Vijftig nieuwe affiches voor verjaardag van Amnesty International

Amnesty International bestaat dertig jaar. Op verzoek van Wilma Wabnitz, oprichter van de enige affichegalerie in Nederland, hebben ruim vijftig ontwerpers en kunstenaars dit wrange jubileum als onderwerp genomen. “Langzaam groeit het besef dat het affiche een belangrijke kunstvorm is.”

Tot de veiling op 12 januari (17 uur) in de Arnhemse schouwburg zijn de Amnesty-affiches daar te zien van ma. t-m za. 14-17 uur.

Een verjaardag van Amnesty International is per definitie een wrange aangelegenheid. Bij een organisatie die ernaar streeft zichzelf overbodig te maken past bij het dertigjarige bestaan geen uitbundig feestvertoon. In het affiche dat zij voor deze gelegenheid maakte, heeft de Deense ontwerpster Brigitte Kath dat paradoxale niet alleen zichtbaar, maar ook tastbaar gemaakt: door de kartonnen oppervlakte steken, bijna onzichtbaar, vileine puntjes. Voor je het weet heb je bloed aan je handen.

Kath is een van de ruim vijftig ontwerpers uit binnen- en buitenland die gehoor hebben gegeven aan een verzoek van Wilma Wabnitz (35), eigenaar van de gelijknamige affichegalerie in Arnhem, om het dertigjarig bestaan van Amnesty met een affiche te "vieren'. Die worden 12 januari door de directeur van Sotheby's ten bate van Amnesty geveild. Aangezien Wabnitz' eigen galerie niet op een dergelijke grote expositie berekend is staan ze, verzonken in "lijsten' van golfkarton, opgesteld in de Arnhemse schouwburg. In de Commanderie van Sint Jan in Nijmegen is tegelijkertijd een selectie te zien van Amnesty-affiches uit het verleden.

“Wat je hier ziet, is een dwarsdoorsnede van wat er nu, zowel in Nederland als daarbuiten aan affiches wordt gemaakt,” zegt Wabnitz. “Ik heb niet zozeer mijn persoonlijke voorkeuren willen tonen, als wel een etalage inrichten waarin alle stromingen zijn vertegenwoordigd.”

De grote verscheidenheid is inderdaad opvallend. De inzendingen uit het buitenland lopen zeer uiteen: het (tamelijk platvloerse) gebroken mes van de Amerikaan Milton Glaser, de typografisch aandoende rijen sleutels van de Engelsman Neville Brody, de nagenoeg abstracte tekens van de Pool Roman Cieslewicz, het collage van de Joegoslaaf Boris Bucan, het stripachtige van het Franse collectief Grapus. Die diversiteit geldt eveneens binnen de Nederlandse "delegatie': er is de koele zakelijkheid van Pieter Brattinga, de nadruk op typografische middelen bij de Samenwerkende Ontwerpers, het krachtige handschrift van Jan Bons, het schilderij van Frits van Hartingsveldt en het snoeiharde cynisme van Hard Werken, met foto's van een tropisch strand en van een pluizig speelgoedkonijntje met een houten poot.

De meeste Nederlandse en een aantal buitenlandse deelnemers aan de Amnesty-expositie zijn vertegenwoordigd in de vaste collectie van Galerie Wilma Wabnitz. Negen jaar geleden is Wabnitz begonnen zelf affiches te verzamelen. Om ze onder de aandacht te brengen van een breder publiek dan louter vakgenoten en toevallige passanten richtte zij Wabnitz Editions op, een driemaandelijkse selectie uit de nieuwste affiches op abonnementsbasis. Op het hoogtepunt waren er 160 abonnees: ontwerpbureaus, maar ook scholen, een gemeente, een ziekenhuis en een psychiatrische inrichting. Dit voorjaar is de laatste koker verstuurd. Met zichtbare spijt zegt Wabnitz: “Ik bleef er maar op toeleggen. Maar vervelender was het feit, dat er steeds kritiek was op mijn keuze - vooral van de ontwerpers die buiten de boot vielen.” Daarop besloot ze een affichegalerie op te richten, die nu ruim een jaar bestaat. Samen met grafisch ontwerpster Ilse van Looyen van het bureau Criterium wil zij een openbaar systeem van computerdocumentatie opzetten waarin affiches mèt afbeelding worden geregistreerd en beschreven aan de hand van kleur, jaargang en ontwerper.

De grafische vormgeving is volgens haar een van de sterkste kunstvormen in Nederland. “Dat merk je niet zozeer in Nederland zelf, maar vooral aan de belangstelling in het buitenland, waar Nederlanders bijvoorbeeld veel worden gevraagd voor jury's, lezingen, colleges en uitwisselingsprogramma's.” Ook de opdrachtgevers verdienen lof: “Zowel de overheid - kijk naar de PTT - als het culturele circuit stimuleren de grafische vormgeving. Veel gezelschappen besteden een aanzienlijk deel van hun budget aan affiches in zes- of zevenkleurendruk. De Nederlandse Opera alleen al heeft het afgelopen jaar zes of zeven affiches laten ontwerpen.”

“Toch groeit in Nederland maar langzaam het besef - dat allang in Frankrijk en Amerika is doorgedrongen - dat het affiche een belangrijke kunstvorm is. Op een veiling in Nederland bracht het beroemde affiche voor Delftse Sla-olie onlangs zestienduizend gulden op. Maar nog altijd kost een zeefdruk in het Stedelijk vijftien gulden, tegen veertig of vijftig in het Centre Pompidou.”

In de vergankelijke aard van affiches zit besloten, dat ze snel schaars worden. “In Nederland zijn de oplages niet groot, meestal tussen de drie- en de zeshonderd. Toneelgroep Art & Pro drukt zelfs slechts zestig tot tachtig exemplaren. Na het plakken blijven er dus weinig in de roulatie. Het affiche van Anthon Beeke voor de Malevitsj-tentoonstelling in het Stedelijk bijvoorbeeld is pas twee jaar oud, maar heeft nu al verzamelaarswaarde.” Ze laat een ander collector's item zien, een Pools filmaffiche. “Zelfs van een affiche als dit, dat in oplagen van drie- tot zesduizend werd geproduceerd, zijn er niet meer dan zo'n twintig over. Ze zijn of in verzamelingen opgenomen, of als pakpapier gebruikt.

“Het affiche is een vluchtig medium. De prachtigste ontwerpen worden opgeplakt en daarna weggegooid. Met een beetje geluk hangen ze even in de etalage van de schouwburg, maar dan zijn ze voorbij. Hier kan ik dat leven verlengen.”