Vergoeding statenleden blijft in 1992 onbelast

DEN HAAG, 30 DEC. De onkostenvergoeding voor leden van de provinciale staten en gedeputeerde staten blijft ook na 1 januari fiscaal grotendeels onbelast. Staatssecretaris Van Amelsvoort (financiën) schrijft dit in een brief aan de de Belastingdienst.

Op het ministerie van binnenlandse zaken is een algemene onkostenregeling voor gedeputeerden in voorbereiding. Naar verwachting zal deze regeling begin volgend jaar in werking treden. De ministeries van financiën en binnenlandse zaken willen de onduidelijkheid over de mate waarin de huidige onkostenvergoeding voor statenleden belastbaar is wegnemen. Die onduidelijkheid was ontstaan als gevolg van de belastingherziening (Oort).

Statenleden behouden de volledige reiskostenvergoeding voor het bezoeken van vergaderingen en bijeenkomsten van commissies en afdelingen van provinciale staten. Het deel van de vergoeding dat boven de 7.200 gulden per jaar uitkomt moet wel aan de Belastingdienst worden opgegeven. Kosten die zijn gemoeid met overnachtingen en maaltijden kunnen tegen overlegging van individuele nota's worden gedeclareerd. Deze laatste terugbetalingen zijn mogelijk volgens de daarvoor geldende provinciale regelingen.

Per provincie verschillen deze regelingen sterk. De Tweede Kamer vroeg begin dit jaar om een onderzoek nadat leden van GS van Zeeland, onder wie commissaris van de koningin Boertien, in opspraak waren gekomen. Tussen 1982 en 1987 betaalden GS naheffingen van de belastingdienst wegens te hoge reiskostendeclaraties van gedeputeerden uit de provinciekas, buiten provinciale staten om. De affaire leidde tot het aftreden van vijf van de zes statenleden. Boertien oogstte veel kritiek, maar hoefde van een meerderheid van de Tweede Kamer niet af te treden.