BELASTINGEN EN SOCIALE ZEKERHEID IN 1992; UITKERINGEN IOAW-IOAZ

bruto per maand/vakantie-uitkering per maand

Gehuwde en ongehuwde partners 2323,70 185,90 Eenouder-gezinnen 2117,07 169,37 Alleenstaanden vanaf 23 jaar 1747,65 139,81 Toelichting:

Met ingang van 1 januari 1992 worden de bedragen voor de Inkomensvoorziening voor Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte Werknemers (IOAW) en Oudere en gedeeltelijk Arbeidsongeschikte ex-Zelfstandigen (IOAZ) verhoogd als gevolg van de verhoging van het minimumloon, waaraan beide regelingen zijn gekoppeld (zogenoemde semi-bijstandsregelingen).

De IOAW is bestemd voor oudere langdurig werklozen die 50 jaar of ouder waren op het moment dat zij werkloos werden en voor gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemers ongeacht hun leeftijd. De IOAW geldt, nadat de uitkeringsperiode voor de nieuwe werkloosheidswet inclusief de vervolguitkering is verstreken.

Voor de IOAZ komen mensen van 55 jaar of ouder en gedeeltelijk arbeidsongeschikte (ongeacht hun leeftijd) ex-zelfstandigen in aanmerking die noodgedwongen hun bedrijf of beroep moeten beëindigen.

Op genoemde bedragen worden - eventuele - inkomsten uit of in verband met arbeid van de werkloze of zelfstandige en zijn of haar partner in mindering gebracht. In tegenstelling tot de bijstandswet wordt geen rekening gehouden met andere inkomsten en met vermogen. Als geen inkomsten worden afgetrokken, zijn de netto-uitkeringen gelijk aan 100 procent van het netto minimumloon voor gehuwde en ongehuwde partners, 90 procent van het netto minimumloon voor éénouder-gezinnen en 70 procent van het netto minimumloon voor alleenstaanden vanaf 23 jaar.