"Topsport is hier onverantwoord korte-termijnwerk'

ROTTERDAM, 30 DEC. Ondanks het feit dat ze het financieel verre van breed hebben zijn de meeste ondervraagde sporters toch tegen prijzengeld op de Olympische Spelen. Carina Benninga, aanvoerster van het nationale hockeyteam, zegt het belangrijk te vinden dat de Spelen de oude sporttraditie nog met zich meedragen. “Het is gewoon een hele grote eer om mee te mogen doen. Dat is voldoende.”

“Wat is dan duizend dollar voor een eerste plaats?”, vraagt wielrenster Ingrid Haringa, tweevoudig wereldkampioene op de baan en sportvrouw van 1991, zich af.

Toch hinkt Haringa op twee gedachten. Ze vindt dat als er - zoals in Los Angeles ('84) en Seoul ('88) - door de organisatie van de Olympische Spelen grote winsten worden gemaakt daarvan een deel zeker de deelnemers toekomt. “Wij zorgen voor het entertainment.” Benninga zou er geen moeite mee hebben om "indirect' aan een olympisch succes te verdienen. Ze herinnert zich dat de Duitse hockeysters in eigen land rijkelijk werden beloond voor hun zilveren medaille bij de Olympische Spelen van Los Angeles. “Ze kregen een premie van 10.000 mark en mochten met z'n allen twee weken uitrusten op een Grieks eiland.” Nederland behaalde destijds vóór Duitsland het goud, maar de Oranje-speelsters werden thuis afgescheept met een pen met inscriptie. Zeven jaar later lacht Benninga er om. “Wat moet ik anders?”.

Benninga zegt zich een tijd boos te hebben gemaakt om dergelijke scheve verhoudingen. Nu heeft ze het leren accepteren. “Je kan er wel moeilijk over doen, maar we krijgen toch niet wat we willen. Zonde van de energie dus.” Zowel Benninga als Haringa looft de inspanningen van het NOC. “Dat doet z'n best. Alleen van de overheid zou je wat meer steun mogen verwachten”, aldus Haringa. Ze is inmiddels gewend aan de Nederlandse houding ten opzichte van de topsport. “We worden hier wereldkampioen”, constateert Ingrid Haringa. “Maar als het slecht gaat dan voetbalt het Nederlands elftal slecht of fietst Haringa slecht.”

De wielrenster die in 1988 als schaatsster al eens aan de winterspelen meedeed weet nu ook dat de sponsors in Nederland niet in de rij staan na een opvallend succes. Een sporter of sportster moet volgens Haringa echt een paar keer kampioen worden om er financieel profijt van te kunnen hebben. Zij noemt Yvonne van Gennip als voorbeeld. “Die won drie keer olympisch goud en is bovendien niet op haar achterhoofd gevallen. Nu heeft ze door haar pr-activiteiten een aardig inkomen.”

Carina Benninga en Ingrid Haringa hebben een "gewone' baan. Ze werken beiden ten behoeve van hun sport niet full-time. Benninga werkt tweeëneenhalve dag in de week bij een organisatie-adviesbureau in Den Haag en Haringa heeft “voor 80 procent” een baan als politieagente in Heemstede. “Het is altijd maar schipperen; werken, trainen, rusten en ook nog proberen iets aan je privéleven te hebben”, aldus Haringa. “Als je studeert is het iets makkelijker. Dan kan je je eigen uren indelen, kan je eens een tentamen uitstellen”, heeft Benninga, ex-rechtenstudente, vastgesteld. Haringa voelde er echter niets voor om voor “eeuwige studente” te gaan spelen. “Ik wilde gewoon graag bij de politie.”

Benninga en Haringa zouden eens een langere periode alleen met hun sport bezig willen zijn. Met name het jaar voor een Olympische Spelen. Financieel is dat echter niet haalbaar. “Het feit dat ik minder werk scheelt me minstens 1500 gulden”, aldus Benninga. Haringa: “Ik wil niet op de zak van mijn vriend of mijn ouders teren.” Ze zal straks waarschijnlijk toch gedwongen zijn nog minder te gaan werken en derhalve ook minder gaan verdienen. Ze heeft regelmatig nachtdienst, maar dat acht ze niet bevordelijk voor haar sporprestaties. “Daarom wil ik daar zo'n drie maanden voor Barcelona vanaf. Ik hoop dat er een oplossing kan worden gevonden.”

Benninga: “We zouden als internationals in het hockey met z'n allen een stap verder zijn als we meer tijd voor onze sport zouden hebben gehad. Zeker weten.” Volgens de Amsterdamse captain kan er onder de huidige omstandigheden bij de hockeyselectie bijvoorbeeld niet genoeg op technische vaardigheden worden getraind. Dat kan de ploeg straks wel eens opbreken, aldus Benninga. En dat zal voor andere takken van sport misschien ook wel gelden. Benninga: “We leven nu van toernooi tot toernooi. Dan gooien we even alles uit de kast en hopen dat het goed afloopt. Maar het is natuurlijk onverantwoord korte-termijnwerk.”