BELASTINGEN EN SOCIALE ZEKERHEID IN 1992; MINIMUMLOON

1991 per maand/1992 per maand/1992 per week

bruto/netto bruto/netto bruto/netto

23 jaar en ouder 2102,10 2133,30 492,30 belastinggroep 1 1368,00 1391,00 321,00 belastinggroep 2 1535,00 1578,00 364,00 belastinggroep 3 1674,00 1745,00 403,00 belastinggroep 4 1646,00 1712,00 395,00 belastinggroep 5 1695,00 1765,00 407,00 22 jaar 1786,80 1330,00 1813,30 1366,00 418,50 315,00 21 jaar 1524,00 1156,00 1546,60 1190,00 356,90 275,00 20 jaar 1292,80 1001,00 1312,00 1036,00 302,80 239,00 19 jaar 1103,60 875,00 1120,00 909,00 258,50 210,00 18 jaar 956,50 778,00 970,70 810,00 224,00 187,00 17 jaar 830,30 693,00 842,70 725,00 194,50 167,00 16 jaar 725,20 623,00 736,00 654,00 169,80 151,00 15 jaar 630,60 561,00 640,00 591,00 147,70 136,00

Toelichting: De bruto bedragen van het wettelijk minimumloon en het minimumjeugdloon worden per 1 januari 1992 verhoogd met 1,45 procent. Inclusief de wettelijk verplichte afronding komt de verhoging uit op 1,48 procent. Dit is het resultaat van (gedeeltelijke) aanpassing van het minimumloon aan de ontwikkeling van de CAO-lonen.

Op 1 juli 1992 worden de bedragen opnieuw verhoogd met 1,45 procent (na afronding dan 1,4 procent), tenzij de verhouding tussen het aantal uitkeringsgerechtigden en het aantal werkenden zodanig verbetert, dat (volledige) koppeling aan de ontwikkeling van de CAO-lonen moet plaatshebben.

De netto bedragen zijn, anders dan de bruto bedragen, niet wettelijk bepaald. Ze kunnen per bedrijfstak of bedrijf verschillen als gevolg van verschillen in inhoudingen op het loon, onder meer in verband met de premieheffing voor de sociale zekerheid. In bovenstaande opgave zijn pensioen- en Vut-premies en de nominale premies (dat is het deel van de premiebijdrage dat als een vast bedrag moet worden betaald) voor de Ziekenfondswet (ZFW) en voor de Algemene wet bijzondere ziektekosten (AWBZ) buiten beschouwing gelaten. De netto bedragen in de tabel geven daarom alleen een globale aanduiding. Voor werknemers van 22 jaar en jonger zijn de globale netto bedragen weergegeven op basis van indeling in tariefgroep 2 (zie Belastingen).

De werkgever is niet wettelijk verplicht aan partieel leerplichtige jongeren het minimumloon te betalen voor de dagen waarop de leerplicht geldt. Zo bedraagt bijvoorbeeld per 1 januari het minimumjeugdloon voor een 16-jarige bij twee dagen partiële leerplicht en een werkweek van drie dagen 441,60 gulden per maand (101,88 gulden per week).