BELASTINGEN EN SOCIALE ZEKERHEID IN 1992; LOON- EN INKOMSTENBELASTING

38,55% over de eerste 42.966 42.966 16.563 50% over de volgende 42.964 85.930 38.045 60% over de resterende guldens -- -- --

Toelichting:

Over de eerste inkomensschijf worden belasting en premies volksverzekeringen (AOW, AWW, AAW en AWBZ) gecombineerd geheven. Het tarief in de eerste schijf wordt in 1992 met 2,80 procentpunt verhoogd. Het tarief in deze schijf wordt 38,55 procent (1991: 35,75 procent) en bestaat uit 13 procentpunt belasting (1991: 13 procentpunt) en 25,55 procentpunt premies (1991: 22,75 procentpunt).

Voor personen van 65 jaar en ouder geldt er in de eerste schijf in plaats van 38,55 procent een lager tarief van 20,3 procent (1991: 18,8 procent), omdat zij voor een aantal premies volksverzekeringen (AOW, AWW en AAW) niet premieplichtig zijn. Dit tarief bestaat uit 13 procentpunt belasting (1991: 13 procentpunt) en 7,3 procentpunt premie AWBZ (1990: 5,8 procentpunt). Voor buitenlanders die niet onder de volksverzekeringen vallen en die hun inkomen voor minder dan 90 procent vanuit Nederland verkrijgen geldt in de eerste schijf een belastingtarief van 25 procent.

De aanslaggrens voor de inkomstenbelasting wordt in 1992 71.100 gulden (1991: 68.100 gulden).

De grens voor teruggaaf op verzoek van teveel ingehouden loonbelasting en premie volksverzekeringen bedraagt voor 1992 319 gulden (1991: 310 gulden). Voor bejaarden ligt deze grens bij 213 gulden (1991: 207 gulden).

De vaste aftrek voor beroeps-verwervingskosten is verhoogd van 4 naar 5 procent van het arbeidsinkomen uit tegenwoordige arbeid. Dit zogenoemde arbeidskostenforfait kent in 1992 een minimumbedrag van 215 gulden (1991: 208 gulden) en een maximumbedrag van 1518 gulden (1991: 1036 gulden). Het vaste aftrekbedrag voor niet-actieven wordt 533 gulden (1991: 517 gulden).

Op 1 januari wijzigt de fiscale behandeling van de premie-aftrek van lijfrente-polissen. Het maximum van de lijfrentepremie-aftrek wordt 5.150 gulden per persoon (voor gehuwden 10.300 gulden). De extra aftrek (tweede tranche) bedraagt maximaal 51.500; de eventuele derde tranche 10.300 gulden. Het oude maximum van de lijfrentepremie-aftrek bedraagt 17.983 gulden (1991: 17.459 gulden).

In dit overzicht zijn niet opgenomen de speciale aftrek-regelingen voor reiskosten, buitengewone lasten en zelfstandige ondernemers. De bedragen die hiervoor in 1992 gelden zijn eveneens gewijzigd.