkroniek uit de dertiende eeuw waarin wordt verhaald hoe een Letse militaire eenheid onder deze banier optrok naar Riga. Om bij het einde van de Eerste Wereldoorlog verwarring met de Oostenrijkse vlag te vermijden is gekozen voor een bruinrode kleur.

De Litouwse vlag, geel-groen-rood, kent geen historische wortels. De vlag werd in 1918 ontworpen door een heraldische commissie. Geel duidt op het rijpende koren en de agrarische rijkdom, groen op de uitgestrekte bossen en de hoop op een betere toekomst en rood is het symbool van de vaderlandsliefde.

De eigenlijke Russische kleuren, wit-blauw-rood, stammen uit de tijd van Peter de Grote en zijn niet ontleend aan de Nederlandse vlag maar afgeleid van het wapen van de Moskouse grootvorsten. Op een rood schild voerden zij een witte Sint Joris gekleed in een blauwe mantel. In het Rijksmuseum is op een zeventiende-eeuws schilderij van het Amsterdamse IJ de vlag te ontdekken op de statiesloep van Peter de Grote en zijn gezantschap.

Wit-Rusland voerde in 1917 bij het Wit-Roetheens congres in Minsk een geheel witte vlag. De kleur duidde op de blondharigen in dit land en de vroegere bevrijding van de Tataren waarvoor de kleur zwart gold. Aangezien wit internationaal werd erkend als teken van capitulatie en in de strijd tussen de Roden en de Witten werd geassocieerd met reactionaire en contra-revolutionaire krachten werd in het midden van de vlag een rode baan geplaatst.

De voormalige Roemeense provincie Moldavië, tussen de beide Wereldoorlogen een deel van Bessarabië, voert de Roemeense kleuren die bestaan uit het blauw-rood van Moldavië en het geel en blauw van het vroegere Walachije en Transsylvanië.

De blauw-gele banen van de Oekraïense vlag gaan terug op het meer dan duizend jaar oude symbool van de gouden drietand op een blauw veld. De kleuren zijn tevens ontleend aan het wapen van het voormalige koninkrijk Galicië. Tijdens de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie was Galicië een kroonland en vergunde keizer Frans-Jozef Oekraïense scherpschutters-eenheden de blauw-gele kleuren te voeren. Een tegenwoordig populaire verklaring van de vlag houdt het bij de blauwe hemel over de Oekraïne en de eindeloze gele korenvelden van deze graanschuur van de voormalige Sovjet-Unie.

De kersenrode Georgische vlag werd in 1918 voor 3000 roebel ontworpen door Jacob Nikola. Het rood symboliseert het roemrijke en vreugdevolle verleden en de overwinningen die teruggaan tot in de Romeinse tijd. Zwart en wit zijn in de linkerbovenhoek toegevoegd voor het lijden onder de tsaristische overheersing en de hoop op vrijheid en een vreedzame ontwikkeling.

De kleuren rood, blauw en safraangeel in de Armeense vlag grijpen terug op de bijbelse oudheid. Voor de begrafenisstoet van Victor Hugo lieten Armeense ballingen in Parijs deze vlag ontwerpen. De kleuren worden geassocieerd met de regenboog, het goddelijk teken aan Noach nadat zijn ark met dieren was vastgelopen op de berg Ararat die in Armenië ligt. Na de massamoorden op het Armeense volk in 1915 kreeg het rood in de vlag een extra dimensie als het bloed van de Armeense martelaren. De kleuren worden gevoerd door Armenen over de hele wereld.

De vlag van Azerbajdzjan is hemelsblauw, rood en donkergroen met een witte halvemaan en achtpuntige ster. Hemelsblauw is de kleur van vele Turkse stammen waarmee de Azeri zich wegens hun gezamenlijke etnische achtergrond nauw verbonden voelen. Rood staat voor de cultuur van dit land en het donkergroen versterkt door de halve maan symboliseert de islam. De acht punten van de ster staan voor de Azeri, de Jagatay, de Kasaken, de Kiptschaken, de Osmanen, de Seldzjoeken, de Tataren en de Toerkmenen die in de republiek wonen. Een nieuw vlaggendecreet van de Opperste Sovjet van de Azerbajdzjaanse socialistische Sovjet-republiek van 29 november 1990, dat deze vlag tot staatsvlag verheft, breekt met deze etnische en religieus beladen historische verklaring. Daar staat het blauw simpelweg voor de hemel, het rood voor de vrijheid en het groen voor het bloeiende land.

Kazachstan en de andere Centraalaziatische republieken gebruiken nog de oude vlaggen uit het Sovjet-tijdperk.