BELASTINGEN EN SOCIALE ZEKERHEID IN 1992; SOCIALE PREMIES

werkgevers werknemers in procenten 1991 1992 1991 1992 AOW -- -- 14,05 14,35 AWW -- -- 1,10 1,15 AAW -- -- 1,80 2,75 AWBZ -- -- 5,80 7,30 WAO -- -- 12,00 13,00 Wachtgeldverzekering 0,44 0,35 0,44 0,35 WW 1,00 0,85 0,60 0,85 ZW 6,20 4,00 1,20 1,20 ZFW 4,95 5,15 2,85 1,20 VUT 1,03 0,85 0,37 0,45

Toelichting:

Werkgevers betalen bovenop het brutoloon een overhevelingstoeslag, ter compensatie van de premies voor de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en voor de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) die voor rekening van de werknemers komen. De overhevelingstoeslag bedraagt 11,50 procent van het loon waarover premie wordt geheven. De toeslag wordt berekend over maximaal 71.500 gulden per jaar.

Voor de Algemene Ouderdomswet (AOW), de Algemene Weduwen- en Wezenwet (AWW), de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) en de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) - tezamen de "volksverzekeringen' - geldt een premievrije voet van 5225 gulden per jaar.

Per 1 januari 1992 worden medicijnen ondergebracht in de AWBZ. Daarmee wordt een eerste stap gezet op weg naar een zogenoemde basisverzekering voor ziektekosten (het plan-Simons). Voor de meeste mensen verandert daardoor niets aan het verzekerde pakket, maar treedt wel een verschuiving in de premies op: de premies voor ziekenfonds (ZFW) en particuliere ziektekostenverzekeringen (voor zover deze betrekking hebben op medicijnen) gaan omlaag, de AWBZ-premie gaat omhoog.

Voor de AWBZ wordt met ingang van 1 januari 1992 bovendien een nominale premie (dat is het deel van de premiebijdrage dat als een vast bedrag moet worden betaald) ingevoerd. De hoogte van deze premie wordt door de zorgverzekeraars zelfstandig vastgesteld. Er mag van worden uitgegaan dat de gemiddelde nominale premie AWBZ ongeveer 125 gulden per jaar bedraagt. Voor personen tot 18 jaar wordt 1-3 van de premie voor een volwassene gerekend.

Voor de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) is over de eerstverdiende 98 gulden per dag geen premie verschuldigd. Het maximuminkomen per dag waarover WAO-premie moet worden betaald is ongeveer 282 gulden. Hetzelfde maximum geldt voor de wachtgeldverzekering, de Werkloosheidswet (WW) en de Ziektewet (ZW).

Over de verdeling van de premie van de werkloosheidsverzekering (WW) en het ziekenfonds (ZFW) moet de Raad van State nog adviseren.

De aangegeven premiepercentages voor wachtgeldverzekering, Ziektewet (ZW) en Vut (vervroegd uittreden) betreffen geraamde gemiddelden. Deze premies worden vastgesteld door de besturen van de bedrijfsverenigingen.

Voor AOW-uitkeringsgerechtigden die verzekerd zijn krachtens de verplichte ziekenfondsverzekering (ZFW) geldt een premie van 0,75 procent over de AOW-uitkering.

De loongrens voor de ziekenfondsverzekering (ZFW) is vastgesteld op 54.400 gulden in 1992. Werknemers die een hoger inkomen hebben moeten zich particulier verzekeren. Ziekenfondsverzekerden zijn verder een nominale premie ZFW verschuldigd. De hoogte hiervan wordt door de ziekenfondsen zelfstandig vastgesteld. Ervan uitgegaan wordt dat de gemiddelde nominale premie ZWF 175 gulden per jaar per volwassene bedraagt. Voor meeverzekerde kinderen geldt de helft van de premie voor een volwassene. Er is voor maximaal twee kinderen premie verschuldigd.